Artikel

barmhartigheid NT

In het Nieuwe Testament komt het oudtestamentische idee van barmhartigheid in een nieuw licht te staan: Gods barmhartigheid betekent in de eerste plaats dat hij de mensen redt door Jezus Christus.

Gods barmhartigheid

In het Oude Testament is barmhartigheid Gods liefdevolle trouw aan het volk van zijn verbond. Die opvatting is in het Nieuwe Testament overgenomen (zie bijvoorbeeld Lucas 1:50; Romeinen 9). Volgens sommige teksten is de kerk nu Gods uitverkoren volk, maar Gods liefde voor dat volk is hetzelfde gebleven (zie 1 Petrus 1:3). Die liefde uit zich vooral in Gods verlossing van de mensen door zijn Zoon Jezus Christus (zie Romeinen 11:30-32).

Jezus’ barmhartigheid

In bijbelteksten waarin Jezus mensen ziet die ziek zijn of lijden, wordt soms verteld dat hij ‘innerlijk werd bewogen’: hij krijgt medelijden (zie bijvoorbeeld Matteüs 9:36; Matteüs 14:14). Dat gevoel van medelijden zet Jezus aan tot daden van barmhartigheid: hij brengt genezing of vergeving (zie onder andere Matteüs 20:34).

Menselijke barmhartigheid

Net als in het Oude Testament heeft barmhartigheid in het Nieuwe Testament ook een menselijke component: het is het omzien naar de naaste. Mensen moeten barmhartig zijn voor elkaar, net zoals God barmhartig is voor hen (Lucas 6:36).

Bijbelverzen

  • Matteüs 14:14
  • Lucas 1:50
  • Romeinen 9
  • Matteüs 9:35-38
  • Lucas 6:36