Artikel

opstanding van Jezus: verschijningen

De oudste beschrijving van de verschijning van Jezus is te vinden in de brief van Paulus aan de gemeente in Korinte. De beschrijving die hij daar geeft, was grotendeels al bekend in de gemeente. Opvallend is dat Paulus niet spreekt over een leeg graf, of over de lichamelijkheid van de opgestane Jezus.

Oudste beschrijving van Jezus’ verschijning

In Paulus’ brief aan de gemeente in Korinte is de eerste formulering te vinden van de verschijningen van Jezus. Deze formulering was waarschijnlijk al grotendeels bekend in de Grieks-Joodse gemeente van zijn tijd. In 1 Korintiërs 15:3-5 staat:

Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen.

Derde dag

De opstanding op de ‘derde dag’ is vooral bedoeld als theologische uitspraak. De opstanding op de derde dag is namelijk een bekend motief in de joodse literatuur. Denk bijvoorbeeld aan de tekst van Hosea 6:2:

Hij redt ons na twee dagen van de dood,
de derde dag doet hij ons opstaan:
in zijn nabijheid zullen wij leven.’

Lichamelijkheid van Jezus’ verschijning

In 1 Korintiërs 15:3-5 wordt het woord ‘verschenen’ gebruikt. Het is een woord met algemene betekenis, het zegt nog niets  over de manier waarop Jezus verschenen is. Hetzelfde woord wordt in de Septuaginta gebruikt voor de verschijning van de HEER, de verschijning van engelen, maar ook voor visioenen en profetische dromen. Uit andere passages, bijvoorbeeld 1 Korintiërs 15:44, wordt wel duidelijk hoe Paulus het heeft begrepen. Volgens hem is Jezus verschenen in een geestelijk lichaam. Daarmee schetst hij een ander beeld dan de latere evangelisten Lucas en Johannes, die juist de lichamelijkheid van Jezus benadrukken.

Bijbelverzen

  • 1 Korintiërs 15:3-5