Artikel

Johannes en antisemitisme

In het evangelie volgens Johannes wordt steeds generaliserend over joden gesproken. Het generaliserende spreken over ‘de Joden’ en het erg negatieve beeld dat van hen geschetst wordt, roept de vraag op of het vierde evangelie antisemitisch genoemd moet worden.

Een interne ruzie

Jezus en zijn leerlingen waren Joden, en voor de grote joodse feesten bezochten zij de tempel in Jeruzalem. Jezus zelf verklaart in Johannes 4:22: ‘De redding komt immers van de Joden’. Blijkbaar gaat het in de polemiek tegen de Joden in Johannes dus om een intern-joodse twist, een soort familieruzie.

Geen etnische term

De term ‘de Joden’ slaat in Johannes vaak op een beperkte groep. Het gaat dan vooral om de inwoners van Judea tegenover die van Galilea of Samaria (Johannes 5:1-18), of om de leiders in Jeruzalem (Johannes 19:15).
De mensen voor wie Johannes zijn evangelie schreef komt voort uit een groep die op een bepaald moment uit de plaatselijke synagoge gezet is (Johannes 9:18-23). Ook dat speelt een rol in het negatieve spreken over ‘de Joden’. Die traumatische ervaring rechtvaardigt de felle toon misschien niet, maar maakt die wel begrijpelijk.

Johannes vandaag

In onze tijd zijn de rollen omgedraaid en zijn het de Joden die een minderheid vormen. De tijd geeft aan deze kwestie andere proporties. Het voornaamste probleem is dat het boek een lokale ruzie vereeuwigt en vergroot. Nu, na zoveel eeuwen Jodenvervolging en zeker na de Shoah, kan het evangelie antisemitisch geïnterpreteerd worden.