Artikel

Efeziërs: opbouw

De brief aan de Efeziërs gaat over de kerk als het ware lichaam van Christus. De redding van de gelovige ligt in de verbondenheid met Christus.

Korte inhoud

De brief begint met een lofprijzing en een gebed. Vanaf hoofdstuk 2 wordt de leer over de kerk als het lichaam van Christus ontvouwd. De christenen die niet van joodse afkomst zijn worden eraan herinnerd dat zij nu, samen met de joden, Gods volk zijn en dat zij zich in overeenstemming met deze nieuwe positie dienen te gedragen. Hoofdstuk 4 begint met een uiteenzetting over de eenheid in de kerk, daarna volgen allerlei praktische raadgevingen die hun grond hebben in het nieuwe leven met Christus. Deze aanwijzingen worden afgesloten met een beschrijving van de geestelijke wapenrusting van de christen. Een echt slot heeft de brief aan de Efeziërs niet: na een korte mededeling over Tychikus eindigt de brief met een algemene vredesgroet en genadegroet.

Opbouw

1:1-2  opening
1:3-14  lofprijzing voor Gods bekendmaking van het mysterie
1:15 – 2:10  voorbede
2:11-22  Israël en de heidense volken komen samen in één nieuwe mensheid
3:1-13  de rol van de kerk in de bekendmaking
3:14-21  lofprijzing voor God als Vader en de liefde van Christus
4:1-16  de eenheid van de kerk door Christus
4:17 – 5:20   regels voor individuen
5:21 – 6:9  regels voor groepen
6:10-17  de strijd tegen hemelse vorsten en kwade geesten
6:18-20  aansporing tot gebed
6:21-24  afsluitende wensen