Artikel

Hosea: opbouw

Het boek is in te delen in twee delen: Hosea 1-3 en Hosea 4-14.

Hosea 1-3

Het eerste deel bevat twee vertellingen over Hosea en een overspelige vrouw. De vrouw in het eerste verhaal heet Gomer (Hosea 1:2-9), de vrouw in het tweede verhaal heeft geen naam (Hosea 3).
De namen van de kinderen uit het eerste huwelijk zijn profetisch. De kinderen heten:

  • 'Jizreël’ - omdat God de koning ter verantwoording roept voor de moorden in de buurt van Jizreël;
  • ‘Lo-Ruchama’ - die geen ontferming ontvangt; 
  • ‘Lo-Ammi’ - niet mijn volk.

Hosea 4-14

Het tweede deel is een moeilijk in te delen reeks profetieën. Deze hoofdstukken bevatten onder andere:

  • een aaneenschakeling van aanklachten tegen het volk en de leiders (Hosea 4:1-5:8);
  • een aankondiging van het onafwendbare oordeel, onderbroken door een boetelied (Hosea 5:9-6:11);
  • een beschrijving van het onrecht waarover God verontwaardigd is (Hosea 7-8);
  • een aankondiging van een tijd van vergelding (Hosea 9:1-9);
  • een terugblik op Israëls verleden vanuit de huidige situatie (Hosea 9:10-11:11);
  • een herinnering aan aartsvader Jakob en het woestijnverleden van het volk (Hosea 12:1-15);
  • verschillende dreigementen Hosea (13:12-14:1);
  • woorden over Israëls terugkeer en genezing (Hosea 14:2-9);
  • een slotbeschouwing die de lezer oproept om de woorden van het boek serieus te nemen (Hosea 14:10).

Opschrift

De opschriften van Hosea, Amos, Sefanja en Micha zijn bijna gelijk. Dat suggereert dat Hosea vroeger deel uitmaakte van een kleine verzameling van vier profetenboeken. Uiteindelijk is het boek opgenomen in het Twaalfprofetenboek.