Artikel

proza en poëzie: psalmen

Psalmen zijn gedichten. De poëzie in het boek Psalmen is vaak van een hoog niveau. Psalmen hebben een aantal poëtische kenmerken:

  • parallellisme
  • beeldspraak
  • ritme en klankherhaling

Parallellisme

Een opvallend kenmerk van Hebreeuwse poëzie is het parallellisme: twee opeenvolgende versregels die naar vorm of inhoud met elkaar overeenkomen. Ook in vertalingen zijn parallellismen over het algemeen goed zichtbaar.
Parallelle versregels kunnen dezelfde gedachte uitdrukken of juist het tegenovergestelde. Ze kunnen elkaar ook aanvullen, wanneer een gedachte uit de eerste regel in de tweede wordt uitgewerkt. Een voorbeeld vinden we in Psalm 131:2:

‘Nee, ik ben stil geworden, / ik heb mijn ziel tot rust gebracht’

Beeldspraak

In de Psalmen komt bijzonder veel beeldspraak voor: God is een herder, een rots en een burcht. God wordt een rots genoemd omdat hij een bepaalde eigenschap met de rots deelt: beide zijn onwankelbaar en bieden bescherming.
Bekende vormen van beeldspraak zijn de vergelijking en de metafoor. In vergelijkingen worden twee zaken met elkaar vergeleken: een rechtvaardige wordt vergeleken met een boom aan het water, Gods wetten zijn te vergelijken met honing. Soms wordt expliciet gezegd waar de vergelijking op berust: ‘de voorschriften van de Heer zijn zoeter dan honing’ (Psalm 19:11). Soms ontbreekt het punt van vergelijking: ‘Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water’ (Psalm 1:3).
In een metafoor worden twee zaken gewoon aan elkaar gelijkgesteld en wordt de betekenisovereenkomst niet met zoveel woorden genoemd: ‘God is voor ons een veilige schuilplaats’ (Psalm 46:2), ‘hun keel is een open graf’ (Psalm 5:10).

Ritme en klankherhaling

Hebreeuwse poëzie kent weinig tot geen eindrijm. Maar er wordt wel gebruikgemaakt van klankherhaling, en van ritmisch lopende versdelen.
Een gemiddeld gedicht in het Oude Testament bestaat uit twee of drie stanza’s (hoofddelen). Een stanza bestaat meestal uit twee of drie strofen. Een strofe bestaat meestal uit twee of drie dichtregels. En een dichtregel bestaat uit twee of soms drie versdelen. Een gedicht van gemiddelde lengte bestaat dus uit vijftien tot twintig dichtregels, maar er zijn veel psalmen die korter of (veel) langer zijn.

Bijbelverzen

  • Psalmen 5:10
  • Psalmen 131:2
  • Psalmen 1:3
  • Psalmen 19:11
  • Psalmen 46:2