Herziene Statenvertaling (HSV)
2

De openbaring van de mens der wetteloosheid

21En wij vragen u dringend, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem,

2

2:2
Jer. 29:8
Matt. 24:4
Efez. 5:6
Kol. 2:18
1 Joh. 4:1
dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt, niet door een uiting van de geest, niet door een woord, en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn.

3Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden. Want die dag komt niet,

2:3
Matt. 24:23
1 Tim. 4:1
1 Joh. 2:18
tenzij eerst de afval gekomen is en de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, geopenbaard is,

4de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten

2:4
Dan. 11:36
en zichzelf als God voordoet.

5Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei, toen ik nog bij u was?

6En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt.

7Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is.

8En dan zal de wetteloze geopenbaard worden.

2:8
Job 4:9
Jes. 11:4
De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;

9hem, wiens komst

2:9
Joh. 8:41
2 Kor. 4:4
Efez. 2:2
overeenkomstig de werking van de satan is,
2:9
Deut. 13:1
Openb. 13:13
met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen,

10en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid

2:10
2 Kor. 2:15
4:3
in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden.

11

2:11
Rom. 1:24
En daarom zal God hun een krachtige dwaling2:11 krachtige dwaling - Letterlijk: werking van dwaling. zenden,
2:11
1 Tim. 4:1
zodat zij de leugen geloven,

12opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

Opwekking tot standvastigheid

13Maar wij moeten God altijd voor u danken, broeders, die geliefd bent door de Heere, dat God u van het begin verkoren heeft tot zaligheid, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid.

14Daartoe heeft Hij u geroepen door ons Evangelie om de heerlijkheid van onze Heere Jezus Christus te verkrijgen.

15Sta dan vast, broeders,

2:15
2 Thess. 3:6
en houd u aan de overleveringen waarin u onderwezen bent door ons woord of door onze brief.

16En onze Heere Jezus Christus Zelf en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad en ons een eeuwige troost en goede hoop gegeven heeft uit genade,

17moge uw harten vertroosten

2:17
1 Thess. 3:13
en u in elk goed woord en werk versterken.

3

Verzoek om voorbede

31Verder, broeders,

3:1
Matt. 9:38
Efez. 6:19
Kol. 4:3
bid voor ons dat het Woord van de Heere zijn loop mag hebben en verheerlijkt mag worden, zoals ook bij u,

2

3:2
Rom. 15:31
en dat wij verlost mogen worden van de slechte en boosaardige mensen.
3:2
Joh. 6:44
Want niet allen hebben het geloof.

Waarschuwing tegen een ongeregeld leven

3

3:3
1 Thess. 5:24
Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken
3:3
Joh. 17:15
en bewaren voor de boze.

4En wij vertrouwen van u in de Heere, dat u doet en ook doen zult wat wij u bevelen.

5En de Heere moge uw harten richten op de liefde van God en op de volharding van Christus.

6

3:6
Vers 14;
En wij bevelen u, broeders, in de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat u afstand neemt van iedere broeder die ongeregeld wandelt en niet naar
3:6
2 Thess. 2:15
de overlevering die hij van ons ontvangen heeft.

7Want u weet zelf

3:7
1 Kor. 11:1
1 Thess. 1:6,7
hoe men ons behoort na te volgen.
3:7
1 Thess. 2:10
Wij hebben ons immers niet ongeregeld gedragen in uw midden

8

3:8
Hand. 18:3
20:34
1 Kor. 4:12
2 Kor. 11:9
12:13
1 Thess. 2:9
en wij hebben bij niemand brood gegeten voor niets, maar met inspanning en moeite werkten wij nacht en dag om niemand van u tot last te zijn.

9

3:9
1 Kor. 9:3,6
1 Thess. 2:9
Niet dat wij de bevoegdheid niet hebben, maar wij handelden zo opdat wij onszelf voor u tot
3:9
1 Kor. 4:16
11:1
Filipp. 3:17
1 Thess. 1:6
een voorbeeld zouden stellen om ons na te volgen.

10Want ook toen wij bij u waren, bevalen wij u dit: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.

11Want wij horen dat sommigen onder u ongeregeld wandelen; zij werken niet, maar zijn bezig met nutteloze dingen.

12

3:12
1 Thess. 4:11
Zulke mensen bevelen wij en sporen wij namens onze Heere Jezus Christus aan dat zij in alle rust
3:12
Efez. 4:28
aan het werk gaan en hun eigen brood eten.

13En u, broeders,

3:13
Gal. 6:9
word niet moe goed te doen.

14Als iemand niet gehoorzaam is aan ons woord door middel van deze brief, maak hem als zodanig bekend

3:14
Vers 6;
en laat u niet met hem in, opdat hij tot inkeer komt.

15En beschouw hem niet als een vijand, maar wijs hem terecht als een broeder.

Groet en zegenbede

16

3:16
Rom. 15:33
16:20
1 Kor. 14:33
2 Kor. 13:11
Filipp. 4:9
1 Thess. 5:23
Moge de Heere van de vrede Zelf u voortdurend vrede geven op allerlei wijze. De Heere zij met u allen.

17

3:17
1 Kor. 16:21
Kol. 4:18
Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Dit is een teken in iedere brief. Zo schrijf ik.

18De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.