Herziene Statenvertaling (HSV)
17

Wijsheid bij het spreken en bij het zwijgen

171Beter een

17:1
Spr. 15:17
droog stuk brood met rust erbij,

dan een huis vol geslachte dieren met onenigheid.

2Een verstandige dienaar zal heersen over een zoon die beschaamd maakt,

te midden van de broers zal hij in de erfenis delen.

3

17:3
Spr. 27:21
Een smeltkroes is er voor het zilver en een oven voor het goud,

17:3
Jer. 17:10
maar de HEERE beproeft de harten.

4Een kwaaddoener slaat acht op bedrieglijke lippen,

een leugenaar hoort een verderfelijke tong aan.

5

17:5
Spr. 14:31
Wie de arme bespot, smaadt diens Maker,

wie zich verblijdt over iemands ongeluk, zal niet voor onschuldig gehouden worden.

6Kleinkinderen zijn de kroon van de ouderen,

en het sieraad van kinderen zijn hun vaders.

7Een lip die voortreffelijke dingen spreekt, past niet bij een dwaas,

hoeveel te minder een vals woord bij een aanzienlijke.

8Een omkoopgeschenk is in de ogen van de bezitters ervan een sierlijke steen;

waarheen hij zich ook wendt, hij zal voorspoedig zijn.

9Wie de overtreding toedekt, zoekt liefde,

maar wie de zaak weer oprakelt, maakt scheiding tussen de beste vrienden.

10Een bestraffing werkt dieper in op een verstandige,

dan een honderdtal stokslagen op een dwaas.

11Een opstandige zoekt slechts het kwade,

en er zal een meedogenloze bode naar hem toe gestuurd worden.

12Laat iemand een beer die van jongen beroofd is, maar tegenkomen,

maar niet een dwaas met zijn dwaasheid.

13

17:13
Deut. 32:35
Spr. 20:22
24:29
Rom. 12:17
1 Thess. 5:15
1 Petr. 3:9
Wie kwaad voor goed vergeldt,

het kwaad zal van zijn huis niet wijken.

14

17:14
Spr. 20:3
Het begin van een ruzie is alsof iemand water de vrije loop geeft.

Stop daarom de onenigheid, voordat ze echt losbarst.

15

17:15
Ex. 23:7
Spr. 24:24
Jes. 5:23
Wie de goddeloze vrijspreekt17:15 vrijspreekt - Letterlijk: rechtvaardigt. en wie de rechtvaardige schuldig verklaart,

zijn voor de HEERE een gruwel, allebei.

16Waarom toch zou er in de hand van een dwaas geld zijn

om wijsheid te kopen, terwijl hij geen verstand17:16 verstand - Letterlijk: hart; zie ook vers 18. heeft?

17Een vriend heeft te allen tijde lief,

en een broeder wordt in benauwdheid geboren.

18Een mens zonder verstand bevestigt iets met handslag17:18 bevestigt … handslag - Letterlijk: klapt een hand.

en stelt zich borg voor zijn naaste.

19Wie overtreding liefheeft, heeft ruzie lief,

17:19
Spr. 16:18
wie zijn deur verhoogt, zoekt ondergang.

20Wie verkeerd van hart is, zal het goede niet vinden,

en wie vals van tong is, valt in het kwaad.

21Wie een dwaas verwekt – deze zal hem tot verdriet worden,

de vader van een dwaas zal zich niet verblijden.

22

17:22
Spr. 15:13
Een blij hart bevordert de genezing,

maar een neerslachtige geest doet de beenderen verdorren.

23Een goddeloze zal een omkoopgeschenk uit de schoot aannemen

om de paden van het recht te buigen.

24

17:24
Pred. 2:14
8:1
Een verstandige heeft wijsheid voor ogen,

maar de ogen van de dwaas zijn gericht op het einde van de aarde.

25

17:25
Spr. 10:1
15:20
19:13
Een dwaze zoon is een verdriet voor zijn vader,

en bitterheid voor wie hem gebaard heeft.

26Het is niet goed de rechtvaardige ook te laten boeten,

nog minder aanzienlijken te slaan vanwege hun oprechtheid.

27Wie kennis van zaken heeft,17:27 Wie … heeft - Letterlijk: een kenner van kennis. houdt zijn woorden in,

en iemand met inzicht is bezonnen van geest.

28Zelfs een dwaas die zwijgt, wordt wijs geacht,

wie zijn lippen op elkaar houdt, verstandig.

18

Vriendschap en goedheid

181Een zelfzuchtige jaagt18:1 jaagt - Letterlijk: zoekt. naar zijn eigen verlangen,

hij barst los tegen alle wijsheid.

2Een dwaas vindt geen vreugde in inzicht,

maar alleen in het blootgeven van zijn hart.

3Waar een goddeloze binnenkomt, komt ook verachting,

en met schande komt ook smaad.

4De woorden uit de mond van een man zijn diepe wateren,

de bron van wijsheid is een overvloeiende beek.

5

18:5
Lev. 19:15
Deut. 1:17
16:19
Spr. 24:23
Het is niet goed een goddeloze voor te trekken18:5 een goddeloze voor te trekken - Letterlijk: gezichten van goddelozen te verheffen.

en het recht van een rechtvaardige te buigen in het gericht.

6De lippen van een dwaas komen terecht in onenigheid,

zijn mond roept om slagen.

7De mond van een dwaas

18:7
Spr. 10:14
13:3
is zijn ondergang,

zijn lippen zijn een

18:7
Spr. 12:13
valstrik voor hemzelf.

8

18:8
Spr. 26:22
De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen,

die dalen af in de schuilhoeken van zijn binnenste.18:8 de schuilhoeken van zijn binnenste - Letterlijk: de binnenkamers van de buik.

9Ja, wie zich slap opstelt in zijn werk,

die is een broeder van een aartsvernieler.18:9 een aartsvernieler - Letterlijk: een heer van vernieling.

10De Naam van de HEERE

18:10
2 Sam. 22:51
Ps. 18:3
61:4
Spr. 29:25
is een sterke toren,

een rechtvaardige snelt daarheen en wordt in een veilige vesting gezet.

11

18:11
Spr. 10:15
Het bezit van een rijke is zijn sterke stad,

als een hoge muur, in zijn verbeelding.

12

18:12
Spr. 11:2
16:18
Vóór de ondergang verheft zich het mensenhart,

18:12
Spr. 15:33
maar nederigheid gaat vóór de eer.

13Wie antwoordt voordat hij geluisterd heeft,

het is hem tot dwaasheid en schande.

14Iemands geestkracht zal hem in zijn ziekte steunen,

maar een neerslachtige geest, wie kan die opbeuren?

15Het hart van verstandigen verwerft kennis,

en het oor van wijzen zoekt kennis.

16De gift van een mens maakt ruimte voor hem,

en leidt hem in de tegenwoordigheid van groten.

17Wie de eerste is in zijn rechtszaak, lijkt rechtvaardig te zijn,

18:17
Spr. 25:8
maar dan komt zijn naaste en doorgrondt hem.

18Het lot doet geschillen ophouden,

en maakt scheiding tussen de machtigen.

19Een broeder wie onrecht is aangedaan, is erger dan een sterke stad,

en ruzies zijn als een grendel van een vesting.

20

18:20
Spr. 12:14
13:2
Van de vrucht van iemands mond wordt zijn buik verzadigd,

hij wordt verzadigd van de opbrengst van zijn lippen.

21Dood en leven zijn in de macht van de

18:21
Spr. 21:23
Jak. 3:2
tong,

wie hem liefheeft, zal de vrucht ervan eten.

22

18:22
Spr. 19:14
Wie een vrouw gevonden heeft, heeft iets goeds gevonden,

en de goedgunstigheid van de HEERE verkregen.

23Een arme spreekt met smeekbeden,

maar een rijke antwoordt harde dingen.

24Een man die vrienden heeft, kan het slecht vergaan,

maar soms is er een echte vriend

18:24
Spr. 17:17
die meer toegewijd is dan een broer.

19

De verantwoordelijkheid van de mens

191Beter een

19:1
Spr. 28:6
arme die in zijn oprechtheid zijn weg gaat,

dan iemand die verkeerd van lippen en bovendien een dwaas is.

2Ja, bezieling zonder kennis is niet goed,

en wie haastig is met de voeten, zondigt.

3

19:3
Jak. 1:13,14,15
De dwaasheid van een mens verdraait zijn weg,

en dan is zijn hart nog woedend op de HEERE ook!

4

19:4
Spr. 14:20
Bezit voegt veel vrienden toe,

maar een arme wordt van zijn vriend gescheiden.

5

19:5
Deut. 19:19
Spr. 21:28
Een valse getuige wordt niet voor onschuldig gehouden,

en wie leugens blaast, zal niet ontkomen.

6Velen trachten het gezicht van aanzienlijken gunstig te stemmen,

en iedereen is een vriend van wie vrijgevig is.19:6 wie vrijgevig is - Letterlijk: een man van gift.

7

19:7
Spr. 14:20
Alle broers van een arme haten hem,

hoeveel te meer blijven zijn vrienden ver van hem!

Achtervolgt hij hen met woorden, dan zijn zij er niet.

8Wie verstand19:8 verstand - Letterlijk: een hart. verwerft, heeft zijn leven lief,

wie inzicht bewaart, vindt het goede.

9

19:9
Vers
Een valse getuige wordt niet voor onschuldig gehouden,

wie leugens blaast, zal omkomen.

10Weelde past niet bij een dwaas,

19:10
Spr. 30:22
hoeveel te minder past het een dienaar om te heersen over vorsten!

11Het verstand van een mens doet hem zijn toorn uitstellen,

het is zijn sieraad aan een overtreding voorbij te gaan.

12

19:12
Spr. 16:14
20:2
De toorn van een koning is als het brullen van een jonge leeuw,

maar

19:12
Spr. 16:15
zijn welgevallen is als dauw op het gras.

13

19:13
Spr. 10:1
15:20
17:25
Een dwaze zoon is een ramp voor zijn vader,

en

19:13
Spr. 21:19
27:15
het geruzie van een vrouw een gestadig druppelen.

14Huis en bezit zijn een erfenis van de vaderen,

19:14
Spr. 18:22
maar een verstandige vrouw is van de HEERE.

15

19:15
Spr. 6:9
20:13
Luiheid doet in diepe slaap vallen,

19:15
Spr. 10:4
een bedrieglijke persoon zal hongerlijden.

16Wie het

19:16
Spr. 3:21,22
Luk. 11:28
gebod in acht neemt, bewaart zijn leven,

wie zijn wegen veracht, zal sterven.

17Wie zich ontfermt over de arme, leent uit aan de HEERE.

Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

18

19:18
Spr. 13:24
23:13
Breng uw zoon gehoorzaamheid bij wanneer er nog hoop is,

maar

19:18
Efez. 6:4
laat het niet in u opkomen19:18 laat … opkomen - Letterlijk: hef uw ziel niet op. hem te doden.

19Wie door het dolle heen is, moet daarvoor boeten,19:19 Wie … boeten - Letterlijk: Wie groot van woede is, draagt straf.

want als u hem ervan redt, moet u daarmee nog doorgaan.

20Luister naar raad en neem vermaning aan,

opdat u uiteindelijk wijs wordt.

21In het hart van de mens zijn veel plannen,

19:21
Job 23:13
Ps. 33:11
115:3
Jes. 46:10
maar de raad van de HEERE, die houdt stand.

22Het verlangen van de mens is zijn goedertierenheid,

maar een arme is beter dan een leugenachtige man.

23De vreze des HEEREN is ten leven,

19:23
Ps. 34:10
verzadigd overnacht men, door geen kwaad bezocht.

24

19:24
Spr. 26:15
Een luiaard steekt zijn hand in de schotel,

maar brengt hem niet meer aan zijn mond.

25

19:25
Spr. 21:11
Sla een spotter, dan zal die onverstandige schrander worden,

en wijs een verstandige terecht, en hij zal inzicht krijgen.19:25 inzicht krijgen - Letterlijk: kennis begrijpen.

26Wie zijn vader mishandelt, zijn moeder wegjaagt,

is een zoon die beschaamd maakt en schandelijk handelt.

27Houd maar op, mijn zoon, naar vermaning te luisteren,

als je toch van de woorden van de kennis afdwaalt.

28Een verdorven getuige spot met het recht,

en de mond van de goddelozen verslindt onrecht.

29Strafgerichten zijn bereid voor de spotters,

en slagen voor de rug van dwazen.