Herziene Statenvertaling (HSV)

Gebed van een onschuldig vervolgde

591Een gouden kleinood van David, voor de koorleider, op ‘Richt niet te gronde’;

59:1
1 Sam. 19:11
toen Saul dienaren gezonden had om het huis van David te bewaken en hem te doden.

2Red mij van mijn vijanden, mijn God,

zet mij in een veilige vesting voor wie tegen mij opstaan.

3Red mij van wie onrecht bedrijven,

verlos mij van de mannen van bloed.

4Want zie, zij leggen een hinderlaag voor mijn ziel,

sterke mannen scholen tegen mij samen, HEERE,

zonder overtreding of zonde van mijn kant;59:4 zonder … kant - Letterlijk: zonder mijn misdaad en zonder mijn zonde.

5zij komen aansnellen en maken zich gereed,

zonder misdaad van mijn kant.

Word wakker, kom mij tegemoet, en zie.

6Ja U, HEERE, God van de legermachten, God van Israël,

ontwaak om al deze heidenvolken te straffen;

wees niemand genadig van wie trouweloos onrecht bedrijven. Sela

7Tegen de avond keren zij terug,

zij grommen als honden

en trekken de stad rond.

8Zie, hun mond vloeit over;

59:8
Ps. 55:22
57:5
zwaarden komen van hun lippen.

59:8
Ps. 10:11
94:7
Want, denken zij, wie hoort het?

9Maar U, HEERE, U

59:9
Ps. 2:4
lacht om hen,

U bespot alle heidenvolken.

10Tegenover zijn macht wacht ik op U,

want God is mijn veilige vesting.

11Mijn goedertieren God zal mij te hulp komen,

God zal mij op mijn belagers doen neerzien.

12Dood hen niet, anders vergeet mijn volk het;

doe hen rondzwerven door Uw kracht,

werp hen neer, Heere, ons schild,

13om de zonde van hun mond, om het woord van hun lippen.

Laat hen gevangen worden in hun trots,

om de vervloeking en om de leugen die zij vertellen.

14Vernietig hen in Uw grimmigheid,

vernietig hen, zodat zij er niet meer zijn;

laat hun weten dat God Heerser is in Jakob,

ja, tot aan de einden der aarde. Sela

15Laat hen dan tegen de avond terugkeren,

laat hen grommen als honden

en de stad rondtrekken.

16Laat hen zelf rondzwerven op zoek naar voedsel,

laat hen overnachten, al zijn zij niet verzadigd.

17Ik echter zal van Uw macht zingen

en 's morgens vrolijk zingen van Uw goedertierenheid.

Want U bent voor mij een veilige vesting geweest,

een toevlucht in de dagen dat angst mij benauwde.

18Voor U, mijn kracht, zal ik psalmen zingen,

want God is mijn veilige vesting,

mijn goedertieren God.