Herziene Statenvertaling (HSV)
26

Gebed om recht

261Een psalm van David.

26:1
Ps. 7:9
Doe mij recht, HEERE,

want ík ga mijn weg in mijn oprechtheid.

Op de HEERE vertrouw ik,

ik zal niet wankelen.

2Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef,

toets mijn nieren en mijn hart.

3Want Uw goedertierenheid houd ik voor ogen,

ik wandel in Uw waarheid.

4

26:4
Job 31:5
Ps. 1:1
Ik zit niet bij valsaards,

met huichelaars ga ik niet om.

5Ik haat het gezelschap van kwaaddoeners,

bij goddelozen zit ik niet.

6Ik was mijn handen in onschuld;

ik ga rondom Uw altaar, HEERE,

7om een loflied te doen horen

en al Uw wonderen te vertellen.

8HEERE, ik heb lief het huis waar U woont

en de tabernakel, de woonplaats van Uw eer.

9Neem mijn ziel niet weg met de zondaars,

noch mijn leven met de mannen van bloed.

10In hun handen is schandelijk gedrag,

hun rechterhand is vol geschenken.

11Ik echter, ik ga mijn weg in mijn oprechtheid,

verlos mij dan en wees mij genadig.

12Mijn voet staat op een geëffende weg;

in de samenkomsten zal ik de HEERE loven.

27

Sterk in de HEERE

271Een psalm van David.

27:1
Jes. 10:17
60:19,20
Micha 7:8
Luk. 1:79
Joh. 1:4
8:12
Openb. 21:23
De HEERE is mijn licht en mijn heil,

27:1
Ps. 118:6
voor wie zou ik vrezen?

De HEERE is mijn levenskracht,

voor wie zou ik angst hebben?

2Toen kwaaddoeners op mij afkwamen,

om mij levend te verslinden27:2 levend te verslinden - Letterlijk: om mijn vlees te eten.

– mijn tegenstanders en mijn vijanden –

struikelden zij zelf en vielen.

3Al belegerde mij een leger,

mijn hart zou niet vrezen;

al brak er een oorlog tegen mij uit,

toch vertrouw ik hierop.

4Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,

dát zal ik zoeken:

dat ik wonen mag in het huis van de HEERE,

al de dagen van mijn leven,

om de lieflijkheid van de HEERE te aanschouwen

en te onderzoeken in Zijn tempel.

5Want Hij doet mij schuilen in Zijn hut

op de dag van het onheil.

Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent,

Hij plaatst mij hoog op een rots.

6Nu heft mijn hoofd zich omhoog

boven mijn vijanden, die mij omringen.

Ik zal in Zijn tent offers brengen onder geschal van trompetten;

ik zal zingen, ja, ik zal psalmen zingen voor de HEERE.

7Hoor, HEERE, mijn stem als ik roep;

wees mij genadig en antwoord mij.

8Mijn hart zegt tegen U wat U Zelf zegt:

Zoek Mijn aangezicht.

Ik zóek Uw aangezicht, HEERE,

9verberg Uw aangezicht niet voor mij.

Wijs Uw dienaar niet af in toorn,

U bent mijn hulp geweest;

laat mij niet in de steek en verlaat mij niet,

o God van mijn heil.

10Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten,

maar de HEERE zal mij aannemen.

11HEERE,

27:11
Ps. 25:4
86:11
119
leer mij Uw weg,

leid mij op een geëffend pad

omwille van mijn belagers.

12Geef mij niet over aan de begeerte van mijn tegenstanders,

want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan

en mensen die briesen van geweld.

13Als ik toch niet had geloofd dat ik de goedheid van de HEERE

zou zien in het land van de levenden,

ik was vergaan.

14

27:14
Jes. 25:9
33:2
Hab. 2:3
Wacht op de HEERE,

wees sterk

en Hij zal uw hart sterk maken;

ja, wacht op de HEERE.

28

Gebed om verlossing

281Een psalm van David.

Tot U roep ik, HEERE, mijn rots.

Houd U niet doof voor mij!

28:1
Ps. 143:7
Want houdt U Zich stil voor mij,

dan ben ik aan hen gelijk

28:1
Ps. 30:4
die in de kuil neerdalen.

2Hoor mijn luide smeekbeden,

wanneer ik tot U roep,

wanneer ik mijn handen ophef

naar Uw binnenste heiligdom.

3Ruk mij niet weg met de goddelozen

en met allen die onrecht bedrijven,

28:3
Ps. 12:3
Jer. 9:8
die van vrede spreken met hun naaste,

terwijl er kwaad is in hun hart.

4Geef hun loon naar wat zij doen

en naar hun slechte daden,

geef hun naar het werk van hun handen,

vergeld hun naar wat zij verdienen.

5Want zij letten niet

op de daden van de HEERE,

en op het werk van Zijn handen;

daarom zal Hij hen afbreken en niet opbouwen.

6Geloofd zij de HEERE,

want Hij heeft mijn luide smeekbeden gehoord.

7De HEERE is mijn kracht en mijn schild;

op Hem heeft mijn hart vertrouwd

en ik ben geholpen.

Daarom springt mijn hart op van vreugde

en zal ik Hem met mijn lied loven.

8De HEERE is hun kracht,

Hij is de kracht achter de overwinningen van Zijn gezalfde.

9Verlos Uw volk en zegen Uw eigendom,

weid hen en draag hen tot in eeuwigheid.