Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Afzender, geadresseerden, groet

11Paulus, een geroepen apostel van Jezus Christus door de wil van God, en Sosthenes, de broeder,

2aan de gemeente van God die in Korinthe is,

1:2
Joh. 17:19
Hand. 15:9
1 Thess. 4:7
aan de geheiligden in Christus Jezus,
1:2
Rom. 1:7
Efez. 1:1
geroepen heiligen,
1:2
2 Tim. 2:22
met allen die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen, in elke plaats, zowel hun als onze Heere:

3

1:3
Rom. 1:7
2 Kor. 1:2
Efez. 1:2
1 Petr. 1:2
genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.

Dankzegging voor de genade van God

4Ik dank mijn God altijd voor u, vanwege de genade van God die u gegeven is in Christus Jezus.

5

1:5
Kol. 1:9
U bent namelijk in alles rijk geworden in Hem, in alle spreken en alle kennis,

6naarmate het getuigenis van Christus bevestigd is onder u,

7zodat het u aan geen genadegave ontbreekt,

1:7
Filipp. 3:20
Tit. 2:13
terwijl u de openbaring van onze Heere Jezus Christus verwacht.

8

1:8
1 Thess. 3:13
5:23
God zal u ook bevestigen tot het einde toe, zodat u onberispelijk zult zijn op de dag van onze Heere Jezus Christus.

9

1:9
1 Kor. 10:13
1 Thess. 5:24
God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot
1:9
Jer. 32:40Joh. 15:5
Gal. 2:20
1 Joh. 1:3
de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.

Verdeeldheid in de gemeente

10Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere Jezus Christus,

1:10
Rom. 12:16
15:5
Filipp. 2:2
3:16
1 Petr. 3:8
dat u allen eensgezind bent in uw spreken,1:10 eensgezind bent in uw spreken - Letterlijk: hetzelfde spreekt. en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen.

11Want mij is over u bekendgemaakt, mijn broeders, door de huisgenoten van Chloë, dat er ruzies onder u zijn.

12Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt:

1:12
1 Kor. 3:4
Ik ben van Paulus, ík van
1:12
Hand. 18:24
1 Kor. 16:12
Apollos, ík van Kefas, en ík van Christus.

13Is Christus verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u in de naam van Paulus gedoopt?

14Ik dank God dat ik niemand van u gedoopt heb dan

1:14
Hand. 18:8
Crispus en
1:14
Rom. 16:23
Gajus,

15zodat niemand kan zeggen dat ik in mijn naam gedoopt heb.

16Ik heb echter ook nog het huisgezin van

1:16
1 Kor. 16:15,17
Stefanas gedoopt. Verder weet ik niet of ik nog iemand anders gedoopt heb.

17Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen,

1:17
1 Kor. 2:1,4
2 Petr. 1:16
niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest.

De wijsheid van de wereld en van God

18Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan wel dwaasheid,

1:18
Rom. 1:16
maar voor ons die behouden worden, is het een kracht van God.

19Want er staat geschreven:

1:19
Job 5:12
Jes. 29:14
Ik zal de wijsheid van de wijzen verloren doen gaan en het verstand van de verstandigen zal Ik tenietdoen.

20

1:20
Jes. 33:18
Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze wereld? Heeft God niet de wijsheid van deze wereld dwaas gemaakt?

21

1:21
Matt. 11:25
Luk. 10:21
Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven.

22Immers,

1:22
Matt. 12:38
16:1
Joh. 4:48
de Joden vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid;

23wij echter prediken Christus, de Gekruisigde,

1:23
Matt. 11:6Joh. 6:60,66
voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid.

24Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en

1:24
Kol. 2:3
de wijsheid van God.

25Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen.

26Let namelijk op uw roeping, broeders:

1:26
Joh. 7:48
Jak. 2:5
er zijn onder u niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken.

27Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen.

28En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen,

29opdat geen vlees voor Hem zou roemen.

30Maar uit Hem bent u in Christus Jezus,

1:30
Jer. 23:5
Joh. 17:19
Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing,

31opdat het zal zijn zoals geschreven staat:

1:31
Jes. 65:16
Jer. 9:23,24
2 Kor. 10:17
Wie roemt, laat hij roemen in de Heere.

2

Karakter en doel van de prediking

21En ik, broeders, toen ik bij u kwam,

2:1
Vers
ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen,

2want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.

3

2:3
Hand. 18:1
En ik was bij u in
2:3
Hand. 18:3
2 Kor. 10:10
zwakheid, met vrees en veel beven.

4En mijn spreken en mijn prediking

2:4
Vers
bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht,

5opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen,

2:5
2 Kor. 4:7
maar in kracht van God.

6

2:6
Job 28:21
En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen,2:6 volwassenen - Letterlijk: volmaakten. maar een wijsheid
2:6
Jak. 3:15
niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld,
2:6
1 Kor. 15:24
die tenietgedaan worden.

7Wij spreken echter

2:7
Rom. 16:25
de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid
2:7
1 Kor. 4:1
die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid;

8

2:8
Matt. 11:25
Joh. 7:48
Hand. 13:27
2 Kor. 3:14
een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft.
2:8
Joh. 16:3
Hand. 3:17
13:27
1 Tim. 1:13
Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.

9Maar het is zoals geschreven staat:

2:9
Jes. 64:4
Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.

10

2:10
Matt. 13:11
2 Kor. 3:18
Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God.

11

2:11
Spr. 27:19
Jer. 17:9
Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God.

12En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld,

2:12
Rom. 8:15
maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn.

13Van die dingen spreken wij ook,

2:13
Vers
niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de Heilige Geest ons leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken.

14Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden.

15

2:15
Spr. 28:5
De geestelijke mens beoordeelt wel alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.

16

2:16
Jes. 40:13
Rom. 11:34
Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend, dat hij Hem zal onderrichten? Maar wij hebben de gedachten van Christus.

3

Waarschuwing tegen verdeeldheid

31En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot mensen die geestelijk zijn, maar als tot mensen die nog vleselijk zijn, als tot jonge kinderen in Christus.

2

3:2
Hebr. 5:12
1 Petr. 2:2
Ik heb u met melk gevoed en niet met vast voedsel, want u kon dat nog niet verdragen; ja, u kunt dat ook nu nog niet,

3want u bent nog vleselijk.

3:3
1 Kor. 1:11
Gal. 5:19
Jak. 3:16
Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens?

4Want als iemand zegt:

3:4
1 Kor. 1:12
Ik ben van Paulus, en een ander: Ik van Apollos, bent u dan niet vleselijk?

5Wie is Paulus dan, en wie is

3:5
Hand. 18:24
1 Kor. 1:12
16:12
Apollos, anders dan dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft?

6Ik heb geplant,

3:6
Hand. 18:26
19:1
Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien.

7Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien.

8En hij die plant en hij die begiet, zijn één,

3:8
Ps. 62:13
Jer. 17:10
32:19
Matt. 16:27
Rom. 2:6
14:12
2 Kor. 5:10
Gal. 6:5
Openb. 2:23
22:12
maar ieder zal zijn eigen loon ontvangen overeenkomstig zijn eigen inspanning.

9Want Gods

3:9
2 Kor. 6:1
medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods
3:9
Efez. 2:20
Kol. 2:7
1 Petr. 2:5
bouwwerk bent ú.

Christus het enige fundament

10Overeenkomstig de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt daarop. Ieder dient er echter op toe te zien hoe hij daarop bouwt.

11Want niemand kan een ander fundament leggen dan

3:11
Jes. 28:16
Matt. 16:18
wat gelegd is, dat is Jezus Christus.

12Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro,

13ieders werk zal openbaar worden.

3:13
Jes. 8:20
48:10
Jer. 23:29
1 Petr. 1:7
4:12
De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.

14Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen.

15Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.

16

3:16
1 Kor. 6:19
2 Kor. 6:16
Hebr. 3:6
1 Petr. 2:5
Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?

17Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u.

18

3:18
Spr. 3:7
Jes. 5:21
Laat niemand zichzelf bedriegen. Als iemand onder u denkt dat hij wijs is in deze wereld, laat hij dwaas worden, opdat hij wijs zal worden.

19Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven:

3:19
Job 5:13
Hij vangt de wijzen in hun sluwheid.

20En opnieuw:

3:20
Ps. 94:11
De Heere kent de overwegingen van de wijzen, dat zij zinloos zijn.

21Laat daarom niemand roemen in mensen, want alles is van u:

22hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Kefas, hetzij de wereld, hetzij het leven, hetzij de dood, hetzij tegenwoordige dingen, hetzij toekomstige dingen, alles is van u.

23U echter bent van Christus en Christus is van God.