Bijbel in Gewone Taal (BGT)
13

De liefde

Zonder liefde is alles zinloos

131Als je geen liefde hebt voor anderen, zijn je woorden zinloos. Zelfs al laat de heilige Geest je alle talen van de wereld spreken, en ook nog de taal van de engelen.

2Als je geen liefde hebt voor anderen, beteken je niets. Zelfs al laat God je zijn boodschap bekendmaken en krijg je van hem al zijn geheime kennis. En zelfs al heb je zo’n groot geloof dat je bergen kunt verplaatsen.

3Als je geen liefde hebt voor anderen, dan is alles wat je doet, zinloos. Zelfs al verkoop je je bezit, en geef je het geld aan de armen. Zelfs al sterf je in het vuur, omdat je je leven geeft voor de goede zaak.

Wat is liefde?

4Liefde is: geduldig en vriendelijk zijn. Liefde is: niet jaloers zijn, niet vertellen hoe goed je bent, jezelf niet belangrijker vinden dan een ander.

5Liefde is: een ander niet beledigen, niet alleen aan jezelf denken, geen ruzie maken en geen wraak willen nemen.

6Liefde is: blij worden van het goede, en een hekel hebben aan het kwaad.

7Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden.

De liefde zal nooit verdwijnen

8Ooit zal er niet meer gesproken worden in vreemde klanken. Ooit zal er geen geheime kennis meer zijn. Ooit zullen mensen geen boodschap van God meer vertellen. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.

9-10Alles wat onvolmaakt is, zal verdwijnen als Gods nieuwe wereld komt. Dat geldt voor al onze kennis, en voor iedere boodschap die we vertellen. 11Het is als met een kind dat volwassen wordt. Een kind praat en denkt nog als een kind. Maar als het volwassen geworden is, zijn al die kinderlijke dingen verdwenen. Net zo zal straks alles wat onvolmaakt is, verdwenen zijn. Maar de liefde zal nooit verdwijnen.

12Nu zien we God nog niet. We merken wel dat hij er is, maar we zien hem niet. Maar straks, in de nieuwe wereld, zullen we God zien met onze eigen ogen. Nu weten we nog lang niet alles over God. Maar dan zullen we hem echt kennen, zoals hij ons nu al kent.

13Dit is dus waar het om gaat: geloof, vertrouwen en liefde. Dat moet steeds het belangrijkste in ons leven zijn. Maar het allerbelangrijkste is de liefde.

14

Spreken in de kerk

Anderen moeten begrijpen wat je zegt

141Leef dus met elkaar in liefde. Maar houd je ook bezig met de bijzondere krachten van de heilige Geest. Luister vooral heel goed als iemand een boodschap van God vertelt.

2-4Als de heilige Geest je in vreemde klanken laat spreken, spreek je tegen God, en niet tegen mensen. Want dan spreek je wel over Gods wijze plannen, maar niemand kan je verstaan. Je hebt er dus alleen zelf iets aan. Maar als de heilige Geest je een boodschap van God laat vertellen, kan iedereen je verstaan. Daarmee help je de anderen: je geeft hun raad en je spreekt hun moed in. Als je een boodschap van God vertelt, hebben de andere christenen daar ook iets aan.

5Ik zou wel willen dat jullie allemaal in vreemde klanken konden spreken. Maar ik zou nog veel liever willen dat jullie allemaal een boodschap van God konden vertellen. Want daar hebben ook de andere christenen iets aan. Als je in vreemde klanken spreekt, help je de andere christenen niet. Behalve als iemand kan uitleggen wat die klanken betekenen.

Niemand kan vreemde klanken verstaan

6Vrienden, stel dat ik bij jullie kom en dan alleen maar in vreemde klanken spreek. Daar hebben jullie toch niets aan? Het is veel nuttiger als ik vertel over de bijzondere ervaringen die God mij geeft. Of als ik jullie mijn kennis over God doorgeef, of een boodschap van God vertel, of jullie iets leer over het geloof.

7Denk eens aan het geluid van een muziekinstrument. Als een fluit of een harp steeds dezelfde toon laat horen, weet je niet welk lied er gespeeld wordt. 8En als het geluid van de trompet onduidelijk is, begrijpt niemand dat dat het teken is dat de oorlog begint. Dan gaat er dus niemand vechten!

9Zo is het ook bij jullie. Stel dat jullie onbegrijpelijke woorden spreken. Dan weet niemand wat je bedoelt. Dan zijn je woorden toch zinloos?

10Er worden op de wereld ontelbaar veel talen gesproken. Overal spreken mensen hun eigen taal. 11Maar als ik de taal van een ander niet ken, zullen we elkaar niet verstaan. Dan blijven we vreemdelingen voor elkaar.

12Jullie zijn erg bezig met de bijzondere krachten die de Geest ons geeft. Maar jullie moeten je vooral bezighouden met de krachten waar ook andere christenen iets aan hebben.

Mensen moeten je kunnen begrijpen

13Stel dat je in vreemde klanken spreekt. Dan moet je aan God vragen of hij iemand laat uitleggen wat die klanken betekenen.

14Stel dat je hardop bidt in vreemde klanken. Dat is goed, want de heilige Geest laat je spreken. Maar het probleem is dat de anderen je niet begrijpen. 15Natuurlijk is het goed als de heilige Geest je hardop laat bidden of een lied laat zingen. Maar het is ook belangrijk dat de anderen kunnen verstaan wat je bidt of zingt.

16Stel dat je God hardop dankt met de vreemde klanken die de Geest je laat spreken. Dan begrijpen de anderen niet wat je zegt. Ze zullen dan ook geen ‘Amen’ zeggen na je gebed. Want ze hebben geen idee wat je aan het doen bent. 17Het is natuurlijk goed dat je God dankt. Maar de andere christenen moeten er wel iets aan hebben.

18Ik dank God dat ik in vreemde klanken kan spreken. Ik kan dat trouwens beter dan jullie! 19Maar in de kerk spreek ik liever vijf woorden die iedereen begrijpt, dan duizend die niemand begrijpt. Want ik wil dat de mensen iets van mij leren.

De reactie van ongelovigen

20Vrienden, het wordt tijd dat jullie gaan nadenken. Houd je niet bezig met dingen die slecht zijn, maar gebruik je verstand!

21Luister! In de heilige boeken zegt God: «Ik zal spreken tegen mijn volk in een vreemde taal, een taal die niemand verstaat. Maar ook dan zullen de mensen niet naar mij luisteren.» 22Weten jullie wat dat betekent? Dat mensen niet gaan geloven als ze iemand vreemde klanken horen spreken. Maar als ze iemand een boodschap van God horen vertellen, gaan ze wel geloven.

23Stel dat jullie in de kerk bij elkaar komen, en dat jullie dan allemaal in vreemde klanken spreken. En stel dat er dan mensen binnenkomen die niets van ons geloof weten. Dan zullen die natuurlijk zeggen dat jullie gek zijn!

24-25Maar stel dat jullie bij elkaar zijn en dat jullie allemaal een boodschap van God vertellen. En stel dat er dan iemand binnenkomt die niets van ons geloof weet. Dan zal hij door jullie woorden begrijpen dat hij op een verkeerde manier geleefd heeft. En dan zal hij knielen en God eren, en hij zal zeggen: ‘Ja, jullie hebben gelijk. Jullie God is de enige.’

Orde in de kerk

26Vrienden, wat ik jullie wil zeggen, is dit: Als jullie bij elkaar komen, gebeurt er van alles. Er worden liederen gezongen, en er wordt uitleg gegeven over het geloof. Sommige mensen vertellen over de bijzondere ervaringen die God hun geeft. Anderen spreken in vreemde klanken, en weer anderen leggen uit wat die klanken betekenen. Maar bedenk altijd dat die dingen jullie moeten helpen om elkaars geloof sterker te maken.

27Als je in vreemde klanken spreekt, doe dat dan in een klein groepje van twee of drie personen. Jullie moeten dan één voor één spreken. Bovendien moet er iemand bij zijn die kan uitleggen wat die klanken betekenen. 28Maar als er niemand uitleg kan geven, zwijg dan. Natuurlijk mag je thuis altijd in vreemde klanken spreken. Want dan spreek je alleen tegen God.

29-32Er mogen niet meer dan twee of drie mensen een boodschap van God vertellen. En ze moeten één voor één spreken. Stel dat iemand aan het spreken is, en een ander krijgt op dat moment een boodschap van God. Dan moet de eerste zwijgen.

Mensen die Gods boodschap vertellen, moeten dat doen in woorden die iedereen kan begrijpen. Dan kan iedereen meepraten over de betekenis van de boodschap. En zo kan iedereen ervan leren en nieuwe moed krijgen.

33Onze God wil vrede en orde. Daarom is er orde bij alle christenen in de hele wereld. En dus moet er ook orde zijn bij jullie in de kerk.

Vrouwen moeten zich goed gedragen

34-35Vrouwen mogen niet zomaar wat zeggen in de kerk. Ze moeten zwijgen en luisteren. Als ze iets willen weten, kunnen ze dat thuis aan hun man vragen. Want het is een schande als een vrouw zomaar iets zegt in de kerk. Trouwens, overal waar groepen mensen bij elkaar zijn, moeten de vrouwen zwijgen. Dat staat ook in onze wetten.

36Luister! Jullie waren niet de eerste christenen in deze wereld. En jullie zijn ook niet de enige christenen. Jullie moeten je gedragen zoals alle andere christenen.

Regels van de Heer

37Denk erom dat de dingen die ik hier schrijf, regels van de Heer zijn. Die regels gelden voor iedereen die een boodschap van God wil vertellen, of in vreemde klanken wil spreken. 38Als je niet naar die regels luistert, dan luistert God ook niet naar jou!

39Dus, vrienden, laat zo vaak mogelijk iemand spreken die een boodschap van God wil vertellen. En laat mensen die in vreemde klanken spreken, hun gang gaan. 40Maar zorg ervoor dat iedereen zich goed gedraagt, en dat er orde is in de kerk.

15

Opstaan uit de dood

Het goede nieuws over Christus

151Vrienden, ik heb jullie vroeger het goede nieuws van God verteld. Jullie hebben dat toen allemaal gehoord. En jullie geloven in die boodschap van God. 2Daarom zullen jullie door God gered worden. Maar alleen als jullie ook blijven geloven in die boodschap. Anders is alles voor niets geweest.

3Luister! Het goede nieuws dat ik jullie vroeger verteld heb, heb ik niet zelf bedacht. Ik heb het van anderen gehoord. En in de heilige boeken is er ook al over geschreven. Dit is het goede nieuws: Jezus Christus is voor ons gestorven, en daardoor worden onze zonden vergeven. 4Na zijn dood is hij begraven, maar drie dagen later is hij opgestaan uit de dood. Ook dat staat al in de heilige boeken.

5Nadat Jezus Christus uit de dood was opgestaan, heeft Petrus hem gezien. Daarna hebben de twaalf leerlingen hem allemaal gezien. 6Later hebben meer dan vijfhonderd christenen tegelijk hem gezien. Een paar van hen zijn intussen gestorven, maar de meesten leven nog. 7Weer later heeft ook Jakobus hem gezien, en daarna ook alle andere apostelen.

Ook Paulus vertelt het goede nieuws

8Ook ik heb Jezus Christus gezien nadat hij opgestaan was uit de dood. Maar ik was de allerlaatste die hem zag. Ik was toen trouwens een waardeloos mens, 9want ik vervolgde de christenen. Daarom ben ik ook de onbelangrijkste van alle apostelen. Ik ben het niet waard om een apostel te zijn!

10Maar God was goed voor mij. Hij liet mij zijn dienaar worden. Ik heb heel hard gewerkt, veel harder dan alle andere apostelen. En mijn werk is niet voor niets geweest, want veel mensen zijn gaan geloven. Dat was natuurlijk niet mijn werk, maar Gods werk. Want al mijn werk is te danken aan Gods goedheid.

11Ik vertel hetzelfde goede nieuws als alle andere apostelen. Er is maar één boodschap van God, en in die boodschap zijn jullie allemaal gaan geloven.

De mensen zullen opstaan uit de dood

12Jezus Christus is opgestaan uit de dood. Dat is het goede nieuws! Toch geloven sommigen van jullie niet dat alle mensen zullen opstaan uit de dood.

13Stel dat zij gelijk hebben. Stel dat de mensen niet zullen opstaan uit de dood. Dan kan Christus toch ook niet opgestaan zijn? 14Maar als Christus niet opgestaan is, dan is alles wat wij vertellen, onzin. Dan is ook het hele geloof zinloos. 15En dan hebben wij als apostelen leugens verteld over God! Want als de mensen niet zullen opstaan, heeft God natuurlijk ook Christus niet laten opstaan. En dan zijn wij leugenaars. Want wij hebben gezegd dat God Christus wel heeft laten opstaan uit de dood.

16Ik zeg het nog maar een keer. Stel dat de mensen niet zullen opstaan uit de dood. Dan kan Christus toch ook niet opgestaan zijn? 17Maar als Christus niet opgestaan is, dan is ons geloof waardeloos. Dan zijn we nog steeds zondige mensen. 18En dan is er geen enkele hoop meer voor de christenen die al gestorven zijn.

19Als ons geloof in Christus alleen maar belangrijk zou zijn voor ons aardse leven, dan is het zinloos. Wat zou dat treurig zijn! Dan zouden alle mensen medelijden met ons moeten hebben.

Christus is als eerste opgestaan

20Luister nu goed: Christus is opgestaan uit de dood! Hij was de eerste. En net als hij zullen ook de andere doden opstaan.

21-22De dood is in de wereld gekomen door een mens, door Adam. Alle mensen moeten sterven, net als Adam. Maar door een ander mens, door Jezus Christus, zullen de mensen opstaan uit de dood. Alle gestorven christenen zullen weer levend worden, net als Christus.

23Maar ieder op zijn beurt. Christus is als eerste opgestaan. En pas op de dag dat hij terugkomt, zullen alle gestorven christenen opstaan.

De kwade machten worden vernietigd

24-28Daarna zal het einde komen. Dan zullen alle kwade machten die nu over ons willen heersen, door Jezus Christus vernietigd worden. De laatste macht die door hem vernietigd zal worden, is de dood.

Want in de heilige boeken staat: «Al zijn vijanden zullen diep voor hem buigen.» En er staat ook: «God laat hem over alles heersen.» Dat gaat allemaal over Gods Zoon. God zal hem namelijk laten heersen over alles en iedereen. Behalve natuurlijk over God zelf!

En als Gods Zoon al zijn vijanden verslagen heeft, zal hij zijn macht weer in handen geven van God, zijn Vader. Dan zal God alle macht hebben, en heersen over alles en iedereen.

Luister niet naar verkeerde ideeën

29Er zijn christenen die zich laten dopen voor iemand die al gestorven is. Ze hopen dat die persoon dan ook gered zal worden. Ze geloven dus dat mensen uit de dood zullen opstaan. Anders zou het zinloos zijn om zich voor hen te laten dopen.

30En kijk ook eens naar mij! Op elk moment is mijn leven in gevaar. 31Ja, vrienden, elke dag zou ik gedood kunnen worden, omdat ik een dienaar van onze Heer Jezus Christus ben. God weet dat dat waar is! Net zoals hij weet hoe trots ik erop ben dat jullie zijn gaan geloven. 32Stel dat ik hier in Efeze de doodstraf krijg en tegen de wilde dieren moet vechten. Wat zou dat voor zin hebben, als ik niet zou geloven dat de doden zullen opstaan? Dan zou ik beter kunnen zeggen: ‘Laten we lekker eten en drinken. Want morgen gaan we toch dood!’

33Denk aan het spreekwoord: ‘Omgaan met slechte mensen maakt goede mensen slecht.’ Pas dus op voor mensen die niet geloven dat de doden zullen opstaan!

34Vergeet die verkeerde ideeën, en denk toch eens na! Sommigen van jullie snappen werkelijk niet hoe machtig God is. Jullie zouden je allemaal moeten schamen.

Alles heeft zijn eigen vorm

35Iemand zou kunnen zeggen: ‘Hoe kunnen de doden dan opstaan? Wat voor lichaam zullen ze dan hebben?’

36Zo iemand begrijpt er niets van! Als je zaad op je akker strooit, valt dat in de grond om te sterven. Maar daarna gaat het weer leven, en groeien er planten uit. 37Die planten zien er totaal anders uit dan het zaad dat op de akker gestrooid is. Er zijn gewone korreltjes gezaaid, graankorrels of andere korrels. 38God laat uit al dat zaad planten groeien, en hij zorgt ervoor dat iedere soort zijn eigen vorm heeft. Precies zoals hij het wil.

39Ook al het andere dat leeft, heeft zijn eigen vorm. Er zijn mensen, er zijn dieren die op het land leven, er zijn vogels en vissen. Allemaal zien ze er anders uit.

40En wat we op aarde tegenkomen, ziet er weer heel anders uit dan wat we aan de hemel zien en wat zulk mooi licht geeft. 41Bovendien is het licht van de zon anders dan het licht van de maan. Het licht van de maan is weer anders dan het licht van de sterren. En het licht van de ene ster is weer anders dan het licht van de andere ster.

Een aards lichaam en een hemels lichaam

42-43Zo zal het ook zijn als we opstaan uit de dood. Nu hebben we een lichaam dat sterfelijk en zwak is, en weinig voorstelt. Dat is het lichaam dat sterft. Maar als we opstaan uit de dood, zullen we een ander lichaam hebben, een lichaam dat onsterfelijk, krachtig en schitterend is.

44Ons aardse lichaam sterft. Maar we zullen met een nieuw lichaam opstaan uit de dood. Dat lichaam is een hemels lichaam.

We zullen een hemels lichaam krijgen

Er is dus niet alleen een aards lichaam, maar ook een hemels lichaam.

45In de heilige boeken staat: «Adam was de eerste mens, hij leefde op aarde.» Na Adam kwam er een nieuwe mens: Jezus Christus. Die leeft in de hemel, en hij zal ons het eeuwige leven geven. 46Eerst is er dus het aardse leven, en daarna komt het hemelse leven.

47God maakte de eerste mens van aarde. Maar aan Jezus Christus, de nieuwe mens, heeft hij een hemels lichaam gegeven. 48-49Wij zijn nu nog zoals die eerste mens. Net als Adam hebben ook wij een aards lichaam. Maar straks zullen we net zo zijn als de nieuwe mens, Jezus Christus. Dan zullen we een hemels lichaam hebben, net als hij.

50Vrienden, ik bedoel dit: Ons aardse lichaam is zwak en sterfelijk. Daarmee kunnen we niet in Gods nieuwe wereld leven.

51-53Maar luister, ik zal jullie vertellen wat Gods plan met ons is. Alle christenen zullen een nieuw lichaam krijgen. Dat zal gebeuren als Jezus Christus terugkomt. Als het geluid van de hemelse trompet klinkt, worden we allemaal in één tel veranderd. De gestorven christenen staan dan op uit de dood met een nieuw lichaam, een onsterfelijk lichaam. En ook wij, de levende christenen, krijgen dan een onsterfelijk lichaam.

De dood zal overwonnen worden

54Ons sterfelijke lichaam zal dus veranderd worden in een onsterfelijk lichaam. Dan wordt werkelijkheid wat in de heilige boeken staat: «De dood is overwonnen en voor altijd verdwenen. 55De dood heeft geen macht meer en kan ons geen kwaad meer doen!»

56Nu heeft de dood nog macht over ons. Dat komt door de zonde. Want de zonde verleidt de mensen om alles te doen wat de wet verbiedt. En daardoor moeten alle mensen sterven. 57Maar onze Heer Jezus Christus zal voor ons de dood overwinnen. Laten we God daarvoor danken!

58Beste vrienden, houd vast aan het geloof dat de doden zullen opstaan. Blijf vertrouwen op de macht van God. En doe altijd je uiterste best om elkaar te steunen. Blijf trouw aan de Heer. Dan zal je moeite niet voor niets zijn en zul je eeuwig leven. Dat is zeker!