Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
3

31

3:1
Ps. 110:1
Marc. 16:19
Ef. 1:20
Hebr. 10:12
Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. 2Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. 3U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. 4En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnen.

Het nieuwe leven

5

3:5-6
Ef. 5:6
Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, 6
3:6-7
Ef. 2:2-3
want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. 7
3:7
Tit. 3:3
Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, 8
3:8-10
Ef. 4:22-24
3:8
Ef. 4:31
maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, vloeken en schelden. 9
3:9
Ef. 4:25
Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10
3:10
Gen. 1:26
en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. 11
3:11
1 Kor. 12:13
15:28
Gal. 3:27-28
Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.

12Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. 13

3:13
Mat. 6:14
2 Kor. 2:7
Ef. 4:2,32
Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15
3:15
Rom. 12:5
Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16
3:16-17
Ef. 5:19-20
Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem.

18

3:18-4:6
Ef. 5:22-6:9
6:18-20
3:18
1 Petr. 3:1
Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer. 19
3:19
1 Petr. 3:7
Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar. 20Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de wil van de Heer. 21Vaders, vit niet op uw kinderen, want dat maakt ze moedeloos. 22
3:22-24
Tit. 2:9-10
1 Petr. 2:18
Slaven, gehoorzaam uw aardse meester in alles, niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar oprecht en met ontzag voor de Heer. 23Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 24want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen – uw meester is Christus! 25
3:25
Deut. 10:17
Hand. 10:34
Rom. 2:11
Gal. 2:6
Maar iedereen die onrecht doet zal daarvoor boeten, en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt.

4

41Meesters, geef uw slaven waar ze recht op hebben en wat redelijk is, want u weet dat ook u een meester hebt, in de hemel.

2

4:2-4
Ef. 6:18-20
4:2
Rom. 12:12
Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. 3En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen waarvoor ik gevangenzit, 4en bid dat ik het mag onthullen zoals het moet. 5
4:5
Ef. 5:15
Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut iedere gelegenheid, 6en als u wilt weten hoe u op de mensen moet reageren: vriendelijk, maar beslist.

Groeten

7

4:7
Hand. 20:4
Ef. 6:21-22
2 Tim. 4:12
Tit. 3:12
Tychikus, onze geliefde broeder, onze trouwe helper en mededienaar van de Heer, zal u alles over mij vertellen. 8Hem stuur ik naar u toe om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken, 9
4:9
Filem. 10-12
samen met Onesimus, onze trouwe en geliefde broeder die een van u is; zij beiden zullen u vertellen hoe het hier gaat.

10

4:10
Hand. 12:12,25
19:29
20:4
27:2
2 Tim. 4:11
Filem. 24
Aristarchus, mijn medegevangene, Barnabas’ neef Marcus (over wie u al instructies hebt gekregen: ontvang hem gastvrij wanneer hij bij u komt) 11en Jezus Justus groeten u; zij zijn de enige Joden die met mij meewerken voor Gods koninkrijk, en ze zijn dan ook een grote troost voor me geweest. 12
4:12
Kol. 1:7
Filem. 23
Epafras, een dienaar van Christus Jezus en een van u, groet u; in al zijn gebeden strijdt hij voor u en bidt hij dat u als volmaakte mensen en met volle overtuiging zult vasthouden aan alles wat God wil. 13Ik kan van hem getuigen dat hij zich erg voor u inspant en ook voor de mensen in Laodicea en Hiërapolis. 14
4:14
2 Tim. 4:10-11
Filem. 24
Ook Lucas, onze geliefde arts, en Demas groeten u. 15Wilt u de broeders en zusters in Laodicea groeten, en ook Nymfa en de gemeente die bij haar thuis samenkomt? 16
4:16
1 Tes. 5:27
Wanneer deze brief bij u is voorgelezen, moet u ervoor zorgen dat hij ook in de gemeente van Laodicea wordt voorgelezen, en dat u de brief aan hen te lezen krijgt. 17
4:17
Filem. 2
En zeg tegen Archippus: ‘Let erop dat u de taak die u van de Heer hebt ontvangen, ook vervult.’

18

4:18
1 Kor. 16:21
Gal. 6:11
2 Tes. 3:17
1 Tim. 6:21
2 Tim. 4:22
Een eigenhandig geschreven groet van mij, Paulus. Denk aan mijn boeien! Genade zij met u.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]