Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Geadresseerden, groet

11Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven.

2Deze heeft van het Woord van God getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft.

3

1:3
Openb. 22:7
Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat,
1:3
Openb. 22:10
want de tijd is nabij.

4Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede, van Hem

1:4
Vers
Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn,

5en van Jezus Christus,

1:5
Jes. 55:4
Openb. 3:14
Die de getrouwe Getuige is,
1:5
1 Kor. 15:20
Kol. 1:18
de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde. Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft
1:5
Hand. 20:28
Hebr. 9:12,14
1 Petr. 1:19
1 Joh. 1:7
Openb. 5:9
in Zijn bloed,

6en Die ons gemaakt heeft

1:6
1 Petr. 2:9
Openb. 5:10
tot koningen
1:6
Rom. 12:1
1 Petr. 2:5
en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

7Zie,

1:7
Dan. 7:13
Matt. 24:30
25:31
Hand. 1:11
1 Thess. 1:10
2 Thess. 1:10
Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij
1:7
Zach. 12:10
Joh. 19:37
die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.

8

1:8
Jes. 41:4
44:6
Openb. 21:6
22:13
Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.

Jezus verschijnt aan Johannes op Patmos

9Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding van Jezus Christus, was op het eiland genaamd Patmos, omwille van het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus.

10Ik was

1:10
Openb. 4:2
in de geest op de dag des Heeren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin,

11die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, en: Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.

12En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren.

13En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op

1:13
Ezech. 1:26
Dan. 7:13
Openb. 14:14
de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en
1:13
Openb. 15:6
op de borst omgord met een gouden gordel;

14en Zijn hoofd en haar waren wit, als

1:14
Dan. 7:9
witte wol, als sneeuw,
1:14
Openb. 19:12
en Zijn ogen waren als een vuurvlam,

15en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven, en Zijn stem klonk

1:15
Openb. 14:2
als het geluid van vele wateren.

16En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam

1:16
Jes. 49:2
Efez. 6:17
Hebr. 4:12
Openb. 2:16
19:15
een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht.

17En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd,

1:17
Jes. 41:4
44:6
48:12
Ik ben de Eerste en de Laatste,

18

1:18
Rom. 6:9
en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen.
1:18
Job 12:14
Jes. 22:22
Openb. 3:7
20:1
En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf.

Opdracht om te schrijven aan de zeven gemeenten

19Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden.

20Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn

1:20
Mal. 2:7
de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaren die u hebt gezien, zijn de zeven gemeenten.

2

Eerste brief: aan Efeze

21Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die te midden van de zeven gouden kandelaren wandelt:

2Ik ken uw werken, uw inspanning en uw volharding, en weet dat u slechte mensen niet kunt verdragen, en dat u hen op de proef hebt gesteld die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat u hebt ontdekt dat zij leugenaars zijn.

3En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen en u bent niet moe geworden.

4Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.

5Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.

6Maar dit hebt u vóór, dat u de werken

2:6
Vers
van de Nikolaïeten haat, die ook Ik haat.

7Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van

2:7
Gen. 2:9
Openb. 22:2
de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.

Tweede brief: aan Smyrna

8En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de

2:8
Jes. 41:4
44:6
Openb. 1:17
Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden:

9Ik ken uw werken, verdrukking en armoede – u bent echter rijk – en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan.

10Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.

11

2:11
Matt. 13:9
Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

Derde brief: aan Pergamus

12En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij Die het

2:12
Vers
tweesnijdende, scherpe zwaard heeft:

13Ik ken uw werken en weet waar u woont, namelijk waar de troon van de satan is. U houdt vast aan Mijn Naam, en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, Mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.

14Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van

2:14
Num. 22:23
24:14
25:1
31:16
Bileam, die Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, opdat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven.

15Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik.

16Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren

2:16
Jes. 49:2
Efez. 6:17
Hebr. 4:12
Openb. 1:16
met het zwaard van Mijn mond.

17Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.

Vierde brief: aan Thyatira

18En schrijf aan de engel van de gemeente in Thyatira: Dit zegt de Zoon van God,

2:18
Openb. 1:14,15
Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper:

19Ik ken uw werken, de liefde, het dienstbetoon, het geloof, uw volharding en uw werken, en ook dat de laatste meer zijn dan de eerste.

20Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw

2:20
1 Kon. 16:31
2 Kon. 9:7
Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten.

21En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich van haar hoererij zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd.

22Zie, Ik werp haar te bed, en breng hen die overspel met haar plegen, in grote verdrukking, als zij zich niet bekeren van hun werken.

23En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen, en alle gemeenten zullen weten

2:23
1 Sam. 16:7
1 Kron. 28:9
29:17
Ps. 7:10
Jer. 11:20
Hand. 1:24
dat Ik het ben Die nieren en harten doorzoekt,
2:23
Ps. 62:13
Jer. 17:10
32:19
Matt. 16:27
Rom. 2:6
14:12
2 Kor. 5:10
Gal. 6:5
Openb. 20:12
en Ik zal u geven eenieder naar uw werken.

24Maar Ik zeg tegen u, en tegen de overigen in Thyatira, voor zover zij deze leer niet hebben en zij, zoals zij dat noemen, de diepten van de satan niet hebben leren kennen: Ik zal u geen andere last opleggen

25dan deze:

2:25
Openb. 3:11
Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom.

26En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal

2:26
Ps. 2:8
Ik macht geven over de heidenvolken.

27En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf – zij zullen als kruiken van een pottenbakker verbrijzeld worden – zoals ook Ik die macht van Mijn Vader heb ontvangen.

28En Ik zal hem de morgenster geven.

29Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.