Herziene Statenvertaling (HSV)
4

Eén lichaam en één Geest

41Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op

4:1
Gen. 17:1
1 Kor. 7:20
Filipp. 1:27
Kol. 1:10
1 Thess. 2:12
tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is,

2

4:2
Kol. 1:11
3:12
1 Thess. 5:14
in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen,

3en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede:

4één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping,

5

4:5
Deut. 4:39
Mal. 2:10
1 Kor. 8:4,6
één Heere, één geloof, één doop,

6één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.

7

4:7
Rom. 12:6
1 Kor. 12:11
2 Kor. 10:13
1 Petr. 4:10
Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus.

8Daarom zegt Hij:

4:8
Ps. 68:19
Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.

9

4:9
Joh. 3:13
6:62
Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde?4:9 de diepten, namelijk de aarde - Letterlijk: de lagere delen van de aarde.

10Degene Die neergedaald is, is ook Degene Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen.

11

4:11
1 Kor. 12:28
En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,

12om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw

4:12
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
Efez. 1:23
5:23
Kol. 1:24
van het lichaam van Christus,

13totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen4:13 volwassen - Letterlijk: volmaakte man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus,

14

4:14
1 Kor. 14:20
opdat wij geen jonge kinderen meer zouden zijn,
4:14
Matt. 11:7
heen en weer geslingerd door de golven en meegesleurd door elke wind van leer, door het bedrog van de mensen om op listige wijze tot dwaling te verleiden,4:14 om … te verleiden - Letterlijk: tot de listige verleiding van de dwaling.

15maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die

4:15
Efez. 5:23
Kol. 1:18
het Hoofd is, namelijk Christus.

16

4:16
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
Efez. 2:21
Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.

De oude en de nieuwe mens

17Dit zeg ik dan

4:17
Rom. 1:9
en getuig ervan in de Heere,
4:17
Rom. 1:18
1 Petr. 4:3
dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken,

18verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is,

4:18
1 Thess. 4:5
door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart.

19Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven.

20Maar u hebt Christus zo niet leren kennen,

21als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is,

22namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens

4:22
Kol. 3:9
Hebr. 12:1
1 Petr. 2:1
aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten,

23en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken,

24

4:24
Rom. 6:4
Kol. 3:10
1 Petr. 4:2
en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

25Leg daarom de leugen af

4:25
Zach. 8:16
en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar.

26

4:26
Ps. 4:5
Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid,

27

4:27
Jak. 4:7
1 Petr. 5:9
en geef de duivel geen plaats.

28Wie gestolen heeft, moet niet meer stelen,

4:28
Hand. 20:35
1 Thess. 4:11
2 Thess. 3:8,12
maar zich liever inspannen om met de handen goed werk te doen, om iets te kunnen delen met wie gebrek heeft.

29

4:29
Matt. 12:36
Efez. 5:3,4
Laat er geen vuile taal uit uw mond komen, maar wel iets goeds, wat nuttig is tot opbouw,4:29 maar wel iets goeds, dat nuttig is tot opbouw - Letterlijk: maar als er iets goeds is tot opbouw van wat nodig is. opdat het genade geeft aan hen die het horen.

30En bedroef de Heilige Geest van God niet,

4:30
Rom. 8:16
2 Kor. 1:22
5:5
Efez. 1:13
door Wie u verzegeld bent tot de dag
4:30
Luk. 21:28
Rom. 8:23
Efez. 1:14
van de verlossing.

31

4:31
Kol. 3:19
Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid,

32

4:32
Filipp. 2:1
Kol. 3:12
maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en
4:32
Matt. 6:14
Mark. 11:25
Kol. 3:13
vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.

5

Wandelen als kinderen van het licht

51Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen,

2

5:2
Joh. 13:34
15:12
1 Thess. 4:9
1 Joh. 3:23
4:21
en wandel in de liefde,
5:2
Gal. 2:20
Tit. 2:14
1 Petr. 3:18
zoals ook Christus ons liefgehad heeft
5:2
Hebr. 8:3
9:14
en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

3

5:3
Mark. 7:21
Efez. 4:29
Kol. 3:5
Maar ontucht en alle onreinheid of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het heiligen past,

4en evenmin oneerbaarheid, dwaze praat en lichtzinnige taal, die onbehoorlijk zijn; maar veelmeer past dankzegging.

5

5:5
1 Kor. 6:10
Gal. 5:19
Kol. 3:5
Openb. 22:15
Want dit weet u, dat geen enkele ontuchtpleger, onreine of hebzuchtige, die een afgodendienaar is, een erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.

6

5:6
Jer. 29:8
Matt. 24:4
Mark. 13:5
Luk. 21:8
Kol. 2:4,18
2 Thess. 2:3
1 Joh. 4:1
Laat niemand u misleiden met inhoudsloze woorden, want om deze dingen komt de toorn van God over de kinderen van de ongehoorzaamheid.

7Wees dan hun metgezellen niet.

8

5:8
1 Thess. 5:4
Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht

9

5:9
Gal. 5:22
want de vrucht van de Geest bestaat in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid –

10en beproef wat de Heere welbehaaglijk is.

11

5:11
Matt. 18:17
1 Kor. 5:8
10:20
2 Kor. 6:14
2 Thess. 3:14
En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer.

12Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen.

13

5:13
Joh. 3:20,21
Maar al deze dingen komen openbaar als ze door het licht ontmaskerd worden; want al wat openbaar maakt, is licht.

14Daarom zegt Hij:

5:14
Rom. 13:11
1 Thess. 5:6
Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.

15

5:15
Kol. 4:5
Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen,

16

5:16
Rom. 13:11
en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn.

17Wees daarom niet onverstandig,

5:17
Rom. 12:2
1 Thess. 4:3
maar begrijp wat de wil van de Heere is.

18

5:18
Spr. 23:29
Jes. 5:11,22
Luk. 21:34
En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest,

19

5:19
Kol. 3:16
en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart,5:19 zing … in uw hart - Letterlijk: zingend en lofzingend in uw hart voor de Heere.

20

5:20
Kol. 3:17
1 Thess. 5:18
en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus.

21Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.

Vrouw en man in het huwelijk

22

5:22
Gen. 3:16
1 Kor. 14:34
Kol. 3:18
Tit. 2:5
1 Petr. 3:1
Vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals aan de Heere,

23

5:23
1 Kor. 11:3
want de man is hoofd van de vrouw,
5:23
Efez. 1:22
4:15
Kol. 1:18
zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder
5:23
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
Efez. 1:23
4:12
Kol. 1:24
van het lichaam.

24Daarom, zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo behoren ook de vrouwen in alles hun eigen mannen onderdanig te zijn.

25

5:25
Kol. 3:19
Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft
5:25
Vers
en Zich voor haar heeft overgegeven,

26opdat Hij haar zou heiligen, door haar te

5:26
Tit. 3:5
1 Petr. 3:21
reinigen met het waterbad door het Woord,

27opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks,

5:27
Kol. 1:22
maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.

28Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.

29Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente.

30

5:30
Rom. 12:5
1 Kor. 12:27
Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente.

31

5:31
Gen. 2:24
Matt. 19:5
Mark. 10:7
Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen
5:31
1 Kor. 6:16
tot één vlees zijn.

32Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente.

33Kortom, ook u moet, ieder in het bijzonder, uw eigen vrouw net zo liefhebben als uzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

6

Kinderen en ouders

61

6:1
Kol. 3:20
Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is juist.

2

6:2
Ex. 20:12
Deut. 5:16
27:16
Matt. 15:4
Mark. 7:10
Eer je vader en moeder (dat is het eerste gebod met een belofte),

3opdat het je goed gaat en je lang leeft op de aarde.

4En vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op,

6:4
Deut. 6:7,20
Ps. 78:4
Spr. 19:8
29:17
maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.

Slaven en heren

5

6:5
Kol. 3:22
1 Tim. 6:1
Tit. 2:9
1 Petr. 2:18
Slaven, wees, evenals aan Christus, gehoorzaam aan uw heer naar het vlees, met vrees en beven, oprecht van hart,6:5 oprecht van hart - Letterlijk: in eenvoud van het hart.

6niet met ogendienst, als mensenbehagers, maar als slaven van Christus; doe zo van harte de wil van God,

7en dien met bereidwilligheid de Heere en niet de mensen.

8U weet immers dat wat ieder aan goeds gedaan heeft, hij dat van de Heere terug zal krijgen, hetzij slaaf, hetzij vrije.

9

6:9
Kol. 4:1
En heren, doe hetzelfde bij hen; laat het dreigen achterwege. U weet toch dat ook uw Heere in de hemelen is
6:9
Deut. 10:17
2 Kron. 19:7
Job 34:19
Hand. 10:34
Rom. 2:11
Gal. 2:6
Kol. 3:25
1 Petr. 1:17
en dat er bij Hem geen aanzien des persoons is.

De geestelijke wapenrusting

10Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.

11

6:11
Kol. 3:12
1 Thess. 5:8
Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.

12Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden,

6:12
Efez. 2:2
tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

13Neem daarom de

6:13
2 Kor. 10:4
hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad,6:13 dag van het kwaad - Letterlijk: de kwade dag. en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

14

6:14
Luk. 12:35
1 Petr. 1:13
Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid,
6:14
Jes. 59:17
2 Kor. 6:7
en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,

15en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.

16Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.

17

6:17
Jes. 59:17
1 Thess. 5:8
En neem de helm van de zaligheid
6:17
Hebr. 4:12
Openb. 2:16
en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

18terwijl u

6:18
Luk. 18:1
Rom. 12:12
Kol. 4:2
1 Thess. 5:17
bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.

19Bid ook

6:19
Hand. 4:29
2 Thess. 3:1
voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,

20

6:20
2 Kor. 5:20
waarvan ik een gezant ben
6:20
Hand. 28:20
in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.

Mededeling en zegenbede

21

6:21
Kol. 4:7
En opdat ook u weet hoe het met mij gaat en wat ik doe, zal
6:21
Hand. 20:4
Kol. 4:7
Tit. 3:12
Tychikus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in de Heere, u dat allemaal bekendmaken.

22Met dat doel heb ik hem

6:22
2 Tim. 4:12
naar u toe gestuurd, opdat u onze omstandigheden zou kennen en hij uw hart zou vertroosten.

23Vrede zij de broeders, en liefde met geloof, van God de Vader en van de Heere Jezus Christus.

24De genade zij met allen die onze Heere Jezus Christus in onvergankelijkheid liefhebben. Amen.