Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
22

221Voor de koorleider. Op de wijs van De hinde van de dageraad. Een psalm van David.

2

22:2
Jes. 49:14
Mat. 27:46
Marc. 15:34
Mijn God, mijn God,

waarom hebt u mij verlaten?

U blijft ver weg en redt mij niet,

ook al schreeuw ik het uit.

3‘Mijn God!’ roep ik

overdag, en u antwoordt niet,

’s nachts, en ik vind geen rust.

4U bent de Heilige,

die op Israëls lofzangen troont.

5Op u hebben onze voorouders vertrouwd;

zij hebben vertrouwd en u verloste hen,

6tot u geroepen en zij ontkwamen,

op u vertrouwd en zij werden niet beschaamd.

7Maar ik ben een worm en geen mens,

door iedereen versmaad, bij het volk veracht.

8

22:8
Mat. 27:39
Marc. 15:29
Luc. 23:35-36
Allen die mij zien, bespotten mij,

ze schudden meewarig het hoofd:

9

22:9
Wijsh. 2:18-20
Mat. 27:43
‘Wend je tot de HEER! Laat hij je verlossen,

laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?’

10U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald,

mij aan haar borsten toevertrouwd,

11

22:11
Jes. 46:3
bij mijn geboorte vingen uw handen mij op,

van de moederschoot af bent u mijn God.

12

22:12
Ps. 35:22
38:22
71:12
Blijf dan niet ver van mij,

want de nood is nabij

en er is niemand die helpt.

13Een troep stieren staat om mij heen,

buffels van Basan omsingelen mij,

14

22:14
Ps. 17:12
roofzuchtige, brullende leeuwen

sperren hun muil naar mij open.

15Als water ben ik uitgegoten,

mijn gebeente valt uiteen,

mijn hart is als was,

het smelt in mijn lijf.

16Mijn kracht is droog als een potscherf,

mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,

u legt mij neer in het stof van de dood.

17Honden staan om mij heen,

een woeste bende sluit mij in,

zij hebben mijn handen en voeten doorboord.22:17 zij hebben [...] doorboord – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en de Septuaginta. MT (betekenis van het Hebreeuws onzeker): ‘als een leeuw’.

18Ik kan al mijn beenderen tellen.

Zij kijken vol leedvermaak toe,

19

22:19
Mat. 27:35
Marc. 15:24
Luc. 23:34
Joh. 19:24
verdelen mijn kleren onder elkaar

en werpen het lot om mijn mantel.

20HEER, houd u niet ver van mij,

mijn sterkte, snel mij te hulp.

21Bevrijd mijn ziel van het zwaard,

mijn leven uit de greep van die honden.

22

22:22
Ps. 7:3
57:5
2 Tim. 4:17
Red mij uit de muil van de leeuw,

bescherm mij tegen de horens van de wilde stier.

U geeft mij antwoord.

23

22:23
Ps. 40:10
Hebr. 2:12
Ik zal uw naam bekendmaken,

u loven in de kring van mijn volk.

24Loof hem, allen die de HEER vrezen,

breng hem eer, kinderen van Jakob,

wees beducht voor hem, volk van Israël.

25Hij veracht de zwakke niet,

verafschuwt niet wie wordt vernederd,

hij wendt zijn blik niet van hem af,

maar hoort zijn hulpgeroep.

26Van u komt mijn lofzang in de kring van het volk,

mijn geloften los ik in bij wie u vrezen.

27De vernederden zullen eten en worden verzadigd.

Zij die hem zoeken, brengen lof aan de HEER.

Voor altijd mogen jullie leven!

28

22:28
Jes. 45:22
52:10
Overal, tot aan de einden der aarde,

zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden.

Voor u zullen zich buigen

alle stammen en volken.

29Want het koningschap is aan de HEER,

hij heerst over de volken.

30Wie op aarde in overvloed leven,

zullen aanzitten en zich voor hem buigen.

Ook zullen voor hem knielen

wie in het graf zijn neergedaald,

wie hun leven niet konden behouden.

31

22:31-32
Ps. 48:14
71:18
78:6
102:19
Een nieuw geslacht zal hem dienen

en aan de kinderen vertellen van de Heer;

32aan het volk dat nog geboren moet worden

zal het van zijn gerechtigheid verhalen:

hij is een God van daden.

23

231

23:1-2
Ezech. 34:11-16
23:1
Jes. 40:11
Joh. 10:11-16
Een psalm van David.

De HEER is mijn herder,

het ontbreekt mij aan niets.

2Hij laat mij rusten in groene weiden

en voert mij naar vredig water,

3hij geeft mij nieuwe kracht23:3 hij geeft mij nieuwe kracht – Ook mogelijk is de vertaling: ‘hij brengt mij behouden terug’.

en leidt mij langs veilige paden

tot eer van zijn naam.

4

23:4
Jes. 50:10
Al gaat mijn weg

door een donker dal,

ik vrees geen gevaar,

want u bent bij mij,

uw stok en uw staf,

zij geven mij moed.

5U nodigt mij aan tafel

voor het oog van de vijand,

u zalft mijn hoofd met olie,

mijn beker vloeit over.

6

23:6
Ps. 27:4
Geluk en genade volgen mij

alle dagen van mijn leven,

ik keer terug in het huis van de HEER

tot in lengte van dagen.

24

241

24:1-2
Deut. 10:14
Ps. 75:4
89:12
24:1
1 Kor. 10:26
Van David, een psalm.

Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft,

de wereld en wie haar bewonen,

2hij heeft haar op de zeeën gegrondvest,

op de stromen heeft hij haar verankerd.

3

24:3
Ps. 15:1
Wie mag de berg van de HEER bestijgen,

wie mag staan op zijn heilige plaats?

4

24:4
Mat. 5:8
Wie reine handen heeft en een zuiver hart,

zich niet inlaat met leugens24:4 zich niet inlaat met leugens – Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en de oudste vertalingen. MT (betekenis van het Hebreeuws onzeker): ‘geen valse eed aflegt op mijn leven’.

en niet bedrieglijk zweert.

5Zegen zal hij ontvangen van de HEER

en recht verkrijgen van God, zijn redder.

6Dat valt hun ten deel die u zoeken,

die zich tot u wenden – het volk van Jakob. sela

7

24:7-10
Ps. 118:19
24:7
Ezech. 44:2
Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,

verhef u, aloude ingangen:

de koning vol majesteit wil binnengaan.

8Wie is die koning vol majesteit?

De HEER, machtig en heldhaftig,

de HEER, heldhaftig in de strijd.

9Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,

verhef ze, aloude ingangen:

de koning vol majesteit wil binnengaan.

10Wie is hij, die koning vol majesteit?

De HEER van de hemelse machten,

hij is de koning vol majesteit. sela

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]