Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Paulus werkt hard voor iedereen

21Het is belangrijk dat jullie weten dat ik mijn uiterste best voor jullie doe. En niet alleen voor jullie, maar ook voor de christenen in Laodicea, en voor alle andere christenen die mij nog nooit ontmoet hebben. 2Het doel van al mijn werk is om jullie moed te geven. Ik wil dat jullie een eenheid vormen door jullie liefde voor elkaar. Want alleen op die manier leren jullie alles te begrijpen, en kunnen jullie Christus echt leren kennen. Hij is het geheim dat God bekendgemaakt heeft. 3Bij hem is alle wijsheid en kennis te vinden.

4Ik zeg die dingen om jullie te waarschuwen. Want ik wil niet dat jullie je laten bedriegen door mooie praatjes. 5Gelukkig weet ik dat jullie geloof in Christus sterk is, en dat jullie een eenheid vormen. Dat weet ik doordat ik in gedachten bij jullie ben, ook al ben ik ver bij jullie vandaan.

Pas op voor verkeerde ideeën

Geloof alleen in Christus

6Jullie hebben gehoord dat Jezus Christus de Heer is, en jullie geloven in hem. Doe daarom wat hij wil. 7Jullie zijn met hem verbonden. Blijf op hem steunen. Houd vast aan het geloof dat jullie geleerd is, en wees altijd dankbaar.

8Maar pas op voor de invloed van mensen met verkeerde ideeën! Luister niet naar de waardeloze onzin die zij vertellen. Ze spreken over menselijke wetten en regels, en over de machten van deze wereld. Maar dat heeft allemaal niets met Christus te maken.

9-10Christus heerst over alles en iedereen. In hem was Gods kracht volledig aanwezig op aarde. En die kracht is nu ook volledig in jullie aanwezig, omdat jullie bij Christus horen.

De betekenis van de doop

11Door Christus is er een einde gekomen aan jullie zondige bestaan. Dat gebeurde toen jullie gedoopt werden. Want de doop is een soort besnijdenis. Het is niet een gewone besnijdenis door mensen, maar het is een teken dat je bij Christus hoort.

12Jullie zijn gedoopt. Toen zijn jullie eigenlijk samen met Christus begraven. Maar God heeft Christus uit de dood laten opstaan. En omdat jullie geloven in die kracht van God, zijn jullie samen met Christus opgestaan.

13Vroeger waren jullie eigenlijk dood. Want jullie hoorden niet bij Gods volk, en jullie deden slechte dingen. Maar God heeft al jullie zonden vergeven, en jullie samen met Christus levend gemaakt.

14Onze zonden waren opgeschreven op een lange lijst. Die lijst was bedoeld om ons te veroordelen. Maar God heeft die lijst weggedaan. Hij heeft hem vernietigd toen Christus stierf aan het kruis.

15Aan het kruis heeft Christus alle machten overwonnen die over de wereld wilden heersen. Hij heeft aan iedereen laten zien dat die machten verslagen zijn.

Luister niet naar regels van mensen

16Luister niet naar mensen die jullie veroordelen om wat je eet en drinkt. En laat je niet veroordelen omdat je je niet aan de regels van de sabbat houdt. Of omdat je geen feesten viert, zoals het Feest van Nieuwe Maan. 17Die dingen zijn nu niet belangrijk meer. Er is nog maar één ding belangrijk, en dat is Christus.

18Luister niet naar kritiek van mensen die zelf bezig zijn met vreemde dingen. Die bijvoorbeeld graag streng zijn voor zichzelf, die engelen vereren, of allerlei bijzondere dromen hebben. Want mensen die zulke dingen belangrijk vinden, hebben verkeerde ideeën over God! 19Die mensen zijn niet verbonden met Christus. En zonder Christus kan de kerk niet bestaan en niet één geheel blijven. Zonder Christus kan de kerk niet groeien zoals God dat wil.

20Toen jullie gedoopt werden, zijn jullie samen met Christus gestorven. Zo zijn jullie bevrijd van de machten van deze wereld. Luister dus niet naar mensen die bang zijn voor die machten, en die daarom over allerlei soorten voedsel zeggen: 21‘Raak het niet aan, proef er niet van, blijf ervan af! Anders zal God je niet redden.’ 22Dat zijn allemaal regels die gemaakt zijn door mensen. Voedsel is gewoon om op te eten. Uiteindelijk verdwijnt het via je lichaam in het riool.

23Het lijkt misschien wijs om je te houden aan regels over voedsel. Mensen beweren dat zulke regels je helpen om God te dienen. Ze denken dat die strenge regels laten zien dat je lichaam onbelangrijk is. Maar dat is onzin. Want met die regels maak je je lichaam juist belangrijk!

3

Het nieuwe leven

Houd je bezig met de hemel

31Toen jullie gedoopt werden, zijn jullie samen met Christus opgestaan. Houd je daarom nu bezig met het hemelse leven. Want Christus is in de hemel. Hij zit naast God, aan de rechterkant.

2Houd je bezig met de hemel, en niet met deze wereld. 3Want er is niets in deze wereld dat nog macht over jullie heeft. Als christenen horen jullie nu al bij de hemelse wereld van God. 4Jullie leven is volledig verbonden met Christus. Op de dag dat hij terugkomt op aarde, zal hij zijn hemelse macht ook aan jullie geven. Dan zullen alle mensen zien dat jullie steeds al bij hem hoorden.

Leef als nieuwe mensen

5Laat je niet langer leiden door slechte verlangens. Verlang er niet naar om vreemd te gaan. Verlang niet naar verboden seks, of naar ander verkeerd gedrag op seksueel gebied. Verlang ook niet naar veel geld, want geld is een afgod. 6Mensen die toegeven aan zulke verlangens, zijn ongehoorzaam aan God. Hij zal hen daarvoor straffen.

7Toen jullie nog als ongelovigen leefden, deden jullie al die slechte dingen ook. 8Maar nu moeten jullie daar helemaal mee stoppen. Weg met je woede, je kwaadheid en je slechte gedachten over een ander! Beledig elkaar niet langer, scheld elkaar niet uit, en 9stop met liegen. Want jullie zijn niet meer zoals vroeger. 10Jullie zijn nu nieuwe mensen. God geeft jullie inzicht om hem steeds beter te leren kennen. En zo gaan jullie steeds meer lijken op God, die jullie gemaakt heeft.

11Jullie zijn nu nieuwe mensen. En nieuwe mensen zijn niet langer Joden of niet-Joden. Ze zijn ook niet langer slaven of vrije mensen. Ze zijn christenen! Christus is in jullie allemaal aanwezig, daarom zijn verschillen nu niet belangrijk meer.

Houd van elkaar

12God houdt van jullie. Hij heeft jullie uitgekozen, en jullie horen nu bij hem. Daarom moeten jullie goede dingen doen: Je moet van harte meeleven met anderen. Je moet vriendelijk voor elkaar zijn, en geduldig. Denk niet aan jezelf, 13maar accepteer elkaar, en vergeef elkaars fouten. Want Christus heeft ook jullie je fouten vergeven.

14Maar het allerbelangrijkste is: houd van elkaar. Want liefde maakt van jullie een volmaakte eenheid. 15Jullie zijn uitgekozen om samen één kerk te vormen. Christus heeft jullie vrede gegeven. Laat zijn vrede jullie nu leiden bij jullie beslissingen. En wees dankbaar!

16Laat jullie leven vol zijn van het goede nieuws over Christus. Gebruik al je wijsheid om elkaar uitleg en goede raad te geven. Zing liederen om God te eren, zing alle liederen die de heilige Geest je laat zingen. Wees dankbaar, en zing voor God.

17Bedenk bij alles wat jullie doen en zeggen, dat jullie bij de Heer Jezus horen. En vraag hem steeds om God, de Vader, te danken namens jullie.

Regels voor het gezin

18Vrouwen, accepteer het gezag van je man. Gedraag je zoals een christen dat hoort te doen. 19Mannen, houd van je vrouw en behandel haar goed.

20Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles. Gedraag je zoals de Heer het wil. 21Vaders, wees niet te streng voor je kinderen, want daar worden ze onzeker van.

22Slaven, gehoorzaam je aardse meester in alles. En niet alleen als hij je ziet! Wees niet schijnheilig, maar gehoorzaam hem met heel je hart, uit eerbied voor Christus. 23Doe alles wat je doet, zo goed mogelijk. Doe alsof je voor Christus werkt, en niet voor mensen. 24Want Christus is je echte meester. Als jullie je zo gedragen, dan zullen jullie als beloning door hem gered worden. Dat is zeker! 25Maar wie kwaad doet, zal daarvoor gestraft worden. Want God oordeelt eerlijk over alle mensen.

4

41Meesters, bedenk dat jullie zelf ook een meester hebben, in de hemel. Behandel je slaven daarom eerlijk, en geef hun waar ze recht op hebben.

Regels voor de kerk

2Tegen jullie allemaal zeg ik: Blijf steeds bidden, en sta altijd klaar om God te danken.

3Bid ook voor mij. Vraag aan God of hij mij wil helpen, zodat ik de boodschap over Christus kan blijven vertellen. Vanwege die boodschap zit ik in de gevangenis. 4Bid dat ik de boodschap aan iedereen duidelijk kan vertellen. Want dat is de opdracht die God mij gegeven heeft.

5Gedraag je verstandig tegenover ongelovigen. En gebruik de tijd die God je met hen geeft, goed. 6Zorg dat alles wat je tegen hen zegt, vriendelijk en interessant is. En geef duidelijk antwoord aan iedereen die je iets vraagt.

Slot van de brief

Paulus stuurt Tychikus naar Kolosse

7Mijn goede vriend Tychikus zal jullie al het nieuws over mij vertellen. Hij is mijn helper, en een trouwe dienaar van Christus. 8Ik stuur hem naar jullie toe om jullie moed in te spreken. Hij zal jullie vertellen hoe het met ons allemaal gaat.

9Onesimus, een trouwe en goede christen uit jullie eigen kerk, komt met Tychikus mee. Samen zullen zij jullie alles over ons vertellen.

Groeten van de vrienden van Paulus

10-11Aristarchus zit samen met mij gevangen. Hij groet jullie. Ook Jezus Justus en Marcus, de neef van Barnabas, groeten jullie. Zij zijn hier de enige Joden die samen met mij vertellen over de nieuwe wereld van God. En ze zijn een grote steun voor mij. Trouwens, als Marcus bij jullie langs wil komen, moeten jullie hem hartelijk ontvangen. Dat heb ik jullie al eerder gezegd.

12Ik breng jullie ook de groeten over van Epafras. Hij is een dienaar van Jezus Christus, en komt uit jullie eigen kerk. Hij bidt altijd voor jullie met heel zijn hart. Hij vraagt God om jullie te helpen, zodat jullie geloof sterk blijft en jullie volmaakte christenen worden. Dan kunnen jullie altijd doen wat God wil. 13Epafras doet heel erg zijn best voor jullie, en voor de christenen in Laodicea en Hiërapolis. Dat heb ik zelf gezien.

14Ook mijn vriend Lucas, de dokter, en Demas groeten jullie.

15Groet de christenen in Laodicea van ons. En ook Nymfa, en de mensen die in haar huis bij elkaar komen.

Groet van Paulus

16Als deze brief bij jullie in Kolosse voorgelezen is, zorg dan dat hij ook wordt voorgelezen in de kerk van Laodicea. En de brief die ik aan de christenen in Laodicea geschreven heb, moet ook bij jullie worden voorgelezen.

17Zeg tegen Archippus dat hij de opdracht die God hem gegeven heeft, niet mag vergeten. En dat hij die opdracht goed moet uitvoeren.

18De laatste woorden van deze brief schrijf ik, Paulus, zelf. Denk aan mij, nu ik in de gevangenis zit. Ik groet jullie, en wens jullie toe dat God goed voor jullie is.