Herziene Statenvertaling (HSV)
15

De opstanding van Christus

151Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie,

15:1
Gal. 1:11
dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat,

2

15:2
Rom. 1:16
1 Kor. 1:21
waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt.

3Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb,

15:3
Jes. 53:7
Dan. 9:24,26
1 Kor. 5:7
1 Petr. 2:24
dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften,

4en dat Hij

15:4
Ps. 16:10
Jes. 53:9
Jona 1:17
Matt. 12:40
begraven is, en dat Hij
15:4
Ps. 16:10
Jes. 53:8
Matt. 12:40
opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,

5en dat Hij

15:5
Luk. 24:34
Hand. 10:41
verschenen is aan Kefas,
15:5
Joh. 20:19
daarna aan de twaalf.

6Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen.

7Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.

8En als laatste van allen is Hij ook

15:8
Hand. 9:3,17
23:11
1 Kor. 9:1
2 Kor. 12:2
aan mij verschenen, als aan de ontijdig geborene.

9Ik immers ben de

15:9
Efez. 3:8
minste van de apostelen – ik die het niet waard ben een apostel genoemd te worden,
15:9
Hand. 8:3
9:1
22:4
26:9
Gal. 1:13
1 Tim. 1:13
omdat ik de gemeente van God vervolgd heb.

10Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en Zijn genade voor mij is niet tevergeefs geweest.

15:10
2 Kor. 11:23
12:11
Integendeel, ik heb mij meer ingespannen dan zij allen; niet ik echter, maar de genade van God, die met mij is.

11Of ik het dan ben of zij, zó prediken wij en zó hebt u geloofd.

De opstanding van de doden

12Als nu van Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is?

13En als er geen opstanding van de doden is, dan is Christus ook niet opgewekt.

14En als Christus niet is opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.

15En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden.

16Immers, als de doden niet opgewekt worden, is ook Christus niet opgewekt.

17En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw zonden.

18Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren.

19Als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.

20Maar nu,

15:20
1 Petr. 1:3
Christus ís opgewekt uit de doden en is
15:20
Kol. 1:18
Openb. 1:5
de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.

21Want omdat

15:21
Gen. 2:17
3:6
Rom. 5:12,18
6:23
de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens.

22Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

23Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.

24Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven,

15:24
1 Kor. 2:6
wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan.

25

15:25
Ps. 110:1
Hand. 2:34
Efez. 1:20
Kol. 3:1
Hebr. 1:13
10:12
Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd.

26De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.

27

15:27
Ps. 8:7
Matt. 11:27
28:18
Efez. 1:22
Hebr. 2:8
Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd.

28En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.

29Wat zullen anders zij doen die voor de doden gedoopt worden, als de doden helemaal niet opgewekt worden? Waarom worden zij dan nog voor de doden gedoopt?

30En waarom lopen wij dan elk uur gevaar?

31Ik sterf elke dag, en betuig dit bij de roem die ik over u heb in Christus Jezus, onze Heere.

32Als ik, naar de mens gesproken, tegen wilde dieren heb gevochten in Efeze, wat voor nut heeft dat dan voor mij, als de doden niet opgewekt worden?

15:32
Jes. 22:13
56:12
Laten wij dan maar eten en drinken, want morgen sterven wij.

33Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.

34Word op de juiste manier nuchter en zondig niet, want sommigen hebben geen kennis van God. Tot beschaming zeg ik u dit.

Het nieuwe lichaam

35Maar, zal iemand zeggen,

15:35
Ezech. 37:3
hoe worden de doden opgewekt en met wat voor lichaam komen zij terug?

36Dwaas,

15:36
Joh. 12:24
wat u zaait, wordt niet levend, als het niet gestorven is.

37En wat u zaait, daarvan zaait u niet het lichaam dat worden zal, maar een kale graankorrel, al naar het voorvalt, van tarwe of van een van de andere graansoorten.

38God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam.

39Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend.

40En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend.

41De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster.

42

15:42
Dan. 12:3
Matt. 13:43
Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid.

43Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.

44Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam.

45Zo staat er ook geschreven:

15:45
Gen. 2:7
De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest.

46Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke.

47De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel.

48Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen.

49En

15:49
2 Kor. 4:11
zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen.

Uitzicht op de overwinning

50Maar dit zeg ik, broeders,

15:50
Joh. 1:13
dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.

51Zie, ik vertel u een geheimenis:

15:51
1 Thess. 4:16
Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden,

52in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij

15:52
Matt. 24:31
1 Thess. 4:16
de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.

53Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet

15:53
2 Kor. 5:4
zich met onsterfelijkheid bekleden.

54En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat:

15:54
Jes. 25:8
Hos. 13:14
Hebr. 2:14
De dood is verslonden tot overwinning.

55Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning?

56De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet.

57

15:57
1 Joh. 5:5
Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.

58Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.

16

Inzameling voor medechristenen

161Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, moet u het net zo doen als ik het aan de gemeenten in Galatië opgedragen heb:

2

16:2
Hand. 11:29
2 Kor. 8:4
9:1
Op elke eerste dag van de week moet ieder van u bij zichzelf iets opzijleggen om op te sparen wat in zijn vermogen is, opdat de inzamelingen niet pas dan gehouden worden, wanneer ik gekomen ben.

3En wanneer ik bij u gekomen ben, zal ik hen die u daarvoor geschikt acht, met brieven sturen om uw gave naar Jeruzalem over te brengen.

Reisplan

4En als het de moeite waard mocht zijn dat ik de reis zelf ook maak, zullen zij met mij meereizen.

5Maar

16:5
2 Kor. 1:15
ik zal naar u toe komen, wanneer ik Macedonië doorgereisd ben, want ik ga door Macedonië,

6en zo mogelijk zal ik bij u blijven, of ook de winter doorbrengen, om mij door u op weg te laten helpen, waar ik ook maar naartoe reis.

7Want ik wil u nu niet slechts op doorreis zien, maar hoop enige tijd bij u te blijven, als de Heere het toestaat.

8Ik zal echter tot Pinksteren in Efeze blijven,

9want daar is voor mij een grote en krachtige deur geopend, en er zijn veel tegenstanders.

10Als Timotheüs komt, let er dan op dat hij zonder vrees bij u kan zijn, want hij doet het werk van de Heere, zoals ook ik.

11Laat dus niemand hem gering achten, maar help hem op weg in vrede, zodat hij naar mij toe kan komen, want ik en de broeders wachten op hem.

12En wat Apollos, de broeder, betreft, ik heb hem er vele malen toe opgeroepen dat hij met de broeders naar u toe zou komen, maar hij wilde nu beslist niet komen. Hij zal echter komen, wanneer het hem gelegen komt.

Appel en groeten

13Wees waakzaam, sta vast in het geloof, wees manmoedig, wees sterk.

14Laat alles bij u in liefde gebeuren.

15En ik roep u ertoe op, broeders – u weet dat het huis van Stefanas de eersteling van Achaje is en dat zij zichzelf ten dienste van de heiligen beschikbaar hebben gesteld –

16dat u zich ook aan zulke mensen onderwerpt, en aan ieder die meewerkt en zich inspant.

17En ik verblijd mij over de komst van Stefanas en Fortunatus en Achaïcus, want zij hebben aangevuld wat mij van uw kant nog ontbrak,

18want zij hebben mijn geest verkwikt en die van u. Erken zulke mensen dan.

19U groeten de gemeenten van Asia. In de Heere groeten u hartelijk Aquila en Priscilla met de gemeente in hun huis.

20U groeten alle broeders.

16:20
Rom. 16:16
2 Kor. 13:12
1 Thess. 5:26
1 Petr. 5:14
Groet elkaar met een heilige kus.

21Een eigenhandige groet van mij, Paulus.

22Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn. Maranatha!

23De genade van de Heere Jezus Christus zij met u.

24Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.