Herziene Statenvertaling (HSV)
13

De uitnemendheid van de liefde

131Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.

2

13:2
Matt. 7:22
Rom. 12:7
En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik
13:2
Matt. 17:20
21:21
Mark. 11:23
Luk. 17:6
bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets.

3En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets.

4

13:4
Spr. 10:12
1 Petr. 4:8
De liefde is geduldig,

zij is vriendelijk,

de liefde is niet jaloers,

de liefde pronkt niet,

zij doet niet gewichtig,

5zij handelt niet ongepast,

zij

13:5
1 Kor. 10:24
Filipp. 2:4
zoekt niet haar eigen belang,

zij wordt niet verbitterd,

zij denkt geen kwaad,

6zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,

maar

13:6
2 Joh. vs.
verheugt zich over de waarheid,

7zij bedekt alle dingen,

zij gelooft alle dingen,

zij hoopt alle dingen,

zij verdraagt alle dingen.

8De liefde vergaat nooit.

Wat dan profetieën betreft,

zij zullen tenietgedaan worden,

wat talen betreft, zij zullen ophouden,

wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden.

9Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele,

10maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn,

zal wat ten dele is, tenietgedaan worden.

11Toen ik een kind was,

sprak ik als een kind,

dacht ik als een kind,

overlegde ik als een kind,

maar nu ik een man geworden ben,

heb ik het kinderlijke tenietgedaan.

12

13:12
2 Kor. 3:18
Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel,

maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.

Nu ken ik ten dele,

maar dan zal ik kennen,

zoals ik zelf gekend ben.

13En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie,

maar de meeste van deze is de liefde.

14

Profetie en talen

141Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar dat u mag profeteren.

2Wie namelijk in een andere taal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand begrijpt het, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen.

3Wie echter profeteert, spreekt tot mensen woorden van opbouw en vermaning en troost.

4Wie in een andere taal spreekt, bouwt zichzelf op, maar wie profeteert, bouwt de gemeente op.

5En ik zou wel willen dat u allen in andere talen spreekt, maar vooral dat u profeteert. Immers, wie profeteert, is meer dan wie in andere talen spreekt, tenzij hij het uitlegt, opdat de gemeente erdoor opgebouwd wordt.

6En nu, broeders, als ik naar u toe zou komen en in andere talen zou spreken, wat voor voordeel zou ik u brengen, als ik ook niet tot u zou spreken óf door openbaring, óf door kennis, óf door profetie, óf door onderricht?

7Dat geldt ook de levenloze dingen die geluid geven, of het nu een fluit is of een citer, als zij zich niet onderscheiden in hun klanken, hoe zal men weten wat op de fluit of op de citer gespeeld wordt?

8Want ook als de bazuin een onherkenbaar geluid geeft, wie zal zich gereedmaken voor de strijd?

9Zo is het ook als u door de taal geen goed verstaanbaar woord voortbrengt. Hoe zal dan begrepen worden wat er gezegd wordt? U bent dan namelijk als iemand die maar wat in de lucht spreekt.

10Er zijn, al naar het voorvalt, zoveel soorten geluiden in de wereld, en niet één daarvan is zonder eigen klank.

11Als ik dan de betekenis14:11 betekenis - Letterlijk: kracht. van het geluid niet ken, zal ik voor hem die spreekt een buitenlander zijn en zal hij die spreekt voor mij een buitenlander zijn.

12Zo ook u, als u naar geestelijke gaven streeft,14:12 naar geestelijke gaven streeft - Letterlijk: ijverend bent naar geestelijke gaven. zoek er dan naar om overvloedig te zijn in gaven tot opbouw van de gemeente.

13Daarom, laat hij die in een andere taal spreekt, bidden dat hij het mag uitleggen.

14Want als ik in een andere taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand blijft zonder vrucht.

15Hoe is het dan? Ik zal met mijn geest bidden, maar ik zal ook met mijn verstand bidden.

14:15
Efez. 5:19
Kol. 3:16
Ik zal met mijn geest lofzingen, maar ik zal ook met mijn verstand lofzingen.

16Want anders, als u dankzegt met uw geest, hoe zal hij die de plaats inneemt van de niet-ingewijde, amen zeggen op uw dankzegging, wanneer hij niet weet wat u zegt?

17Immers, u dankt wel op een mooie manier, maar de ander wordt niet opgebouwd.

18Ik dank mijn God dat ik in meer andere talen spreek dan u allen.

19In de gemeente echter wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan tienduizend woorden in een andere taal.

20

14:20
Matt. 18:3
19:14
Efez. 4:14
1 Petr. 2:1,2
Broeders, word geen kinderen in uw denken, maar wees kinderlijk in de slechtheid, en word in uw denken volwassen.14:20 volwassen - Letterlijk: volmaakt.

21

14:21
Deut. 28:49
Jes. 28:11
In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij niet naar Mij luisteren, zegt de Heere.

22Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven.

23Als nu de hele gemeente samen zou komen, en allen spraken in andere talen, en er kwamen niet-ingewijden of ongelovigen binnen, zouden zij dan niet zeggen dat u buiten zinnen bent?

24Maar als allen zouden profeteren, en er kwam een ongelovige of niet-ingewijde binnen, dan zou die door allen overtuigd en door allen beoordeeld worden.

25En zo worden de verborgen dingen van zijn hart openbaar, en zo zal hij zich met het gezicht ter aarde werpen en God aanbidden, en verkondigen dat God werkelijk in uw midden is.

Orde in gemeente en eredienst

26Hoe is het dan, broeders? Telkens wanneer u samenkomt, heeft iedereen een psalm, of hij heeft een onderwijzing, of hij heeft een andere taal, of hij heeft een openbaring, of hij heeft een uitleg. Laat alles gebeuren tot opbouw.

27En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden, ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen.

28Maar als er geen uitlegger is, laat hij dan in de gemeente zwijgen, maar laat hij tot zichzelf spreken en tot God.

29En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen.

30En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat dan de eerste zwijgen.

31Want u kunt allen, de één na de ander, profeteren, opdat allen leren en allen bemoedigd14:31 bemoedigd - Of: vermaand. worden.

32En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen.

33Want God is geen God van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen.

34

14:34
1 Tim. 2:12
Laten uw vrouwen in de gemeenten zwijgen. Het is hun immers niet toegestaan te spreken, maar bevolen onderdanig te zijn, zoals ook
14:34
Gen. 3:16
Efez. 5:22
Kol. 3:18
Tit. 2:5
1 Petr. 3:1
de wet zegt.

35En als zij iets willen leren, laten zij dat dan thuis aan hun eigen man vragen. Het is immers schandelijk voor vrouwen om in de gemeente te spreken.

36Of is het Woord van God van ú uitgegaan? Of heeft het alleen ú bereikt?

37Als iemand denkt dat hij een profeet is of een geestelijk mens, laat hij dan erkennen dat wat ik u schrijf geboden van de Heere zijn.

38Maar als iemand onwetend wil zijn, laat hij onwetend zijn.

39Daarom, broeders, streef ernaar om te profeteren, en verhinder het spreken in andere talen niet.

40Laat alle dingen op een gepaste wijze en in goede orde gebeuren.

15

De opstanding van Christus

151Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie,

15:1
Gal. 1:11
dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat,

2

15:2
Rom. 1:16
1 Kor. 1:21
waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt.

3Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb,

15:3
Jes. 53:7
Dan. 9:24,26
1 Kor. 5:7
1 Petr. 2:24
dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften,

4en dat Hij

15:4
Ps. 16:10
Jes. 53:9
Jona 1:17
Matt. 12:40
begraven is, en dat Hij
15:4
Ps. 16:10
Jes. 53:8
Matt. 12:40
opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,

5en dat Hij

15:5
Luk. 24:34
Hand. 10:41
verschenen is aan Kefas,
15:5
Joh. 20:19
daarna aan de twaalf.

6Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen.

7Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.

8En als laatste van allen is Hij ook

15:8
Hand. 9:3,17
23:11
1 Kor. 9:1
2 Kor. 12:2
aan mij verschenen, als aan de ontijdig geborene.

9Ik immers ben de

15:9
Efez. 3:8
minste van de apostelen – ik die het niet waard ben een apostel genoemd te worden,
15:9
Hand. 8:3
9:1
22:4
26:9
Gal. 1:13
1 Tim. 1:13
omdat ik de gemeente van God vervolgd heb.

10Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en Zijn genade voor mij is niet tevergeefs geweest.

15:10
2 Kor. 11:23
12:11
Integendeel, ik heb mij meer ingespannen dan zij allen; niet ik echter, maar de genade van God, die met mij is.

11Of ik het dan ben of zij, zó prediken wij en zó hebt u geloofd.

De opstanding van de doden

12Als nu van Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is?

13En als er geen opstanding van de doden is, dan is Christus ook niet opgewekt.

14En als Christus niet is opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.

15En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden.

16Immers, als de doden niet opgewekt worden, is ook Christus niet opgewekt.

17En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw zonden.

18Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren.

19Als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.

20Maar nu,

15:20
1 Petr. 1:3
Christus ís opgewekt uit de doden en is
15:20
Kol. 1:18
Openb. 1:5
de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.

21Want omdat

15:21
Gen. 2:17
3:6
Rom. 5:12,18
6:23
de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens.

22Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

23Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.

24Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven,

15:24
1 Kor. 2:6
wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan.

25

15:25
Ps. 110:1
Hand. 2:34
Efez. 1:20
Kol. 3:1
Hebr. 1:13
10:12
Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd.

26De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.

27

15:27
Ps. 8:7
Matt. 11:27
28:18
Efez. 1:22
Hebr. 2:8
Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd.

28En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.

29Wat zullen anders zij doen die voor de doden gedoopt worden, als de doden helemaal niet opgewekt worden? Waarom worden zij dan nog voor de doden gedoopt?

30En waarom lopen wij dan elk uur gevaar?

31Ik sterf elke dag, en betuig dit bij de roem die ik over u heb in Christus Jezus, onze Heere.

32Als ik, naar de mens gesproken, tegen wilde dieren heb gevochten in Efeze, wat voor nut heeft dat dan voor mij, als de doden niet opgewekt worden?

15:32
Jes. 22:13
56:12
Laten wij dan maar eten en drinken, want morgen sterven wij.

33Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.

34Word op de juiste manier nuchter en zondig niet, want sommigen hebben geen kennis van God. Tot beschaming zeg ik u dit.

Het nieuwe lichaam

35Maar, zal iemand zeggen,

15:35
Ezech. 37:3
hoe worden de doden opgewekt en met wat voor lichaam komen zij terug?

36Dwaas,

15:36
Joh. 12:24
wat u zaait, wordt niet levend, als het niet gestorven is.

37En wat u zaait, daarvan zaait u niet het lichaam dat worden zal, maar een kale graankorrel, al naar het voorvalt, van tarwe of van een van de andere graansoorten.

38God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam.

39Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend.

40En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend.

41De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster.

42

15:42
Dan. 12:3
Matt. 13:43
Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid.

43Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.

44Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam.

45Zo staat er ook geschreven:

15:45
Gen. 2:7
De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest.

46Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke.

47De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede Mens is de Heere uit de hemel.

48Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen.

49En

15:49
2 Kor. 4:11
zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen.

Uitzicht op de overwinning

50Maar dit zeg ik, broeders,

15:50
Joh. 1:13
dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.

51Zie, ik vertel u een geheimenis:

15:51
1 Thess. 4:16
Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden,

52in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij

15:52
Matt. 24:31
1 Thess. 4:16
de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.

53Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet

15:53
2 Kor. 5:4
zich met onsterfelijkheid bekleden.

54En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat:

15:54
Jes. 25:8
Hos. 13:14
Hebr. 2:14
De dood is verslonden tot overwinning.

55Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning?

56De prikkel nu van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet.

57

15:57
1 Joh. 5:5
Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.

58Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]