Herziene Statenvertaling (HSV)
4

Niet langer slaaf, maar kind

41Ik zeg echter: Zolang de erfgenaam een onmondig kind is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer is van alles;

2maar hij staat onder voogden en beheerders, tot het tijdstip dat de vader van tevoren heeft bepaald.

3Zo waren ook wij, toen wij nog onmondige kinderen waren, als slaven onderworpen aan de grondbeginselen van de wereld.

4

4:4
Gen. 49:10
Dan. 9:24
Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw,
4:4
Matt. 5:17
geboren onder de wet,

5om hen die onder de wet waren, vrij te kopen,

4:5
Joh. 1:12
Gal. 3:26
opdat wij de aanneming tot kinderen zouden ontvangen.

6

4:6
Rom. 8:15
Nu, omdat u kinderen bent, heeft God de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!

7Dus nu bent u geen slaaf meer, maar een zoon; en als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door Christus.

In de ban van dwaalleraars

8Maar destijds, toen u God niet kende, diende u hen

4:8
1 Kor. 8:4
die van nature geen goden zijn;

9en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent,

4:9
Kol. 2:20
hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen?

10

4:10
Rom. 14:5
Kol. 2:16
U houdt zich aan dagen, maanden, tijden en jaren.

11Ik vrees voor u dat ik mij misschien tevergeefs voor u heb ingespannen.

12Wees zoals ik, want ook ik ben zoals u, broeders; ik smeek het u! U hebt mij in geen enkel opzicht onrecht aangedaan.

13U weet toch dat ik u de eerste keer het Evangelie heb verkondigd in lichamelijke zwakheid.

14En toch hebt u mijn beproeving, die in mijn lichaam plaatsvond, niet veracht of verafschuwd, maar ontving u mij

4:14
Mal. 2:7
als een engel van God, ja,
4:14
Matt. 10:40
Joh. 13:20
als Christus Jezus.

15Waarin prees u zich dan gelukkig? Want ik kan van u getuigen dat u, zo mogelijk, uw ogen zou hebben uitgerukt en aan mij gegeven zou hebben.

16Ben ik dan uw vijand geworden door u de waarheid te zeggen?

17

4:17
Rom. 10:2
2 Kor. 11:12
Zij beijveren zich niet met goede bedoelingen voor u, maar zij willen ons uitsluiten, opdat u zich voor hen zou beijveren.

18Nu is zich te beijveren voor het goede altijd goed, en niet alleen als ik bij u ben,

19

4:19
1 Kor. 4:15Jak. 1:18
mijn lieve kinderen, van wie ik opnieuw in barensnood ben totdat Christus gestalte in u krijgt.

20Ik wilde echter wel dat ik nu bij u was en op een andere toon kon spreken,4:20 en op een andere toon … spreken - Letterlijk: mijn stem veranderen. want ik ben in twijfel over u.

Hagar en Sara - twee verbonden

21Zeg mij, u die onder de wet wilt zijn, luistert u niet naar de wet?

22Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had,

4:22
Gen. 16:2,15
een van de slavin,
4:22
Gen. 21:2
Hand. 7:8
Hebr. 11:11
en een van de vrije.

23

4:23
Joh. 8:39
Rom. 9:7
Maar hij die van de slavin was, is naar het vlees geboren, hij echter die van de vrije was, door de belofte.

24Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is Hagar.

25Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is.

26

4:26
Openb. 21:2
Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen.

27Want er staat geschreven:

4:27
Jes. 54:1
Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, breek uit in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft.

28

4:28
Rom. 9:7,8
Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak.

29Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem

4:29
Gen. 21:9
vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu.

30Wat zegt de Schrift echter?

4:30
Gen. 21:10
Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije.

31Daarom, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije.

5

Het geloof door de liefde werkzaam

51Sta

5:1
Joh. 8:32
Rom. 6:18
1 Petr. 2:16
dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer
5:1
Jes. 9:3
met een juk van slavernij belasten.

2Zie, ik, Paulus, zeg u dat,

5:2
Hand. 15:1
als u zich laat besnijden, Christus u van geen nut zal zijn.

3En nogmaals betuig ik aan ieder mens die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden.

4U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen.

5Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de hoop van de gerechtigheid.

6

5:6
Matt. 12:50
Joh. 15:14
1 Kor. 7:19
2 Kor. 5:17
Gal. 6:15
Kol. 3:11
In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn,5:6 het onbesneden zijn - Letterlijk: de voorhuid. maar het geloof, dat door de liefde
5:6
1 Thess. 1:3
werkzaam is.

7U liep zo goed;

5:7
Gal. 3:1
wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven gehoorzamen?

8Deze overreding is niet afkomstig van Hem Die u roept.

9

5:9
1 Kor. 5:6
Een beetje zuurdeeg doorzuurt het hele deeg.

10

5:10
2 Kor. 2:3
8:22
Ik vertrouw van u in de Heere dat u niet anders gezind zult zijn; maar hij die u in verwarring brengt, zal het oordeel dragen, wie hij ook is.

11Maar ik, broeders, als ik nog de besnijdenis verkondig, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is immers

5:11
1 Kor. 1:23
het struikelblok van het kruis tenietgedaan.

12

5:12
Joz. 7:25
Lieten zij die u opruien, zich maar afsnijden!

Geen misbruik van de vrijheid

13Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders,

5:13
1 Kor. 8:9
1 Petr. 2:164
alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde.

14

5:14
Rom. 13:8
Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin:
5:14
Lev. 19:18
Matt. 22:39
Mark. 12:31
Jak. 2:8
U zult uw naaste liefhebben als uzelf.

15Maar

5:15
2 Kor. 12:20
als u elkaar bijt en verslindt, pas dan op dat u niet door elkaar verteerd wordt.

16Maar ik zeg:

5:16
Rom. 13:14
1 Petr. 2:11
Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen.

17

5:17
Rom. 7:15
Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.

18Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.

19

5:19
1 Kor. 3:3
Jak. 3:14
Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid,

20afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer,

21jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke;

5:21
1 Kor. 6:10
Efez. 5:5
Kol. 3:6
Openb. 22:15
waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.

De vrucht van de Geest

22

5:22
Efez. 5:9
De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

23

5:23
1 Tim. 1:9
Daartegen richt de wet zich niet.

24

5:24
Rom. 6:6
13:14
Gal. 2:20
1 Petr. 2:11
Maar wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.

25Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.

26Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden.

6

Draag elkaars lasten

61Broeders,

6:1
Rom. 14:1
15:1
1 Kor. 9:22
ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt.

2

6:2
Matt. 11:29
Joh. 13:14
Rom. 15:1
1 Thess. 5:14
Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus.

3Want als iemand denkt iets te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf.

4Maar laat ieder zijn eigen werk beproeven; dan zal hij alleen voor zichzelf stof tot roemen hebben, en niet voor de ander.

5

6:5
Ps. 62:13
Jer. 17:10
32:19
Matt. 16:27
Rom. 2:6
14:12
1 Kor. 3:8
2 Kor. 5:10
Openb. 2:23
22:12
Want ieder zal zijn eigen pak dragen.

6

6:6
Rom. 15:27
1 Kor. 9:11
En laat hij die onderwezen wordt in het Woord in alle goede dingen delen met hem die onderwijs geeft.

7

6:7
1 Kor. 6:10
Dwaal niet: God laat niet met Zich spotten,
6:7
Luk. 16:25
want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten.

8Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten.

9

6:9
2 Thess. 3:13
En laten wij niet moe worden goed te doen, want te zijner tijd zullen wij oogsten, als wij het niet opgeven.

10Laten wij dus, terwijl wij gelegenheid hebben, goeddoen aan allen, maar

6:10
1 Tim. 5:8
vooral aan de huisgenoten van het geloof.

Roem in Christus alleen. Zegenbede

11Zie met wat een grote letters ik u met mijn eigen hand schrijf:

12Allen die zich mooi willen voordoen naar het vlees, dwingen u zich te laten besnijden, alleen om niet vanwege het kruis van Christus vervolgd te worden.

13Want ook zij die besneden worden, nemen zelf de wet niet in acht, maar zij willen dat u besneden wordt om zich te kunnen beroemen op uw vlees.

14Maar ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Wie de wereld voor mij gekruisigd is, en ik voor de wereld.

15

6:15
Matt. 12:50
Joh. 15:14
2 Kor. 5:16
Gal. 5:6
Kol. 3:11
Want in Christus Jezus heeft niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn,6:15 het onbesneden zijn - Letterlijk: de voorhuid. maar wel dat we een nieuwe schepping zijn.

16

6:16
Ps. 125:5
En allen die overeenkomstig deze regel wandelen: vrede en barmhartigheid zij over hen en over het Israël van God.

17Verder, laat niemand mij lastigvallen,

6:17
2 Kor. 4:10
want ik draag de littekens van de Heere Jezus in mijn lichaam.

18De genade van onze Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.