Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Paulus groet Titus

11-4Dit is een brief van Paulus aan Titus.

Ik ben een dienaar van God, en een apostel van Jezus Christus. Het is mijn taak om het geloof te versterken van de mensen die door God uitgekozen zijn. En om de christenen meer inzicht te geven in de waarheid, zodat ze God nog beter kunnen dienen. Dan kunnen ze erop vertrouwen dat ze het eeuwige leven zullen krijgen. God heeft dat al beloofd voordat de tijd begon, en God liegt nooit.

Gods boodschap is bekendgemaakt op het moment dat hij bepaald heeft. Hijzelf heeft mij uitgekozen om over die boodschap te vertellen. Ik werk dus in opdracht van God, onze redder.

Titus, jij bent voor mij als een eigen kind, omdat we hetzelfde geloof hebben.

Ik wens je toe dat God, de Vader, en onze redder Jezus Christus goed voor je zijn en je vrede geven.

De taak van Titus op Kreta

Over de leiders in de kerk

5Ik heb je achtergelaten op het eiland Kreta zodat je nog een aantal zaken kon regelen. Ik gaf je de opdracht om in elke stad mannen aan te wijzen als leiders van de kerk. En ik heb je ook verteld waar je op moest letten.

6Leiders van de kerk moeten zich altijd goed gedragen. Ze mogen maar één keer trouwen. Hun kinderen moeten ook gelovig zijn. En niemand moet hen kunnen beschuldigen van schandelijke dingen of ongehoorzaamheid.

7Een bestuurder van de kerk moet zich dus altijd goed gedragen, want hij geeft leiding aan de kerk van God. Hij mag niet trots zijn, niet snel boos worden, en niet te veel drinken. Hij mag geen geweld gebruiken, en niet altijd maar rijker willen worden. 8Hij moet iedereen hartelijk ontvangen, en graag goede dingen doen. Hij moet verstandig zijn, eerlijk en geduldig. En hij moet eerbied hebben voor God. 9Hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die bij het geloof hoort. Want dan kan hij met de juiste christelijke uitleg mensen moed inspreken, en tegenstanders op hun fouten wijzen.

Over ongehoorzame gelovigen

10Er zijn veel gelovigen die ongehoorzaam zijn, domme dingen zeggen en anderen bedriegen. Daarmee bedoel ik vooral Joodse christenen. 11Zij moeten tegengehouden worden. Want met hun verkeerde uitleg maken ze het geloof van hele families kapot. En dat doen ze alleen maar om geld te verdienen. Het is een schande!

12Een Griekse profeet die zelf van Kreta kwam, heeft ooit gezegd: ‘De mensen van Kreta liegen altijd. Ze lijken op roofdieren, alleen een volle maag is voor hen belangrijk.’ 13Die profeet sprak de waarheid. Daarom moet jij streng zijn tegen de gelovigen die luisteren naar een verkeerde uitleg. Vertel hun precies wat ze fout doen, want alleen dan blijft hun geloof zuiver. 14-15Dan interesseren ze zich niet meer voor Joodse sprookjes. Of voor regels die bedacht zijn door mensen die zich tegen de waarheid verzetten, bijvoorbeeld regels over wat je wel of niet mag eten.

Mensen die leven zoals God het wil, mogen alles eten. Voor hen is al het voedsel rein. Maar voor ongelovigen en voor mensen die altijd slechte dingen doen, is niets rein. Zij kunnen niet doen wat God wil. Want ze kunnen niet meer helder denken, en ze zijn in hun hart niet eerlijk tegenover God. 16Ze zeggen dat ze God kennen. Maar hun daden maken duidelijk dat dat niet zo is. Het zijn afschuwelijke mensen! Ze willen niet luisteren, en ze kunnen niet één goede daad doen.

2

Regels voor de kerk

Regels voor oude en jonge mensen

21Titus, leer de mensen om zich goed te gedragen, op een manier die past bij de juiste uitleg van het geloof. 2Oudere mannen moeten niet te veel drinken, ze moeten verstandig zijn en zich goed gedragen. Hun geloof, hun liefde en hun geduld moeten volmaakt zijn.

3Hetzelfde geldt voor oudere vrouwen. Zij moeten een heilig leven leiden. Ze mogen niet roddelen of verslaafd zijn aan wijn. Ze moeten juist een goed voorbeeld zijn. 4Want dan kunnen ze aan jongere vrouwen leren hoe die moeten leven. Zij moeten hun man en kinderen liefhebben, 5ze moeten verstandig zijn, en trouw zijn aan hun man. Ze moeten hun huis netjes houden, vriendelijk zijn en hun man gehoorzamen. Want dan heeft niemand een reden om slechte dingen te zeggen over Gods boodschap.

Wees een goed voorbeeld

6-7Zeg tegen de jonge mannen dat ook zij zich altijd verstandig moeten gedragen. Jij moet zelf goed leven, zodat je een voorbeeld voor hen bent.

Zorg ervoor dat je uitleg van het geloof zuiver is, zodat iedereen er respect voor heeft. 8En vertel op zo’n manier over het geloof dat niemand er kritiek op kan hebben. Dan kunnen onze tegenstanders ons nergens van beschuldigen, en durven ze niets meer te zeggen.

Regels voor slaven

9Slaven moeten hun meester altijd gehoorzamen. Ze moeten het hem naar de zin maken, en ze mogen zich niet tegen hem verzetten. 10Ze mogen niet van hem stelen, ze moeten juist altijd te vertrouwen zijn.

Zo zorgen ze ervoor dat mensen respect hebben voor onze uitleg over God, onze redder.

God is goed voor ons

11God heeft laten zien dat hij goed is, en dat hij alle mensen wil redden. 12Zijn goedheid helpt ons om betere mensen te worden. Zodat we nee kunnen zeggen tegen een leven zonder God en tegen onze slechte verlangens. Dan kunnen we in deze wereld een wijs en eerlijk leven leiden, zoals God het wil. 13En intussen wachten we vol vertrouwen op het grote geluk: de komst van onze grote God en redder Jezus Christus. 14Hij gaf zijn leven om ons te redden. Daardoor heeft hij ons bevrijd van alle schuld. Zo maakte hij van ons zijn heilige volk, een volk dat zijn best doet om goed te leven.

15Titus, gebruik het gezag dat God je gegeven heeft. Doe dat als je mensen uitleg geeft, als je ze moed inspreekt of op hun fouten wijst. Laat je door niemand beledigen!