Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
5

Van Adam tot Noach

51

5:1-32
1 Kron. 1:1-4
Dit is de lijst van Adams nakomelingen.

Toen God Adam schiep, de mens, maakte hij hem zo dat hij leek op God. 2

5:2
Gen. 1:27-28
Mat. 19:4
Marc. 10:6
Mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en noemde hen mens toen zij werden geschapen.

3Toen Adam 130 jaar was, verwekte hij een zoon die op hem leek, die zijn evenbeeld was. Hij noemde hem Set. 4Na de geboorte van Set duurde Adams leven nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 5In totaal leefde hij 930 jaar. Daarna stierf hij.

6Toen Set 105 jaar was, verwekte hij Enos. 7Na de geboorte van Enos leefde Set nog 807 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 8In totaal leefde hij 912 jaar. Daarna stierf hij.

9Toen Enos 90 jaar was, verwekte hij Kenan. 10Na de geboorte van Kenan leefde Enos nog 815 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 11In totaal leefde hij 905 jaar. Daarna stierf hij.

12Toen Kenan 70 jaar was, verwekte hij Mahalalel. 13Na de geboorte van Mahalalel leefde Kenan nog 840 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 14In totaal leefde hij 910 jaar. Daarna stierf hij.

15Toen Mahalalel 65 jaar was, verwekte hij Jered. 16Na de geboorte van Jered leefde Mahalalel nog 830 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 17In totaal leefde hij 895 jaar. Daarna stierf hij.

18Toen Jered 162 jaar was, verwekte hij Henoch. 19Na de geboorte van Henoch leefde Jered nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 20In totaal leefde hij 962 jaar. Daarna stierf hij.

21Toen Henoch 65 jaar was, verwekte hij Metuselach. 22Na de geboorte van Metuselach leefde Henoch nog 300 jaar, in nauwe verbondenheid met God. Hij verwekte zonen en dochters. 23In totaal leefde hij 365 jaar. 24

5:24
Hebr. 11:5
Judas 14
Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam.

25Toen Metuselach 187 jaar was, verwekte hij Lamech. 26Na de geboorte van Lamech leefde Metuselach nog 782 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 27In totaal leefde hij 969 jaar. Daarna stierf hij.

28Toen Lamech 182 jaar was, verwekte hij een zoon 29die hij Noach noemde. ‘Deze zoon,’ zei hij, ‘zal ons troost geven5:29 Noach [...] troost geven – In het Hebreeuws is er een woordspel tussen de naam Noach en het werkwoord nicham, ‘troost geven’. voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’ 30Na de geboorte van Noach leefde Lamech nog 595 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 31In totaal leefde hij 777 jaar. Daarna stierf hij.

32Toen Noach 500 jaar oud was, verwekte hij Sem, Cham en Jafet.

6

Vermenging van goden en mensen

61Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. 2De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. 3

6:3
Gen. 2:7
Sir. 17:2
Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven. 4
6:4
Num. 13:33
Sir. 16:7
Bar. 3:26
In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.

Noach

5De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. 6

6:6
1 Sam. 15:11,35
Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. 7Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt. 8
6:8
1 Petr. 3:20
Alleen Noach vond bij de HEER genade.

9

6:9
Sir. 44:17
2 Petr. 2:5
Dit is de geschiedenis van Noach en zijn nakomelingen. Noach was een rechtschapen man; hij was in zijn tijd de enige die een voorbeeldig leven leidde, in nauwe verbondenheid met God. 10Hij had drie zonen: Sem, Cham en Jafet.

11In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. 12Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, 13zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij. 14Maak jij nu een ark van pijnboomhout. Maak daar verschillende ruimten in, en bestrijk hem vanbinnen en vanbuiten met pek. 15Maak hem driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog. 16Je moet er een lichtopening in aanbrengen en aan de bovenkant één el openlaten; de ingang moet je in de zijkant maken. De ark moet een benedenverdieping krijgen en daarboven nog twee verdiepingen. 17Ik laat een grote vloed over de aarde komen, een watermassa die haar zal overspoelen, om alles onder de hemel waarin levensadem is te vernietigen; alles op aarde zal omkomen. 18

6:18
Gen. 9:9
Maar met jou zal ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen. 19En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn. 20Van alle soorten vogels, van alle soorten vee en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven. 21Leg ook een voorraad aan van alles wat eetbaar is, zodat jullie allemaal te eten hebben.’ 22
6:22
Hebr. 11:7
Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen.

7

71

7:1
Wijsh. 10:4
Toen zei de HEER tegen Noach: ‘Ga de ark in, samen met je hele gezin, want ik heb gezien dat jij als enige van deze generatie rechtschapen bent. 2Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en hun wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en zijn wijfje, 3en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, om hun voortbestaan op aarde veilig te stellen. 4Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.’ 5Noach deed alles zoals de HEER het hem had opgedragen.

6Noach was zeshonderd jaar toen de zondvloed kwam, een watermassa die de aarde overspoelde. 7

7:7
Mat. 24:38-39
Luc. 17:27
Om aan het water te ontkomen ging Noach de ark in, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen. 8Van de reine en de onreine dieren, van de vogels en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, 9kwamen er telkens twee bij Noach in de ark, een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. 10Toen de zeven dagen voorbij waren, kwam het water van de vloed over de aarde. 11
7:11
2 Petr. 3:6
In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet. 12Veertig dagen en veertig nachten lang zou het op de aarde stortregenen. 13Diezelfde dag gingen Noach, zijn zonen Sem, Cham en Jafet, zijn vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen de ark in, 14samen met alle soorten wilde dieren, vee en kruipende dieren, en ook met alle soorten vogels en wat er verder maar vleugels heeft. 15Van alle wezens waarin levensadem was, kwamen er telkens twee bij Noach in de ark: 16er kwamen van alle dieren een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. Toen sloot de HEER de deur achter hem.

17De vloed overstroomde de aarde veertig dagen lang. Het water steeg en de ark werd opgetild, zodat hij van de aarde loskwam. 18Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. 19Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. 20Tot vijftien el daarboven reikte het water, de bergen stonden helemaal onder. 21Alles wat op aarde leefde kwam om, alles wat er rondwemelde: vogels, vee, wilde dieren, en ook alle mensen. 22Alles wat op het land leefde en ademde vond de dood. 23Alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Alleen Noach bleef over, met alles wat bij hem in de ark was. 24Honderdvijftig dagen lang was de aarde helemaal met water bedekt.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]