Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

Tobits afscheidswoorden

41

4:1
Tob. 1:14
Diezelfde dag dacht Tobit aan het geld dat hij Gabaël uit Rages, in Medië, in bewaring had gegeven. 2Hij zei bij zichzelf: Ik heb om de dood gevraagd, dus zou het niet verstandig zijn om voordat ik sterf Tobias over dat geld in te lichten? 3
4:3
Ex. 20:12
Spr. 23:22
Hij riep hem bij zich en zei: ‘Begraaf me op gepaste wijze. Toon eerbied voor je moeder, laat haar zolang ze leeft niet in de steek, doe wat haar vreugde geeft en bezorg haar nooit verdriet. 4
4:4
Sir. 7:27
Houd altijd voor ogen dat ze veel voor jou heeft moeten doorstaan toen ze je in haar schoot droeg. Wanneer ze sterft, moet je haar naast mij in hetzelfde graf begraven. 5En, jongen, denk altijd aan de Heer, je leven lang. Pas op dat je niet zondigt en zijn geboden niet overtreedt. Handel elke dag van je leven rechtvaardig, ga nooit de weg van het onrecht, 6-7
4:6-7
Deut. 15:7-8,11
Spr. 3:27
19:17
Tob. 12:8-10
13:6
Sir. 4:1-6
Mat. 6:1-4
Joh. 3:21
1 Joh. 3:17
want4:7-18 Aangevuld vanuit de korte tekst. wie eerlijk leeft zal slagen in alles wat hij doet. Ondersteun met je bezittingen iedereen die een rechtvaardig leven leidt; en wanneer je iemand helpt, doe het dan niet met tegenzin. Wend je blik niet af van iemand die in nood zit, dan zal God zijn blik niet van jou afwenden. 8
4:8
Sir. 35:12
Wanneer je veel bezit, geef dan ook ruimhartig. Wanneer je zelf maar weinig bezit, aarzel dan niet om van dat beetje toch te geven. 9
4:9
Sir. 29:12
De hulp die je geeft is de beste investering voor moeilijke tijden 10en behoedt je voor het duister van de dood. 11
4:11
Sir. 3:31
Wie de armen helpt, brengt een offer dat de Allerhoogste welgevallig is. 12
4:12
Gen. 11:31
24:3-4
25:20
28:1-2
29:15-30
Recht. 14:3
Onthoud je van een onrein huwelijk, trouw alleen met een vrouw uit de stam van je vader en voorouders. Kies beslist geen andere vrouw, want wij stammen van profeten af. Denk aan Noach, Abraham, Isaak en Jakob, onze allereerste voorouders; ze trouwden alle vier met een vrouw uit hun eigen familie, ze werden gezegend met kinderen, en hun nageslacht zal het land bezitten. 13Heb je eigen volk lief, jongen, voel je niet te goed om een vrouw te kiezen uit hun midden, uit de vrouwen van je eigen volk. Hoogmoed leidt alleen maar tot ellende en ontreddering, en luiheid tot verval en bittere armoede, want luiheid is de moeder van de honger. 14
4:14
Lev. 19:13
Deut. 24:15
Iemand die voor je gewerkt heeft, moet je nog op dezelfde dag zijn loon uitbetalen. Stel het niet uit. Wanneer je God zo dient, word ook jij beloond. Neem jezelf in acht bij alles wat je doet en gedraag je altijd zoals wij je hebben opgevoed. 15
4:15
Spr. 23:31
Mat. 7:12
Luc. 6:31
Doe een ander niets aan dat je zelf verafschuwt. Bedrink je niet aan wijn, ga niet als een dronkaard door het leven. 16
4:16
Deut. 15:10
Jes. 58:7
Mat. 25:35-36
2 Kor. 9:7
Laat wie honger heeft delen in je brood en wie geen kleren heeft in je kleding. Alles wat je kunt missen moet je weggeven, zonder dat je het betreurt. 17Wanneer een rechtschapen mens sterft, houd dan een maaltijd voor zijn nabestaanden, maar doe dat niet bij de dood van een zondaar. 18Win de raad in van ieder wijs mens en sla geen enkel bruikbaar advies in de wind. 19
4:19
1 Sam. 2:7
Ps. 119:10,12,26,33
Prijs God, de Heer, altijd en vraag hem om je over rechte wegen te leiden en je te laten slagen in alles wat je doet. Er is geen enkel volk dat wijsheid bezit, alleen de Heer geeft wijsheid. Hij verstoot wie hij maar wil tot in het diepst van het dodenrijk. Jongen, denk altijd aan deze raadgevingen, neem ze altijd ter harte.

20Welnu, je moet weten dat ik in Rages in Medië bij Gabaël, de broer van Gabri, een bedrag van tien talent zilver in bewaring heb gegeven. 21

4:21
Sir. 11:21-22
1 Tim. 6:6
Maak je dus geen zorgen over onze armoede, want wanneer je ontzag hebt voor God wacht je een groot vermogen. Ga elke zonde uit de weg en doe wat de Heer, je God, welgevallig is.’