Herziene Statenvertaling (HSV)
1

Het apostolisch getuigenis

11Wat er was

1:1
Joh. 1:1
vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij gezien hebben met onze ogen,
1:1
Joh. 1:14
2 Petr. 1:16
wat wij aanschouwd hebben
1:1
Luk. 24:39
Joh. 20:27
en onze handen getast hebben van het Woord des levens

2– want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien, en wij getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard –

3wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.

4En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt.

In het licht wandelen

5En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen,

1:5
Joh. 1:9
8:12
9:5
12:35,36
dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.

6Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet.

7Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar,

1:7
Hebr. 9:14
1 Petr. 1:19
Openb. 1:5
en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

8

1:8
1 Kon. 8:46
2 Kron. 6:36
Job 9:2
Ps. 143:2
Spr. 20:9
Pred. 7:20
Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons.

9

1:9
Ps. 32:5
Spr. 28:13
Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

10Als wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot leugenaar en is Zijn woord niet in ons.

2

21Mijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben

2:1
1 Tim. 2:5
Hebr. 7:25
een Voorspraak2:1 Voorspraak - Ook te vertalen als advocaat, pleitbezorger, verdediger; zie ook Joh. 14:16. bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.

2En Hij is

2:2
Rom. 3:25
2 Kor. 5:18
Kol. 1:20
1 Joh. 4:10
een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden
2:2
Joh. 4:42
1 Joh. 4:14
van de hele wereld.

Christus' geboden in acht nemen

3En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen.

4

2:4
1 Joh. 4:20
Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet.

5Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden.

2:5
Joh. 13:35
Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn.

6Wie zegt in Hem te blijven,

2:6
Joh. 13:15
1 Petr. 2:21
moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.

De broeders liefhebben

7Broeders, ik schrijf u

2:7
2 Joh. vs.
geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat u vanaf het begin hebt gehad; dit oude gebod is het woord dat u vanaf het begin hebt gehoord.

8Toch schrijf ik u

2:8
Joh. 13:34
15:12
een nieuw gebod, dat waar is in Hem en in u, want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt reeds.

9Wie zegt dat hij in het licht is en zijn broeder haat, die is tot nog toe in de duisternis.

10

2:10
1 Joh. 3:14
Wie zijn broeder liefheeft,
2:10
Joh. 12:35
blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen.

11Maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en weet niet waar hij heen gaat, omdat de duisternis zijn ogen verblind heeft.

De wereld niet liefhebben

12

2:12
Luk. 24:47
Hand. 4:12
13:38
Ik schrijf u, lieve kinderen, want de zonden zijn u vergeven omwille van Zijn Naam.

13Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, omdat u de Vader kent.

14Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.

15

2:15
Rom. 12:2
Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is.
2:15
Gal. 1:10
Jak. 4:4
Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.

16Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.

17

2:17
Ps. 90:10
Jes. 40:6
1 Kor. 7:31
Jak. 1:10
4:14
1 Petr. 1:24
En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

De antichrist

18Kinderen, het is het laatste uur;

2:18
Matt. 24:5
2 Thess. 2:3
en zoals u gehoord hebt dat de antichrist eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is.

19

2:19
Ps. 41:10
Hand. 20:30
Zij zijn uit ons midden weggegaan, maar zij waren niet uit ons; want als zij uit ons geweest waren, dan zouden zij bij ons gebleven zijn.
2:19
1 Kor. 11:19
Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn.

20

2:20
Ps. 45:8
133:2
2 Kor. 1:21
Hebr. 1:9
Maar u hebt de zalving van de Heilige en u weet alles.

21Ik heb u niet geschreven omdat u de waarheid niet kent, maar omdat u die kent, en omdat er geen leugen uit de waarheid is.

22Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.

23

2:23
Luk. 12:9
2 Tim. 2:12
Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.

In Christus blijven

24Laat wat u vanaf het begin gehoord hebt, in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin gehoord hebt, dan zult ook u in de Zoon en in de Vader blijven.

25En dit is de belofte die Hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven.

26Deze dingen heb ik u geschreven met betrekking tot hen die u misleiden.

27

2:27
Jer. 31:34
Hebr. 8:11
En wat u betreft, de zalving die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u, en u hebt het niet nodig dat iemand u onderwijst; maar zoals deze zalving u onderwijst met betrekking tot alle dingen – en die zalving is waar en is geen leugen – en zoals ze u heeft onderwezen, zo moet u in Hem blijven.

28En nu, lieve kinderen, blijf in Hem,

2:28
Mark. 8:38
1 Joh. 3:2
opdat wij vrijmoedigheid hebben, wanneer Hij geopenbaard zal worden, en niet door Hem beschaamd gemaakt worden bij Zijn komst.

29Als u weet dat Hij rechtvaardig is, dan weet u dat ieder die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.

3

Gerechtigheid en broederliefde als kenmerken van het kind van God

31Zie,

3:1
Joh. 1:12
hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent.

2Geliefden,

3:2
Jes. 56:5
Joh. 1:12
Rom. 8:15
Gal. 3:26
4:6
nu zijn wij kinderen van God,
3:2
Matt. 5:12
Rom. 8:18
2 Kor. 4:17
en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn.
3:2
Filipp. 3:21
Kol. 3:4
Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is.

3En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is.

4Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid;

3:4
1 Joh. 5:17
want de zonde is de wetteloosheid.

5

3:5
Jes. 53:12
1 Tim. 1:15
En u weet dat Hij geopenbaard is om onze zonden weg te nemen;
3:5
Jes. 53:9
2 Kor. 5:21
1 Petr. 2:22
en zonde is er in Hem niet.

6Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.

7Lieve kinderen, laat niemand u misleiden.

3:7
1 Joh. 2:29
Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is.

8Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou.

9

3:9
1 Joh. 5:18
Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet,
3:9
1 Petr. 1:23
want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.

10Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft.

11Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt,

3:11
Vers 23;
dat wij elkaar moeten liefhebben;

12niet zoals

3:12
Gen. 4:8
Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood?
3:12
Hebr. 11:4
Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.

13

3:13
Joh. 15:18
Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat.

14

3:14
1 Joh. 2:10
Wij weten dat wij zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood.

15Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar;

3:15
Matt. 5:21
Gal. 5:21
en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.

16

3:16
Joh. 15:13
Efez. 5:2
Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven.

17

3:17
Deut. 15:7
Luk. 3:11
Jak. 2:15
Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart3:17 hart - Letterlijk: ingewanden. voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?

Vrijmoedigheid tot God

18Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.

19En hieraan weten wij dat wij uit de waarheid zijn, en zo zullen wij ons hart voor Hem geruststellen.

20Want als ons hart ons veroordeelt, God is meer dan ons hart, en Hij weet alle dingen.

21Geliefden! Als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid om tot God te gaan;

22

3:22
Jer. 29:12
Matt. 7:8
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 14:13
16:24
Jak. 1:5
1 Joh. 5:14
en wat wij ook maar bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is.

23

3:23
Joh. 6:29
17:3
En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus,
3:23
Lev. 19:18
Matt. 22:39
Joh. 13:34
15:12
Efez. 5:2
1 Thess. 4:9
1 Petr. 4:8
1 Joh. 4:21
en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.

24

3:24
Joh. 14:23
15:10
1 Joh. 4:12
En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft.