Herziene Statenvertaling (HSV)
10

De HEERE en de afgoden

101Hoor het woord dat de HEERE tot u spreekt, huis van Israël.

2Zo zegt de HEERE:

U mag u de weg van de heidenvolken niet aanleren,

en u niet ontstellen door de tekenen aan de hemel,

omdat de heidenvolken zich daardoor ontstellen.

3Want de gebruiken van die volken zijn onzinnig:

10:3
Jes. 44:14
het is immers een stuk hout, iemand heeft het uit het bos gekapt,

vakwerk10:3 vakwerk - Letterlijk: werk van handen van een vakman. met de bijl.

4Met zilver en met goud maken ze het mooi,

met spijkers en met hamers

10:4
Jes. 41:7
zetten ze het vast,

zodat het niet kan wiebelen.

5Ze zijn als een vogelverschrikker op een komkommerveld, want spreken

10:5
Ps. 115:5
kunnen ze niet.

Ze moeten helemaal

10:5
Jes. 46:1,7
gedragen worden, want ze kunnen geen stap verzetten.

Wees niet bevreesd voor hen, want

10:5
Jes. 41:23
kwaad kunnen ze niet doen,

maar ook goeddoen is er bij hen niet bij.

6Niemand, HEERE, is

10:6
Ps. 86:8,10
U gelijk,

groot bent U en groot is Uw Naam in sterkte.

7

10:7
Openb. 15:4
Wie zou U niet vrezen, Koning van de heidenvolken?

Want dat komt U toe.

Immers, onder al de wijzen van de heidenvolken

en in heel hun koninkrijk is niemand U gelijk.

8In één ding zijn zij toch

10:8
Jes. 41:29
Hab. 2:18
Zach. 10:2
dom en dwaas:

onderwijs in onzinnigheid, hout is het!

9Geplet zilver wordt uit Tarsis gebracht en goud uit Ufaz;

werk van een vakman, en van de handen van een edelsmid

– blauwpurper en roodpurper is hun gewaad –

alles is het werk van kundige mensen.

10De HEERE God is echter de Waarheid,

Hij is de levende God, een eeuwig Koning.

Voor Zijn grote toorn beeft de aarde,

de heidenvolken kunnen Zijn gramschap niet verdragen.

11Dit moet u tegen hen zeggen:

De goden die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben,

die zullen van de aarde en van onder deze hemel vergaan.10:11 Dit … vergaan - Dit vers is in het Aramees overgeleverd.

12Hij maakte de

10:12
Gen. 1:1
Jer. 51:15
aarde door Zijn kracht,

grondvestte de wereld door Zijn wijsheid,

Hij heeft de hemel door Zijn inzicht

10:12
Job 9:8
Ps. 104:2
Jes. 40:22
44:24
51:13
uitgespannen.

13Als Hij Zijn stem laat klinken, dan is er gedruis van wateren aan de hemel.

Hij doet

10:13
Ps. 135:7
dampen opstijgen van het einde van de aarde.

Hij heeft bliksemflitsen bij de regen gemaakt.

De wind brengt Hij uit Zijn schatkamers tevoorschijn.

14

10:14
Jer. 51:17,18
Ieder mens is dom geworden, zonder kennis,

elke edelsmid is beschaamd over zijn beeld.

Zijn gegoten beeld is immers bedrog:

er zit in hen geen adem.

15Nietig zijn zij,

bespottelijk werk,

ten tijde van hun vergelding zullen zij vergaan.

16Maar het

10:16
Jer. 51:19
Deel van Jakob is niet als zij,

want Hij is Formeerder van alles,

en Israël is de

10:16
Ps. 74:2
stam die Zijn eigendom is,

HEERE van de legermachten is Zijn Naam.

De komende verwoesting

17Verzamel uit het land uw handelswaar,

u die in de vesting woont.

18Want zo zegt de HEERE:

Zie, Ik ga

de inwoners van het land

deze keer wegslingeren.

Ik zal hen

10:18
Jer. 6:24
benauwen,

dat zij het ondervinden.

19Wee mij om mijn breuk,

mijn wond is pijnlijk.

En ik had zelf gezegd: Zeker, dit

is een ziekte, ik moet die dragen.

20Mijn tent is verwoest en al mijn touwen zijn gebroken,

mijn kinderen zijn bij mij weggegaan en zij zijn er niet.

Er is niemand meer die mijn tent opzet

en mijn tentkleden opstelt.

21Want de herders zijn dom geweest

en hebben de HEERE niet geraadpleegd.

Daarom hebben zij niet verstandig gehandeld

en is heel de kudde van hun weide verspreid.

22Een geluid van een gerucht! Zie, het komt!

Een groot gedreun uit het land in het

10:22
Jer. 1:14
4:6
noorden,

om de steden van Juda te maken

tot een woestenij, een verblijfplaats van

10:22
Jer. 9:11
jakhalzen.

23Ik weet, HEERE,

10:23
Spr. 16:1
20:24
dat het niet aan de mens is zijn weg,

dat het niet aan een man is zijn gang te bepalen

en zijn voetstappen te richten.

24

10:24
Ps. 6:2
38:2
Bestraf mij, HEERE, maar
10:24
Jer. 30:11
46:28
met mate,

niet in Uw toorn, anders zou U weinig van mij overlaten.10:24 anders … overlaten - Letterlijk: anders maakt u mij gering.

25

10:25
Ps. 79:6
Stort Uw grimmigheid uit over de heidenvolken

die U niet kennen,

over de geslachten

die Uw Naam niet aanroepen.

Zij hebben immers Jakob

10:25
Jer. 8:16
verslonden, ja, hem verslonden, aan hem
10:25
Jer. 9:16
een einde gemaakt,

en zijn woonplaats verwoest.