Herziene Statenvertaling (HSV)
120

Gebed om bescherming

1201Een pelgrimslied.120:1 pelgrimslied - Letterlijk: lied van opgangen (naar het heiligdom); zie ook Psalmen 121-134.

Ik riep tot de HEERE in mijn benauwdheid,

en Hij verhoorde mij.

2

120:2
1 Sam. 24:10
26:19
HEERE, red mijn ziel van de valse lippen,

van de tong vol bedrog.

3Wat zal de tong vol bedrog u geven?

Wat zal die aan u toevoegen?

4

120:4
Ps. 11:2
59:8
Scherpe pijlen van een machtig man,

en gloeiende houtskool van bremstruiken daarbij.

5Wee mij, dat ik als vreemdeling in Mesech verblijf,

dat ik woon in de tenten van Kedar.

6Mijn ziel heeft lang gewoond

bij hen die de vrede haten.

7Ik ben vreedzaam, maar als ik spreek,

voeren zij oorlog.

121

God bewaart Zijn volk

1211Een pelgrimslied.

Ik sla mijn ogen op naar de bergen,

vanwaar mijn hulp komen zal.121:1 Ik … zal. - Of: Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar zal mijn hulp komen?

2Mijn hulp is van de HEERE,

Die hemel en aarde gemaakt heeft.

3Hij zal uw voet niet laten wankelen,

uw Bewaarder zal niet sluimeren.

4Zie, de Bewaarder van Israël

zal niet sluimeren of slapen.

5De HEERE is uw Bewaarder,

de HEERE is uw schaduw aan uw rechterhand.

6De zon zal u overdag niet steken,

de maan niet in de nacht.

7De HEERE zal u bewaren voor alle kwaad,

uw ziel zal Hij bewaren.

8De HEERE zal uw uitgaan en uw ingaan bewaren,

van nu aan tot in eeuwigheid.

122

Vrede voor Jeruzalem

1221Een pelgrimslied, van David.

Ik ben verblijd, wanneer zij tegen mij zeggen:

Wij zullen naar het huis van de HEERE gaan!

2Onze voeten staan

binnen uw poorten, Jeruzalem!

3Jeruzalem is gebouwd als een stad

die hecht samengevoegd is.122:3 die hecht samengevoegd is - Letterlijk: die samen met haar één geheel vormt.

4Daarheen trekken de stammen op,

de stammen van de HEERE,

naar de ark van de getuigenis van Israël,

om de Naam van de HEERE te loven.

5Want daar staan de zetels van het recht,

de zetels van het huis van David.

6Bid om vrede voor Jeruzalem,

laat het goed gaan met hen die u liefhebben.

7Laat vrede binnen uw vestingwal zijn,

rust in uw burchten.

8Omwille van mijn broeders en mijn vrienden

spreek ik nu: Vrede zij in u!

9Omwille van het huis van de HEERE, onze God,

zal

122:9
Neh. 2:10
ik het goede voor u zoeken.