Herziene Statenvertaling (HSV)
14

Verdraagzaamheid

141Aanvaard dan wie zwak is in het geloof, maar niet om over meningsverschillen te strijden.

2De een gelooft wel dat hij alles eten mag, maar wie zwak is, eet plantaardig voedsel.

3

14:3
Kol. 2:16
Wie wel alles eet, moet hem niet minachten die niet alles eet. En wie niet alles eet, moet hem niet veroordelen die alles eet. God immers heeft hem aanvaard.

4

14:4
Jak. 4:12
Wie bent u, dat u de huisslaaf van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn eigen heer aan. Hij zal echter staande gehouden worden, want God is bij machte hem staande te houden.

5

14:5
Gal. 4:10
Kol. 2:16
De een acht de ene dag boven de andere dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn.

6Wie de dag in ere houdt, houdt hem in ere voor de Heere, en wie de dag niet in ere houdt, houdt hem niet in ere voor de Heere. Wie eet, eet voor de Heere,

14:6
1 Kor. 10:31
1 Tim. 4:3
want hij dankt God. En wie niet eet, eet niet voor de Heere, en ook hij dankt God.

7

14:7
2 Kor. 5:15
Gal. 2:20
1 Thess. 5:10
1 Petr. 4:2
Niemand van ons leeft immers voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf.

8Want als wij leven, leven wij voor de Heere en als wij sterven, sterven wij voor de Heere. Of wij dan leven of sterven, wij zijn van de Heere.

9Want met dit doel is Christus ook gestorven en opgestaan en weer levend geworden, dat Hij zowel over doden als levenden zou heersen.

10U echter, wat oordeelt u uw broeder? Of ook u, wat minacht u uw broeder?

14:10
Matt. 25:31
2 Kor. 5:10
Wij zullen immers allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden.

11Want er staat geschreven:

14:11
Jes. 45:23
Filipp. 2:10
Zo waar als Ik leef, zegt de Heere: Voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden.

12

14:12
Ps. 62:13
Jer. 17:10
32:19
Matt. 16:27
Rom. 2:6
1 Kor. 3:8
2 Kor. 5:10
Gal. 6:5
Openb. 2:23
22:12
Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.

13Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar oordeel liever dit:

14:13
1 Kor. 10:32
2 Kor. 6:3
de broeder geen aanstoot of oorzaak tot struikelen te geven.

14

14:14
Matt. 15:11
Hand. 10:15
1 Kor. 8:4
1 Tim. 4:4
Ik weet en ben ervan overtuigd in de Heere Jezus dat niets in zichzelf onrein is. Alleen voor hem die van mening is dat iets onrein is, voor die is het onrein.

15Maar als uw broeder om wat u eet bedroefd wordt, dan wandelt u niet meer naar de liefde.

14:15
1 Kor. 8:11
Richt door uw eten niet hem te gronde voor wie Christus gestorven is.

16Laat dan het goede dat u bezit niet gelasterd worden.

17

14:17
1 Kor. 8:8
Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest.

18Want wie Christus in deze dingen dient, is welbehaaglijk voor God en in achting bij de mensen.

19Laten wij dus najagen wat de vrede en de onderlinge opbouw bevordert.

20Breek niet om wat u eet het werk van God af.

14:20
Tit. 1:15
Alle dingen zijn wel rein, maar het is zondig voor hem die door wat hij eet aanstoot geeft.

21

14:21
1 Kor. 8:13
Het is goed geen vlees te eten, geen wijn te drinken en niets te doen waaraan uw broeder aanstoot neemt, waarover hij struikelt of waarin hij zwak is.

22Hebt u geloof? Heb dat bij uzelf voor God. Zalig die zichzelf niet oordeelt in wat hem goeddunkt.

23Wie echter twijfelt als hij eet, is veroordeeld, omdat hij het niet uit geloof doet.

14:23
Tit. 1:15
En alles wat niet uit geloof is, is zonde.

15

Zwakken en sterken

151Maar

15:1
1 Kor. 9:22
Gal. 6:1
wij die sterk zijn, zijn verplicht de zwakheden van hen die niet sterk zijn te dragen, en niet onszelf te behagen.

2Laat daarom ieder van ons zijn naaste behagen ten goede, tot opbouw.

3Want ook Christus heeft niet Zichzelf behaagd, maar zoals geschreven staat:

15:3
Ps. 69:10
Jes. 53:4,5
Al de smaad van hen die U smaden, is op Mij gevallen.

4

15:4
Rom. 4:23,24
Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven, opdat wij in de weg van volharding en vertroosting door de Schriften de hoop zouden behouden.

5En de God van de volharding en van de vertroosting moge u geven

15:5
Rom. 12:16
1 Kor. 1:10
Filipp. 2:2
3:16
1 Petr. 3:8
onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus,

6opdat u eensgezind, met één mond, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus verheerlijkt.

7Daarom, aanvaard elkaar zoals ook Christus ons aanvaard heeft, tot heerlijkheid van God.

8En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen,

9en opdat de heidenen God zouden verheerlijken vanwege de barmhartigheid, zoals geschreven staat:

15:9
2 Sam. 22:50
Ps. 18:50
Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen.

10En verder zegt Hij:

15:10
Deut. 32:43
Wees vrolijk, heidenen, met Zijn volk!

11En verder:

15:11
Ps. 117:1
Loof de Heere, alle heidenvolken, en prijs Hem, alle volken!

12En verder zegt Jesaja:

15:12
Jes. 11:10
Openb. 5:5
22:16
De wortel van Isaï zal er zijn en Hij Die opstaat om heerschappij te voeren over de heidenen, op Hem zullen de heidenen hopen.

13De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.

De plannen van Paulus

14Nu ben ik ervan overtuigd, mijn broeders – ook ikzelf met het oog op u – dat u zelf ook vol bent van goedheid, vervuld met alle kennis, in staat ook elkaar terecht te wijzen.

15Maar ik heb u ten dele op nogal gedurfde toon geschreven, broeders, als om u hieraan te herinneren, vanwege de genade die mij door God gegeven is,

16om een dienaar van Jezus Christus te zijn voor de heidenen, door het Evangelie van God als een priester te dienen, opdat het offer van de heidenen welgevallig zou zijn aan God, geheiligd door de Heilige Geest.

17Zo heb ik dan roem in Christus Jezus in de dingen die God aangaan.

18Want ik durf het niet aan iets te zeggen wat Christus niet door mij teweeggebracht heeft, om de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen, in woord en daad,

19door de kracht van tekenen en wonderen en door de kracht van de Geest van God. Zo heb ik dan van Jeruzalem af en rondom, tot Illyricum toe, het Evangelie van Christus vervuld.

20En evenzo stelde ik er een eer in om het Evangelie daar te verkondigen waar Christus nog niet genoemd was, om niet op het fundament van een ander te bouwen.

21Maar zoals geschreven staat:

15:21
Jes. 52:15
Zij aan wie niets over Hem verkondigd was, zullen het zien, en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.

22Daarom was ik ook vaak

15:22
Rom. 1:13
1 Thess. 2:18
verhinderd om naar u toe te komen.

23Nu ik echter in deze streken geen arbeidsveld meer heb, en ik sinds vele jaren een

15:23
Vers 32;
groot verlangen heb naar u toe te komen,

24zal ik, wanneer ik naar Spanje reis, naar u toe komen. Ik hoop u namelijk op doorreis te zien en door u op weg daarheen verder geholpen te worden, als ik eerst wat van de ontmoeting met u genoten zal hebben.

25

15:25
Hand. 19:21
24:17
Maar nu reis ik naar Jeruzalem om de heiligen te dienen,

26want de gemeenten van Macedonië en Achaje hebben het goedgevonden enige handreiking te doen aan de armen onder de heiligen in Jeruzalem.

27Zij hebben het namelijk goedgevonden, en zij zijn het ook aan hen verplicht.

15:27
1 Kor. 9:11
Gal. 6:6
Immers, als de heidenen aan hun geestelijke weldaden deel gekregen hebben, zijn zij ook verplicht hen met stoffelijke te dienen.

28Als ik deze zaak dan volbracht zal hebben en hun deze vrucht officieel afgedragen zal hebben, zal ik via u naar Spanje reizen.

29

15:29
Rom. 1:11
En ik weet dat ik, als ik naar u toe kom, met de volle zegen van het Evangelie van Christus zal komen.

Mede strijden in het geloof

30En ik roep u ertoe op, broeders, door onze Heere Jezus Christus en door de liefde van de Geest,

15:30
2 Kor. 1:11
om samen met mij te strijden in de gebeden tot God voor mij,

31

15:31
2 Thess. 3:2
dat ik verlost mag worden van de ongehoorzamen in Judea en dat mijn dienstbetoon, namelijk dat aan Jeruzalem, de heiligen welgevallig is,

32

15:32
Vers 23;
zodat ik met blijdschap naar u toe kom door de wil van God en bij u tot rust zal mogen komen.

33En de God van de vrede zij met u allen. Amen.

16

Groeten, wensen en lofprijzing

161En ik beveel u Febe, onze zuster, aan, die een dienares is van de gemeente die in Kenchreeën is,

2opdat u haar ontvangt in de Heere op een wijze die de heiligen waardig is, en haar bijstaat in elke zaak waarin zij u nodig heeft, want ook zij heeft zelf bijstand verleend aan velen, ook aan mijzelf.

3

16:3
Hand. 18:2,26
Groet Priscilla en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus.

4Zij hebben voor mijn leven hun hals gewaagd. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle gemeenten van de heidenen.

5Groet ook de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn geliefde Epenetus, die de eersteling is voor Christus van Achaje.

6Groet Maria, die zich veel moeite voor ons heeft getroost.

7Groet Andronicus en Junias, mijn familieleden en mijn medegevangenen, die in aanzien zijn bij de apostelen, die al eerder dan ik in Christus waren.

8Groet Amplias, mijn geliefde broeder in de Heere.

9Groet Urbanus, onze medearbeider in Christus, en mijn geliefde Stachys.

10Groet Apelles, de beproefde dienaar in Christus. Groet hen die tot het huis van Aristobulus behoren.

11Groet Herodion, die aan mij verwant is. Groet hen die tot het huis van Narcissus behoren, die in de Heere zijn.

12Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die zich veel moeite getroost hebben in de Heere. Groet Persis, de geliefde zuster, die zich veel moeite getroost heeft in de Heere.

13Groet Rufus, de uitverkorene in de Heere, en zijn moeder en de mijne.

14Groet Asyncritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders die bij hen zijn.

15Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en alle heiligen die bij hen zijn.

16

16:16
1 Kor. 16:20
2 Kor. 13:12
1 Thess. 5:26
1 Petr. 5:14
Groet elkaar met een heilige kus. De gemeenten van Christus groeten u.

17

16:17
Kol. 2:8
Tit. 3:10
En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen,
16:17
Matt. 18:17
2 Thess. 3:6
2 Tim. 3:5
en keer u van hen af.

18Want zulke mensen dienen niet onze Heere Jezus Christus,

16:18
Filipp. 3:19
maar hun eigen buik, en door fraaie woorden en mooie praat bedriegen zij
16:18
Ezech. 13:18
de harten van de argeloze mensen.

19Want uw gehoorzaamheid is tot allen doorgedrongen. Ik verblijd mij dan ook over u

16:19
Matt. 10:16
1 Kor. 14:20
en ik wil dat u wijs bent wat het goede betreft, maar ook oprecht wat het kwade betreft.

20En de God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u. Amen.

21U groeten

16:21
Hand. 16:1
Filipp. 2:19
Kol. 1:1
1 Thess. 3:2
1 Tim. 1:2
Timotheüs, mijn medearbeider, en
16:21
Hand. 13:1
Lucius en
16:21
Hand. 17:5
Jason en
16:21
Hand. 20:4
Socipater, mijn familieleden.

22Ik, Tertius, die de brief geschreven heb, groet u in de Heere.

23Gajus, de gastheer van mij en van de hele gemeente, groet u.

16:23
Hand. 19:22
2 Tim. 4:20
Erastus, de rentmeester van de stad, en de broeder Quartus groeten u.

24De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

25

16:25
Efez. 3:20
Hem nu Die in staat is u vast te doen staan, overeenkomstig mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus,
16:25
Efez. 1:9
3:9
Kol. 1:26
2 Tim. 1:10
Tit. 1:2
1 Petr. 1:20
overeenkomstig de openbaring van het geheimenis dat door de tijden der eeuwen heen verzwegen was,

26maar dat nu geopenbaard is en door de profetische Schriften onder alle heidenen bekendgemaakt is, overeenkomstig het bevel van de eeuwige God, om hen tot geloofsgehoorzaamheid te brengen,

27aan Hem, de alleen wijze God, zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.