Herziene Statenvertaling (HSV)
15

De ware Wijnstok en de ranken

151Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier.

2

15:2
Matt. 15:13
Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt.

3

15:3
Joh. 13:10
U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb.

4Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft.

5Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.

6

15:6
Ezech. 15:2
Als iemand niet in Mij blijft,
15:6
Matt. 3:10
7:19
Kol. 1:23
wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.

7Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven,

15:7
Jer. 29:12
Matt. 7:7
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 14:13
16:24
Jak. 1:5
1 Joh. 3:22
5:14
vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen.

8Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.

Het gebod van de liefde

9Zoals de Vader Mij liefgehad heeft, heb ook Ik u liefgehad; blijf in Mijn liefde.

10

15:10
Joh. 14:15,21,23
1 Joh. 5:3
Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.

11Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat Mijn blijdschap in u zal blijven en uw blijdschap volkomen zal worden.

12

15:12
Lev. 19:18
Matt. 22:39
Joh. 13:34
Efez. 5:2
1 Thess. 4:9
1 Petr. 4:8
1 Joh. 3:23
4:21
Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.

13

15:13
Rom. 5:7
Efez. 5:2
1 Joh. 3:16
Niemand heeft een grotere liefde dan deze, namelijk dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden.

14

15:14
Matt. 12:50
2 Kor. 5:16
Gal. 5:6
6:15
Kol. 3:11
U bent Mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied.

15

15:15
Joh. 8:26
Ik noem u niet meer dienaren, want een dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, bekendgemaakt heb.

16

15:16
Joh. 13:18
Efez. 1:4
Niet u hebt Mij uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u ertoe bestemd
15:16
Matt. 28:19
Mark. 16:15
Kol. 1:6
dat u zou heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht zou blijven, opdat wat u ook maar van de Vader vraagt in Mijn Naam, Hij u dat geeft.

17Dit gebied Ik u: dat u elkaar liefhebt.

De haat van de wereld

18

15:18
1 Joh. 3:13
Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u gehaat heeft.

19

15:19
Joh. 17:14
Gal. 1:10
Als u van de wereld zou zijn, zou de wereld het hare liefhebben, maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u.

20Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb:

15:20
Matt. 10:24
Luk. 6:40
Joh. 13:16
Een dienaar is niet meer dan zijn heer.
15:20
Matt. 24:9
Joh. 16:2
Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen.

21

15:21
Matt. 10:22
Joh. 16:3
Maar al deze dingen zullen zij u aandoen omwille van Mijn Naam, omdat zij Hem niet kennen Die Mij gezonden heeft.

22

15:22
Rom. 4:15
5:20
Als Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.

23Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader.

24

15:24
Joh. 10:37
Als Ik onder hen niet de werken gedaan had die niemand anders gedaan heeft, hadden zij geen zonde, maar nu hebben zij ze gezien en Mij en Mijn Vader gehaat.

25Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is:

15:25
Ps. 35:19
69:5
Zij hebben mij zonder reden gehaat.

26

15:26
Joh. 14:26
16:7
Hand. 5:32
Maar wanneer de Trooster is gekomen,
15:26
Luk. 24:49
Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die over Mij getuigen.

27

15:27
Hand. 1:8,21
5:32
En u zult ook getuigen, want u bent van het begin af bij Mij.

16

161Dit heb Ik tot u gesproken, opdat u niet struikelt.

2

16:2
Joh. 9:22,34
12:42
Ze zullen u uit de synagoge werpen; ja, de tijd komt dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen.

3

16:3
Joh. 15:21
1 Kor. 2:8
En deze dingen zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet gekend hebben en Mij ook niet.

4

16:4
Joh. 13:19
14:29
Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer de tijd komt, u zich herinnert dat Ik ze u gezegd heb; maar deze dingen heb Ik u van het begin af niet gezegd, omdat Ik bij u was.

De Heilige Geest en Zijn werk

5En nu ga Ik heen naar Hem Die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat U heen?

6Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, heeft de droefheid uw hart vervuld.

7Maar Ik zeg u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen;

16:7
Luk. 24:49
Joh. 14:26
15:26
maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden.

8En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel:

9van zonde, omdat zij niet in Mij geloven;

10van gerechtigheid, omdat Ik heenga naar Mijn Vader en u Mij niet meer zult zien;

11en van oordeel,

16:11
Joh. 12:31
14:30
Efez. 2:2
Kol. 2:15
omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is.

12Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen.

13Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid,

16:13
Joh. 14:26
zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid,
16:13
Joh. 12:49
want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.

14Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.

15

16:15
Joh. 17:10
Alles wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom heb Ik gezegd dat Hij het uit het Mijne zal nemen en het u zal verkondigen.

Blijdschap na droefheid

16

16:16
Joh. 7:33
Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien, want Ik ga heen naar de Vader.

17Sommigen dan van Zijn discipelen zeiden tegen elkaar: Wat betekent dit dat Hij tegen ons zegt: Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien; en: Want Ik ga heen naar de Vader?

18Zij zeiden dan: Wat bedoelt Hij met een korte tijd? Wij weten niet waarover Hij het heeft.

19Jezus dan wist dat zij Hem dit wilden vragen en zei tegen hen: Vraagt u zich onder elkaar af wat het betekent dat Ik gezegd heb: Een korte tijd en u ziet Mij niet, en weer een korte tijd en u zult Mij zien?

20Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat u zult huilen en weeklagen, maar de wereld zal zich verblijden; en u zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.

21

16:21
Jes. 26:17
Wanneer een vrouw baart, heeft zij droefheid, omdat haar tijd gekomen is, maar wanneer zij het kind gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat een mens ter wereld gekomen is.

22Ook u hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u weerzien,

16:22
Joh. 20:20
en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.

23En op die dag zult u Mij niets vragen.

16:23
Jer. 29:12
Matt. 7:7
21:22
Mark. 11:24
Luk. 11:9
Joh. 14:13
15:7
Jak. 1:5
1 Joh. 3:22
5:14
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, zal Hij u geven.

24Tot nu toe hebt u niets gebeden in Mijn Naam; bid, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen zal worden.

25Deze dingen heb Ik in beeldspraak tot u gesproken, maar de tijd komt dat Ik niet meer in beeldspraak tot u spreken zal, maar u openlijk de dingen over de Vader zal verkondigen.

26Op die dag zult u in Mijn Naam bidden, en Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u vragen zal,

27want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij hebt liefgehad

16:27
Joh. 17:8
en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan.

28

16:28
Joh. 13:3
Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weer en ga heen naar de Vader.

Jezus als Overwinnaar van de wereld

29Zijn discipelen zeiden tegen Hem: Zie, nu spreekt U openlijk en gebruikt U geen beeldspraak.

30Nu weten wij

16:30
Joh. 21:17
dat U alles weet en dat het voor U niet nodig is dat iemand U vragen stelt. Hierom geloven wij dat U van God uitgegaan bent.

31Jezus antwoordde hun: Gelooft u nu?

32

16:32
Zach. 13:7
Matt. 26:31
Mark. 14:27
Zie, de tijd komt en is nu gekomen, dat u uiteengedreven zult worden, ieder naar het zijne, en u Mij alleen zult laten;
16:32
Joh. 8:29
14:10
en toch ben Ik niet alleen, omdat de Vader bij Mij is.

33Deze dingen heb Ik tot u gesproken,

16:33
Jes. 9:5
Joh. 14:27
Rom. 5:1
Efez. 2:13
Kol. 1:20
opdat u in Mij vrede zult hebben. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.

17

Het hogepriesterlijk gebed

171Dit sprak Jezus, en Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader,

17:1
Joh. 12:23
13:32
het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt,

2

17:2
Ps. 8:7
Matt. 11:27
28:18
Luk. 10:22
Joh. 3:35
5:27
1 Kor. 15:25
Filipp. 2:10
Hebr. 2:8
zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt.

3En

17:3
Jes. 53:11
Jer. 9:23
dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.

4

17:4
Joh. 13:32
14:13
Ik heb U verheerlijkt op de aarde.
17:4
Joh. 4:34
19:30
Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen.

5En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid

17:5
Joh. 1:1,2
10:30
14:9
die Ik bij U bezat voordat de wereld er was.

6Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen.

7Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, bij U vandaan komt.

8Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen,

17:8
Joh. 16:27
en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt.

9Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U.

10En

17:10
Joh. 16:15
al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt.

11En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij.

12

17:12
Joh. 6:39
10:28
18:9
Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam.
17:12
Jes. 8:18
Hebr. 2:13
Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat
17:12
Ps. 109:8
de Schrift vervuld wordt.

13Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben.

14Ik heb hun Uw woord gegeven,

17:14
Joh. 15:19
en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben.

15Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze.

16Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.

17Heilig hen door Uw waarheid;

17:17
Joh. 8:40
Uw woord is de waarheid.

18

17:18
Joh. 20:21
Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden.

19

17:19
1 Kor. 1:2,30
1 Thess. 4:7
En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid.

20En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven,

21opdat zij allen

17:21
Joh. 10:38
14:11
Gal. 3:28
één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.

22En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn;

23Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.

24

17:24
Joh. 12:26
14:3
Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld.

25Rechtvaardige Vader,

17:25
Joh. 15:21
16:3
de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend,
17:25
Vers
en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt.

26En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen.