Dag 16: een nieuw verbond

In Jesaja 55 wordt het tweede deel van het boek (Jesaja 40-55) op een hoogtepunt afgesloten. Als een koopman en een prediker prijst de schrijver Gods nieuwe verbond aan. Dat nieuwe verbond is als voedsel dat écht en voor altijd verzadigt.

Bijbeltekst(en)

Uitleg Jesaja 55:1-13
Gods verbond
Jesaja 55 is het hoogtepunt en de afsluiting van Jesaja 40-55. Iedereen wordt uitgenodigd voor een maaltijd bij God. Er wordt een nieuw verbond aangeboden. Dit verbond is niet afhankelijk van hoe mensen zich gedragen, maar alleen van God. God belooft een eeuwigdurend verbond (vers 3). Een verbond waarbij er geen eisen worden gesteld aan het volk, zoals bij het verbond van Mozes. Dit verbond lijkt meer op de verbonden die God sloot met Noach, Abraham en David. In contrast met het verbond met David belooft God nu ook een plaats voor andere volken (vers 5). Israël zal binnen dit verbond dan eindelijk de rol spelen die God aan het volk heeft opgedragen: het licht voor de wereld zijn, waar alle volken op afkomen.

Een koopman en een prediker
De schrijver gebruikt in dit stuk twee verschillende rollen om Gods boodschap aan te prijzen. Eerst lijkt het alsof er een marktkoopman aan het woord is. Dat geldt voor de eerste vijf verzen. De marktkoopman prijst zijn koopwaar al roepend aan. Vers 1 bouwt op in intensiteit. Water waarvoor je niet hoeft te betalen, is nog niet zo uitzonderlijk. Maar er is ook voedsel, je kunt zelfs wijn en melk, in die tijd luxeproducten, kopen zonder ervoor te betalen. Hoe kan dat? Vers 2 legt het uit: Het gaat hier niet om gewoon eten en drinken. Het gaat om iets waar je nooit genoeg van kunt hebben. Het publiek moet zijn geld en tijd niet besteden aan zaken die nutteloos zijn, tegengesteld aan God. Het is namelijk God die in de eerste vier verzen in de rol van marktkoopman spreekt. Wat biedt hij dan concreet aan? Dat wordt duidelijk in vers 3. Als je naar God luistert, hoor je bij hem, en leef je pas echt. Dat wordt bevestigd in Gods verbond met zijn volk. In vers 6-13 schrijft de schrijver vanuit de rol van een prediker. Hij maant zijn publiek aan om God te zoeken. Vers 6-7 wordt gesproken vanuit het perspectief van de profeet, vers 8-11 vanuit het perspectief van God en vers 12-13 weer vanuit het perspectief van de profeet. In de rol van marktkoopman en prediker roept de profeet de mensen nog een keer op om de boodschap van God, zoals hij die in de afgelopen hoofdstukken verwoord heeft, te aanvaarden. Zo wordt het tweede deel van het boek Jesaja afgesloten.

Vragen

  1. Ken je andere bijbelteksten over voedsel die de betekenis van vers 1-2 kunnen verrijken?
  2. Wat betekent het in deze tekst dat er een nieuw verbond wordt gesloten? God had toch al een verbond met zijn volk?
  3. Wat betekenen de verzen 8 en 9 voor je? Herken je er iets van in je eigen leven?
  4. Jesaja 55 sluit het tweede deel van het boek Jesaja af. Je hebt nu acht teksten uit het tweede deel van het boek Jesaja gelezen. Hoe zou je de boodschap van het tweede deel van het boek Jesaja in een paar zinnen samenvatten? Welke verschillen tussen het eerste en het tweede deel van het boek Jesaja heb je opgemerkt?

Kader
Verbonden in het Oude Testament
Een verbond is een afspraak tussen twee of meer personen of groepen, waarbij beide partijen rechten en plichten hebben. In het Oude Testament worden meerdere verbonden tussen God en een mens of God en zijn volk gesloten. Die verbonden zijn in twee verschillende soorten te verdelen. Ten eerste is er een aantal verbonden waarbij God alleen beloftes doet aan zijn verbondspartner. Ten tweede is er een aantal verbonden waar God niet alleen beloftes doet, maar ook eisen stelt. Bij dit soort verbond hoort dus ook een aantal regels voor de verbondspartner en straffen als hij ze overtreedt. Maar in beide gevallen is het dus God die het verbond sluit. De verbonden die God sluit met Noach (Genesis 9:8-17), Abraham (Genesis 17:1-14) en tot op zekere hoogte David (2 Samuel 7:8-16), horen allemaal bij de eerste soort. Telkens doet God een aantal beloftes aan hen, zonder er plichten aan te verbinden. Het verbond dat God met Mozes en het volk op de Sinai sluit (Exodus 19:5, Exodus 24), is het belangrijkste voorbeeld van een verbond waarbij God wél verplichtingen oplegt aan zijn verbondspartner. Het verbond dat op de Sinai gesloten wordt, is hét centrale verbond in het Oude Testament. Als het verbond vernieuwd wordt (Jeremia 11:1-8; Nehemia 9-10), wordt op het verbond van de Sinai teruggegrepen.