Dag 14: de dienaar draagt ons lijden

In Jesaja 52-53 lezen we dat Gods belofte uitkomt: de dienaar zal slagen in zijn missie. Het lijden dat hij moet dragen, ondergaat hij, hoe zwaar het ook wordt. Zijn vertrouwen op God, en de wetenschap dat hij dit voor zijn volksgenoten doet, helpen hem daarbij.

Bijbeltekst(en)

Uitleg Jesaja 52:13-53:12
Gods belofte staat 
Jesaja 51 en 52 staan vol goed nieuws: het einde van de straf is aangebroken. De vreugdebode kondigt aan: het is vrede, God troost en Jeruzalem is vrij. Vervolgens gaat het vanaf Jesaja 52:13 weer over de dienaar van God. Jesaja 52:13-53:12 kun je indelen in drie stukken. In Jesaja 52:13-15 is God aan het woord. Daarna is het publiek, ‘wij’, aan het woord in Jesaja 53:1-11a. Ten slotte is God weer aan het woord in Jesaja 53:11b-12. Het stuk begint met Gods woorden over de verhevenheid van de dienaar (Jesaja 52:13), die later totaal tegengesproken worden door de stem van het publiek (Jesaja 53:2-4). Al direct is het stuk heftig: velen huiveren, volken schrikken (Jesaja 52:14-15). Zowel de volken als Gods volk worden door God aangesproken. Weer hangt alles van God af. God belooft dat zijn dienaar zal slagen (Jesaja 52:13). Zoals we eerder hebben gelezen, ging het de dienaar niet altijd goed af. Hij moest heftige tegenslagen doorstaan. Zo ziet de stem van het publiek het ook: de dienaar wordt veracht en verguisd (Jesaja 53:3). Maar Gods belofte staat: mijn dienaar zal slagen.

De lijdende dienaar
In de wereld van de Bijbel dacht men dat ziekte een straf van God was, en uiterlijke schoonheid een teken van Gods zegen. Met die twee gedachten wordt hier korte metten gemaakt. De dienaar was absoluut niet mooi om te zien, hij was zelfs onmenselijk, afstotelijk (Jesaja 52:14 en 53:2). Hij kende lijden en ziekte (Jesaja 53:3). Deze omschrijving doet terugdenken aan Jesaja 1. Daar wordt het volk ook omschreven als ziek en geslagen (Jesaja 1:5). Het verschil is dat de dienaar dit alles onschuldig ondergaat (Jesaja 53:9), in tegenstelling tot het volk, dat wel schuldig was (Jesaja 1:4). In Jesaja 1 wordt het volk niet genezen (vers 6), maar in Jesaja 53 brengt de dienaar door zijn lijden genezing aan het volk (vers 5).
De dienaar is degene die door God gestuurd is om alle volken te redden. God gebruikt juist iemand die verafschuwd wordt, aan de rand van de samenleving staat, om zijn plan uit te voeren. Uit de woorden van God in Jesaja 52:13-15 blijkt: hoewel mensen van de dienaar zullen schrikken en hem afstotelijk zullen vinden, is er toch een gedeelte dat wél begrijpt wat er aan de hand is (vers 15). Die groep komt vervolgens in Jesaja 53:1 aan het woord. Een groep die eerst niets had gehoord, maar nu wél hoort, die nu wel openstaat voor Gods macht.
Het lijden van de dienaar is niet willekeurig, en het is ook geen straf voor zijn zonden. Nee, hij draagt de ziekten en het lijden van ‘ons’ (Jesaja 53:4). Sterker nog: de zonden en de wandaden van de sprekers zijn de oorzaak van zijn lijden (Jesaja 53:5). Niet alleen draagt de dienaar al dit lijden, zijn lijden zorgt ook voor genezing bij de groep mensen die aan het woord is: het volk van God.

Verband met andere teksten: Filippus en de Ethiopiër
In het verhaal van Filippus en de Ethiopiër leest de Ethiopiër een tekst uit het boek Jesaja (Handelingen 8:26-40). De Ethiopiër nodigt Filippus uit om in zijn wagen te zitten en hem de bijbeltekst uit te leggen. De tekst die hij leest is Jesaja 53:7-8. Filippus betrekt deze tekst op Jezus. Jezus is de lijdende dienaar. Filippus gebruikt deze tekst als aanknopingspunt om de Ethiopiër over Jezus te vertellen. De Ethiopiër identificeert zich met de ‘wij’-stem uit Jesaja. Om zijn zonden werd Jezus doorboord, beseft hij. Daarom wil hij Jezus volgen, en laat hij zich dopen.

Vragen

  1. Welke nieuwe dingen over de dienaar leer je in deze bijbeltekst?
  2. Wat zegt deze bijbeltekst over God?
  3. Als mensen hebben we vaak de neiging om onze eigen fouten op anderen af te wentelen. De dienaar doet juist het tegenovergestelde: hij de neemt de verantwoordelijkheid voor de fouten van anderen op zich. Zou je hem dat, in het klein, kunnen nadoen? Wat voor effect zou dat hebben?

Kader
Dragen van lijden in het Nieuwe Testament
Bij de tekst van Jesaja 53:4-12, over de dienaar die lijden en ziekten draagt, om zonden wordt doorboord, en wiens striemen genezing brengen, denk je als christen al snel aan Jezus. Toch worden deze verzen niet vaak in het Nieuwe Testament geciteerd. In Matteüs 8:17 wordt Jesaja 53:4 geciteerd: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’ Het gaat dan over de genezingen die Jezus doet. In Romeinen 4:25 (‘Hij die werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging’) verwijst Paulus naar Jesaja 53:12. In 1 Petrus 2:22-25 wordt Jesaja 53:4-7, 9 en 12 geciteerd en toegepast op het leven en sterven van Jezus. In Lucas 22:37 citeert Jezus waarschijnlijk Jesaja 53:12, om zijn lijden en sterven aan te kondigen, dat vlak daarna begint. Telkens wordt Jezus voorgesteld als degene die er door zijn lijden voor heeft gezorgd dat anderen worden genezen. Daarmee maakt hij een nieuw leven mogelijk: als je hem navolgt kun je in rechtvaardigheid leven.