Dag 11: Gods gezalfde

In Jesaja 44 en 45 verschijnt Cyrus op het toneel. Cyrus, die heerser is van het Perzische rijk en het Babylonische rijk verslagen had, wordt door God gebruikt om zijn volk te bevrijden en de Israëlieten terug te brengen naar hun land. Doordat God zo een niet-Joodse heerser gebruikt, laat hij zijn macht zien. Alleen Israëls God is écht God.

Bijbeltekst(en)

Uitleg Jesaja 44:24-45:13
Cyrus en de dienaar
Deze passage is een hoogtepunt binnen Jesaja 40-48. Hier toont God namelijk heel concreet dat zijn macht niet beperkt is tot Juda en Israël, maar uitstrekt over heel de wereld. De Perzische koning Cyrus is de gezalfde, gestuurd door God. Dit is de enige keer in heel het Oude Testament dat een niet-Israëlitische heerser zo genoemd wordt. Alleen Israëlitische koningen, profeten of priesters worden verder zo genoemd. God bevrijdt, maar hij gebruikt daar Cyrus voor, een niet-Joodse heerser. Cyrus is iemand anders dan de dienaar, die ook in deze hoofdstukken voorkomt. In Jesaja 44:24 begint de tekst over Cyrus met het aanspreken van de dienaar. Daar maakt God aan de dienaar duidelijk dat hij Cyrus als een door God gezonden redder stuurt (Jesaja 44:28). De uitspraak ‘die je al in de moederschoot heeft gevormd’, die over de dienaar gaat, komt ook al voor in Jesaja 44:2. Daar gaat het ook over de dienaar, net als in Jesaja 49:5. Daarbuiten komt deze manier van spreken in de profetische teksten van het Oude Testament alleen in Jeremia 1:5 voor, waar Jeremia wordt geroepen om Gods profeet te zijn. In alle drie de teksten draait het om het staan in Gods dienst en de taak die daarbij hoort.

Cyrus als instrument van God
Wanneer God tegen Cyrus spreekt, wordt telkens ‘ofschoon je me niet kende’ herhaald (vanaf Jesaja 45:4). Zo wordt Gods macht over de wereldgeschiedenis duidelijk. God gebruikt Cyrus als zijn gereedschap. Hij wordt voor Gods doel gebruikt, ondanks dat Cyrus God niet kende en ook niet leert kennen. Cyrus is geen blijvende dienaar van God, hij is een eenmalig instrument in Gods handen. In Jesaja 44:25 maakt God orakelpriesters en waarzeggers belachelijk, hij bepaalt immers wat er zal gebeuren. De toekomst is niet af te lezen uit voortekens of de sterren, want God bepaalt zelf wat hij zal doen. Alleen Gods dienaar en zijn boden hebben gelijk, want ze vertellen van God, de enige die de wereldgeschiedenis in handen heeft (Jesaja 44:26). In Jesaja 44:28 wordt Cyrus herder genoemd. Dit beeld werd in het Oude Nabije Oosten vaker gebruikt voor koningen of leiders die goed voor hun volk zorgen. Zo wordt bijvoorbeeld David als herder aangeduid in Ezechiël 34:23.

Israëls God als enige God
Gods macht over Cyrus is een voorbeeld van zijn macht over alle heersers. Dat bewijst dat hij niet alleen de God van Israël is, maar de God van heel de wereld. God is de enige ware God (zie Jesaja 44:24 en 45:5). Dat wordt ook weer duidelijk uit Jesaja 45:9-13: God is de enige schepper, en zijn schepselen mogen geen bezwaar maken tegen zijn handelen in de geschiedenis. Hij maakt alles, hij bepaalt alles, hij alleen is God. Dit verbindt alles waar het in deze tekst over ging: de kritiek op waarzeggers, het sturen van Cyrus en God als enige ware God. Daarin past ook Jesaja 45:6-7: ‘Ik ben de Heer, er is geen ander (…) die vrede maakt en onheil schept.’ Alleen God is schepper. Dat betekent niet dat God geen onderscheid maakt tussen vrede en onheil, goed en kwaad. Na Jesaja 45:7 volgt meteen vers 8, waarin om gerechtigheid gevraagd wordt. Dáár draait het God om. Zo staat het ook verderop in Jesaja 45:18: ‘Niet als chaos schiep hij de aarde, maar om te bewonen heeft hij haar gevormd.’ God is de schepper van alles, en hij schept met een doel. God is de enige God, en dus verantwoordelijk voor alles op aarde, en zijn doel is duidelijk: gerechtigheid.

Vragen

  1. Wat betekent het volgens Jesaja 44:24-45:13 dat je als mens Gods schepsel bent?
  2. Wat betekent het voor jou dat God alles geschapen heeft, licht en donker, vrede en onheil?
  3. In deze bijbeltekst gebruikt God mensen die hem niet kennen. Gebeurt dat nu nog, denk je?

Kader
Cyrus de Grote
Cyrus II was van 558-530 voor Christus koning van Perzië. Hij was de stichter van het Perzische rijk, dat ongeveer tweehonderd jaar lang de belangrijkste macht in het Oude Nabije Oosten was. Zijn heerschappij begon toen hij de macht kreeg over de Meden. Vanaf dat moment werkten de Meden en de Perzen samen in het bestuur van het Perzische rijk. Daar komt de uitdrukking ‘de Meden en de Perzen’ vandaan, die meerdere keren in het Oude Testament voorkomt (bijvoorbeeld in Daniël 5:28 en Esther 1:2-3). Wij kennen nog steeds de uitdrukking ‘geen wet van Meden en Perzen’. In het jaar 539 veroverde Cyrus het hele Babylonische rijk. Onder Cyrus mochten steeds weer groepen Joden die in ballingschap in het Babylonische rijk woonden, terugkeren naar hun thuisland en hun tempel herbouwen. Je kunt hierover lezen in 2 Kronieken 36:22-23, Ezra 1:1-4 en andere plaatsen in het boek Ezra, en in Jesaja 44 en 45.