Dag 9: redding en troost

Jesaja 40 is geschreven vanuit het perspectief van het volk dat in ballingschap gevoerd is. Het is een tekst over redding en troost na die ballingschap. De straf van God is voorbij, Israël is genoeg gestraft. God zal zijn volk weer terugbrengen uit de ballingschap. Op deze manier vormt Jesaja 40 een inleiding op de rest van het boek, waar deze thema’s verder zullen worden uitgewerkt.

Uitleg Jesaja 40:1-11
Troost voor Gods volk
Jesaja 40 is een inleiding op het tweede deel van het boek Jesaja. Sinds Jesaja zo’n 150 jaar eerder zijn profetieën heeft uitgesproken en opgeschreven, is een groot deel van het volk in ballingschap weggevoerd door de Babyloniërs. Het tweede deel van het boek Jesaja spreekt tot dit volk dat uit zijn eigen land weggenomen is. Hoe moet het nu verder met het volk, en waar is God? Hoofdstuk 40 introduceert een aantal thema’s die in de volgende hoofdstukken uitgewerkt zullen worden, zoals de weg en de nieuwe uittocht (vers 1-8), de terugkeer van de Heer om te regeren in Sion, de stem van de boodschappers en de overwinning van de arm van de Heer (vers 9-11). Vers 1 opent met twee keer ‘troost’ in de gebiedende wijs. Dat woord zal doorklinken in de komende hoofdstukken, als een aankondiging dat de straf van God voorbij is en Gods redding snel zal komen. Dat zal later bijvoorbeeld terugkomen in Jesaja 49:13, waar God al heeft getroost en het resultaat ervan duidelijk is. En in Jesaja 51:3, waar God troost door van het verwoeste Sion een paradijs te maken. In Jesaja 40:1 moet die troost nog komen. Vervolgens wordt bevestigd dat Israël Gods volk is, en dat het verbond tussen God en zijn volk nog steeds geldig is. Drie keer wordt herhaald dat Israël genoeg gestraft is (vers 2): de slavendienst is voorbij, de schuld is voldaan, en het volk heeft een dubbele straf voor zijn zonden ontvangen. Dat laatste betekent niet dat het volk te veel straf heeft ontvangen. Het dubbele terugbetalen is een standaard straf, wat niet duidt op een verdubbeling van de straf, maar op een complete terugbetaling, waar we bijvoorbeeld ook in Exodus 22:3 over lezen.

Een weg door de woestijn
In vers 3 begint het beeld van de woestijn die toegankelijk gemaakt wordt. Er wordt een pad gemaakt, het grillige landschap wordt plat gemaakt. Dit past allemaal bij het thema van een woest landschap dat wordt gemaakt tot een paradijselijke tuin, waarheen God over een weg zal terugkeren en zijn luister zal laten zien. Mensen worden opgeroepen om die weg te banen door de woestijn. Uiteindelijk zal dan ook het volk weer terugkeren uit de ballingschap. Dat zie je verderop in Jesaja 40-55 vaker, bijvoorbeeld in Jesaja 41:18-20 en Jesaja 42:15-16. Het thema dat het volk wordt teruggevoerd uit de ballingschap over een weg die speciaal daarvoor is aangelegd, zag je al eerder in het boek Jesaja. Bijvoorbeeld in Jesaja 11:16 en Jesaja 35, twee teksten die we al eerder lazen. Ook roept het herinneringen op aan de uittocht uit Egypte, toen Israël door de woestijn trok, op weg naar het beloofde land.

Verband met andere teksten: Lucas en Jesaja 40
Alle evangelisten halen Jesaja 40:3 aan wanneer ze Johannes de Doper introduceren. Lucas citeert in Lucas 3:4-6 ook vers 4 en 5 van Jesaja 40. Zijn uitgebreide citaat wijst vooruit naar wat hij in zijn hele evangelie en in Handelingen zal benadrukken: ‘En al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.’ De redding van God is namelijk een favoriet thema van Lucas in zijn evangelie en Handelingen. De nieuwtestamentische schrijvers hebben bij het citeren van Jesaja 40 allemaal de Griekse vertaling van het Oude Testament gebruikt. Wat in Jesaja 40:5 de ‘luister van de HEER’ genoemd wordt, is in de Griekse vertaling die Lucas gebruikt met ‘de redding van God’ vertaald.

Vragen

  1. De bijbeltekst zegt dat de mens gras is en Gods woord standhoudt (vers 6-8). Wat betekent die tegenstelling volgens jou en waarom gebruikt de profeet die?
  2. God wordt hier als een herder voorgesteld (vers 11). Welke andere bijbelteksten over herders ken je, en kunnen die dit beeld verder aanvullen?
  3. Een weg banen voor God: kun je daar zelf ook aan meewerken? Zo ja, hoe?

Kader
Het tweede deel van het boek Jesaja
Het tweede deel van het boek Jesaja speelt zich af tijdens de Babylonische ballingschap. De dienaar van God wordt geïntroduceerd. Cyrus, de Perzische koning die een eind zal maken aan de Babylonische ballingschap, wordt voorgesteld als een stuk gereedschap in Gods hand. Het volk wordt aangespoord om terug te keren naar zijn thuisland.

40-48: God zal zijn volk uit de ballingschap redden
49-55: Het volk moet terugkeren naar Sion