Dag 10 - Want van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid. Amen

God prijzen in een gebed

Toelichting
Het Onzevader als gebed
De laatste regel van het Onzevader begint met het woord ‘want’. Wat er volgt (‘van u is het koninkrijk…’ is duidelijk een lofprijzing. Dat woordje ‘want’ laat zien dat de lofprijzing waarmee het gebed eindigt, de reden is waarom je God kunt vragen wat je gevraagd hebt. Je zegt als het ware: ‘Wilt U ons elke dag eten geven, wilt U ons vergeven, wilt U ons redden van het kwaad? Wij vragen dit aan U omdat u zo machtig bent. Er is niemand anders aan wie wij het kunnen vragen!’ De lofprijzing aan het slot benadrukt dat we ons goed realiseren dat het uiteindelijk niet om ons gaat, maar om God en – in het geval van het Onzevader – zijn koninkrijk. Het gaat om de eer van God. Alles wat we voor onszelf mogen bidden staat in dat teken.

De slot-lofprijzing van het Onzevader
In de oecumenische versie van het Onzevader bidden we ‘van u is het koninkrijk’, maar de NBV vertaalt ‘koningschap’ en de BGT doet iets vergelijkbaars: ‘u bent koning’. Het Griekse woord voor ‘koninkrijk’ is basileia, maar dat woord kan ook ‘koningschap’ of ‘heerschappij’ betekenen. Het Onzevader bevat ook de regel ‘uw koninkrijk kome’. Daar wordt hetzelfde Griekse woord gebruikt, maar omdat er sprake is van iets dat komt, is daar duidelijk dat het om het koninkrijk gaat. In deze slotregel weet je het niet zeker. Je kunt redeneren dat het gaat om datzelfde koninkrijk; je benadrukt dan dat dat koninkrijk echt van God is. Je kunt ook redeneren dat er drie eigenschappen van God worden benoemd, waarvan Gods heerschappij (over hemel en aarde) de eerste is. Dat laatste doen de BGT en NBV.
Na het koningschap volgen twee woorden die vaak gebruikt worden in de Bijbel. Het zijn in het Grieks dunamis (‘kracht’, ‘macht’, ‘sterkte’) en doxa (‘glans’, ‘grootheid’, ‘eer’, ‘roem’). Als ze in een duidelijke context gebruikt worden, dan kun je wat gemakkelijker bepalen welk Nederlands woord het beste past. In een opsomming zoals deze zijn het woorden die beschikbaar zijn om aan te geven hoe belangrijk je God vindt. Zoals je in het Nederlands kunt zeggen: ‘u bent groot, machtig, heilig, u loof ik en prijs ik, u bent mijn bevrijder en koning’. Als je elk onderdeeltje op zich gaat bekijken, heeft het wel betekenis, maar het gaat eigenlijk om de betekenis van de complete zin. En wat is die betekenis? Vooral dat je God wilt prijzen om wie Hij is!
De slotzin van het Onzevader zou je kunnen omschrijven als: ‘Wij prijzen God, Hij is onze machtige koning die alle eer verdient.’ Daaraan voeg je dan nog toe: ‘tot in eeuwigheid’, of ‘voor altijd’, om aan te geven dat dat niet iets tijdelijks is, maar alle tijd en geschiedenis overstijgt.
Het was in bijbelse tijden heel gebruikelijk om een gebed op zo’n manier te beginnen of af te sluiten. Een prachtig voorbeeld, dat erg op het Onzevader lijkt, vinden we in 1 Kronieken 29:10-12. David heeft van God vernomen dat hij niet de tempel mag bouwen. Maar hij mag wel de bouw voorbereiden. Daarvoor dankt hij God, in aanwezigheid van alle Israëlieten. Je ziet in deze tekst alle elementen van het slot van het Onzevader terug: koningschap, macht, eer.

Amen
Het laatste woord van het Onzevader is ‘amen’. Het woord ‘amen’ is van oorsprong een Hebreeuws woord. In het Griekse Nieuwe Testament komt het vaak voor, maar het is daar dus een leenwoord, net als ons ‘baby’ of ‘computer’. In het Hebreeuws is ‘amen’ oorspronkelijk een bijvoeglijk naamwoord dat iets als ‘betrouwbaar’ betekent. Maar het wordt ook in het Hebreeuwse Oude Testament als los woord gebruikt, en dan betekent het iets als ‘zeker!’ (inclusief het uitroepteken), of ‘zo zal het gebeuren’. Het is een krachtig woord om te bevestigen wat er gezegd wordt.
Je kunt het woord ‘amen’ moeilijk echt precies vertalen. ‘Zeker!’ is mooi, maar past niet altijd. ‘Laat het zo gebeuren’ kan ook maar is net niet krachtig genoeg. Eigenlijk is het wel mooi dat we ‘amen’ in het Nederlands (en in heel veel andere talen) onvertaald laten. Gewoon ‘amen’. We weten wel ongeveer wat het betekent, en het verbindt ons met de taal en tijd waarin de Bijbel geschreven is.

Kader
Bidden in de Bijbel
Veel regels over het bidden vinden we niet in de Bijbel, wel praktijkvoorbeelden. We horen bijvoorbeeld dat Daniël drie keer per dag met zijn gezicht in de richting van Jeruzalem bad (Daniël 6:11). We weten ook uit de Dode-Zeerollen dat in de tijd van het Nieuwe Testament de gewoonte van een ochtend- en avondgebed bestonden in het Jodendom. En in de evangeliën horen we regelmatig dat Jezus zich terugtrekt om te bidden.
Uit Handelingen 2:42 leren we dat bidden ook deel uitmaakte van de vroegste liturgie van de christelijke kerk. Regelmatig lezen we de oproep om te blijven bidden. Paulus zegt dat in 1 Tessalonicenzen 5:17 en Efeziërs 6:18.
Het is duidelijk dat bidden vanaf het eerste begin een centrale plaats had in het christelijk leven, zowel in bijeenkomsten, als privé. Maar bidden mocht nooit een prestatie op zich worden. Matteüs vertelt in zijn evangelie dat Jezus het Onzevader aan zijn leerlingen gaf als een bescheiden en compact gebed. Vlak daarvoor vertelt Hij dat je nooit mag opscheppen over bidden: ‘Als je gaat bidden, ga dan je huis in en doe de deur dicht. Dan kun je in het geheim tot je Vader bidden. Je Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En hij zal je belonen’ (Matteüs 6:6).
Gebeden hoeven ook niet ellenlang te duren: ‘Als je bidt, moet je niet steeds maar door blijven praten. Dat doen de mensen die andere goden vereren. Ze denken: Hoe meer ik praat, hoe beter mijn god luistert! Dat moeten jullie dus niet doen. Want je Vader weet allang wat je nodig hebt. Dat weet hij al voordat je het gevraagd hebt’ (Matteüs 6:7-8).
In de brief aan de Romeinen zijn een paar prachtige zinnen van Paulus te vinden over het bidden. Sommige mensen kunnen heel goed bidden, maar sommigen kunnen de woorden niet vinden. Zeker niet als ze het moeilijk hebben: ‘De heilige Geest steunt ons als we het moeilijk hebben. Wij weten niet welke bedoeling God heeft met ons lijden. En we weten daarom niet wat we moeten bidden. Maar de heilige Geest zelf bidt voor ons, beter dan een mens het ooit zou kunnen. Zo smeekt hij God om ons te helpen. God weet hoe wij van binnen zijn. Hij weet wat de Geest hem namens ons vraagt. Want het is zijn eigen Geest die voor ons bidt’ (Romeinen 8:26-27). Het maakt niet uit, zegt Paulus, als je de woorden niet kunt vinden en maar wat stamelt. God weet wat je bedoelt!
Dat God gebeden niet altijd beantwoordt, is niet alleen een moderne ervaring. In Lucas 18:2-7 staat een gelijkenis van Jezus waarin Hij daarop ingaat, en aangeeft dat bidden toch niet zinloos is. Deze tekst zal misschien niet alle moderne lezers overtuigen. Maar het is wel een aanmoediging om te blijven bidden – of je het nou doet om daadwerkelijk met God te spreken, of om jezelf in een andere gemoedstoestand te brengen en jezelf meer te bepalen bij wat er echt toe doet.

Reflectie
De Bijbel leert ons dat je op heel veel verschillende manieren tot God kunt bidden. Je mag God danken voor je leven en voor al het goede dat je ervaart. Je mag voorbede doen voor jezelf en anderen. Je mag uitspreken dat je God ervaart als iemand die dicht bij je is of juist dat je dat helemaal niet ervaart en God vragen: waar bent U?
Het Onzevader is een bijzonder gebed. De Bijbel zelf reikt ons de woorden aan, en het wordt al eeuwenlang en wereldwijd door alle christenen op dezelfde manier gebeden. Met het Onzevader hebben we een even compact als compleet gebed gekregen. Bijna alle facetten van het leven worden er kort in aangeraakt. Het uitspreken van de woorden, samen in een groep of juist in je eentje, doet iets met je. Iedereen zal de woorden als vanzelf aanvullen vanuit zijn of haar ervaring van het moment.
Maar het Onzevader is ook een gebed waarin uiteindelijk God en zijn nieuwe wereld centraal staan. Wij vragen om de dingen die wij nodig hebben in ons leven, brood, vergeving, bescherming. Tegelijk brengt het gebed focus aan: het gaat om God en zijn koninkrijk. Daar willen we ons voor inzetten. Wie het Onzevader bidt, zegt dus ook tegen God: het draait niet om mijzelf in het leven, maar om U. Ik wil uw weg volgen, wilt U me daarbij helpen?
Het is goed om het gebed dan af te sluiten met een lofprijzing aan God. Je maakt ermee duidelijk dat je gelooft dat er iets of iemand is die groter is dan jijzelf, die jou omvat en beschermt, wat er ook gebeurt. En wat is er mooier dan daarna ‘amen’ te zeggen?