Dag 1 - Onze Vader

God als vader

 Toelichting
God als Vader in het Oude Testament
‘Onze Vader in de hemel’, zo begint Jezus zijn gebed. Hoe uniek of gebruikelijk was het in die tijd om God als Vader aan te spreken?

In het Oude Testament wordt God niet vaak direct als ‘Vader’ aangesproken, zoals in het Onzevader gebeurt. Je vindt het een enkele keer, bijvoorbeeld in Jesaja 63:16, waar de profeet God als vader aanspreekt. Toch komen we ook in het Oude Testament God als vader tegen.

God wordt bijvoorbeeld als vader van de koning beschreven. Ook bij de volken rondom Israël werd de koning vaak als zoon van een godheid gezien. Het is een manier van spreken waarmee de koning en de priesters lieten zien dat de koning van het land door God zelf was aangesteld. God heeft de macht over hemel en aarde, maar een deel daarvan draagt Hij over aan de koning, die daarmee zijn zoon wordt.

Maar God wordt soms ook als de vader van zijn volk beschreven. Dat gebeurt dan vaak in een beeldspraak. Bijvoorbeeld in Deuteronomium 1:30-31: ‘U hebt toch gezien hoe hij het in Egypte voor u opnam, en ook in de woestijn, waar u ervaren hebt dat de HEER, uw God, u gedragen heeft zoals een vader zijn kind draagt, de hele weg die u gegaan bent tot uw aankomst hier.’ Zo zorgt God voor zijn volk, en daarom hoeven ze niet bang te zijn.

Er zitten ook andere aspecten aan het beeld van God als vader. In Spreuken 3:11-12 lezen we: ‘Luister goed! Als de Heer streng voor je is, verzet je dan niet tegen hem. Want de Heer straft je voor je fouten omdat hij van je houdt. Net zoals een vader zijn kinderen straft omdat hij van hen houdt.’

Het beeld van God als vader wordt in het Oude Testament dus gebruikt om op een indirecte manier eigenschappen van God te beschrijven. Eigenschappen als zorgzaamheid, liefde, geduld, maar ook strengheid en macht.

 

God als vader in het Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament kom je eigenlijk alles weer tegen wat je in het Oude Testament al zag, maar in versterkte vorm. God wordt bijvoorbeeld vaak Vader genoemd. En in het Nieuwe Testament heb je ook de bijzondere relatie tussen God als Vader en Jezus als Zoon. Je zou kunnen zeggen: ook in het Nieuwe Testament is God de Vader van de koning (namelijk Jezus), maar is er uiteraard nog veel meer te zeggen over Jezus’ Zoonschap.

Wat voor nu belangrijk is, is dat we in het denken van het Nieuwe Testament God Vader noemen omdat we bij Jezus horen. Jezus is Gods Zoon en noemt God Vader. Daarom kunnen wij, als volgelingen van Jezus, God ook ‘onze Vader’ noemen. We treden als het ware toe tot de familie! In Romeinen 8:15: legt Paulus aan de lezers uit dat God de heilige Geest als geschenk aan de christenen gegeven heeft. Daardoor ervaren ze dat ze Gods kinderen zijn. Daarom kunnen ze God als hun Vader, als ‘Abba, Vader’ aanroepen. Dat God in hét voorbeeldgebed uit het Nieuwe Testament met ‘onze Vader’ wordt aangesproken, is dus niet vreemd! Je moet daarbij het woord ‘ons’ niet over het hoofd zien – het gaat om de gelovigen als groep, als geheel. Wij mogen God Vader noemen.

In het Nieuwe Testament is ‘de Vader’ of ‘jullie Vader (in de hemel)’ ook een van de manieren geworden waarop je over God kunt praten. In Matteüs 5:45 lezen we: ‘Alleen dan zijn jullie echt kinderen van God. Want ook jullie Vader in de hemel is goed voor iedereen. Hij geeft zon en regen voor iedereen, voor goede en voor slechte mensen.’

Ook de beeldspraak over God als vader kom je tegen in het Nieuwe Testament. Zo vinden we in Hebreeën 12:7-8: ‘Alle kinderen worden wel eens door hun vader gestraft. Dat hoort erbij. En jullie worden door God gestraft. Dat betekent dat God jullie als zijn kinderen behandelt. God straft alle gelovigen. Als God je straft, weet je dus dat je echt zijn kind bent.’ Je ziet hier hetzelfde motief als we in het Oude Testament gezien hebben. Maar het motief wordt nu toegepast op het christelijk leven. Moeilijkheden die je overkomen kún je duiden als een straf van God (in elk geval werd dat in de bijbelse tijd vaak gedaan); dat hoort erbij, zegt de schrijver van Hebreeën; ook dat hoort bij de manier waarop God Vader voor jou is.

Kader
Abba
Het gebruik van het woord ‘Vader’ in het Nieuwe Testament laat nog goed zien dat de eerste christenen niet alleen Grieks maar ook Aramees spraken. Drie keer wordt God abba genoemd (Marcus 14:36, Romeinen 8:15, Galaten 4:6). Omdat het woord abba in de Griekse tekst ook een woord uit een andere taal is, wordt het in het Nederlands onvertaald gelaten (net als bijvoorbeeld talita koem in Marcus 5:41). Abba is de Aramese aanspreekvorm van het woord aav, ‘vader’ (abba is dus niet een extra lieve aanspreekvorm, geen ‘lieve papa’, zoals uitleggers vroeger wel zeiden, maar gewoon ‘vader’). Misschien is abba wel het eerste woord van de Aramese versie van het Onzevader geweest.

 

Reflectie
We hebben gezien dat God in het oude Israël af en toe vergeleken werd met een vader. Een (goede) vader geeft sturing aan zijn gezin, beschermt zijn kinderen, voedt ze liefdevol op en corrigeert ze waar nodig. De aspecten liefde, bescherming en correctie zijn de belangrijkste redenen waarom Gods relatie tot de mensen met vaderschap vergeleken werd. Het is interessant om te zien dat God soms op dezelfde manier met een moeder vergeleken wordt. In het Nieuwe Testament zien we ‘Vader’ veel vaker terug als aanspreektitel voor God: we mogen God onze Vader noemen. Nog steeds gaat het daarbij om liefde, bescherming en correctie. En wie ‘onze Vader’ zegt of ‘mijn Vader’, zegt impliciet dat hij of zij zichzelf positioneert als kind, een kind van God dat bescherming nodig heeft, liefde en op zijn tijd correctie.

In het Onzevader noemen we met de christenen van alle eeuwen, en de kerk wereldwijd God onze Vader. Het kan lastig zijn om vader of moeder als beeld voor God te gebruiken, als je zelf geen goede relatie met je ouders hebt. Als je persoonlijk over God of met God spreekt, kun je natuurlijk een andere aanspreekvorm kiezen.