14. Jezus op bezoek

Bijbeltekst(en)

Tijdens de drie jaar dat Jezus rondtrok, had Hij geen vast adres. Zijn leerlingen en Hij sliepen bij de mensen die hun gastvrijheid verleenden. Zo waren ze bij Petrus thuis, waar Jezus zijn schoonmoeder genas (Matteüs 8:14-15). Soms werd Jezus uitgenodigd door bijvoorbeeld een wetgeleerde (Lucas 7:36). Soms zei Hij onverwachts tegen iemand: ‘Mag ik vandaag bij jou eten?’ zoals tegen de tollenaar Zacheüs (Lucas 19:5). Vaak kwam Jezus dan met al zijn leerlingen over de vloer, zoals bij Maria en Marta (Lucas 10:38-42).

Allemaal leren zij hun eigen les en veranderen ze door Jezus’ aanwezigheid: Zacheüs komt uit zijn verstopplaats en verbetert zijn leven. De wetgeleerde krijgt van Jezus te horen wat liefde is. Marta leert dat zorgen voor anderen niet altijd het belangrijkste is.

In Openbaring lezen we dat Jezus ook bij ons langs zal gaan. Hij staat aan de deur en klopt aan.
Als Jezus nu aan jouw deur zou staan: laat je Hem binnen? Wat bied je Hem aan en wat verwacht je van Hem?