12. Dienen

Jozua gaat bijna sterven en daarom houdt hij zijn afscheidsrede. Hij wijst erop dat God zijn volk steeds heeft geholpen, dat God hen een land gaf en voor hen zorgde. Hij stelt de Israëlieten voor een keuze: je kunt ervoor kiezen om God trouw te blijven, of om afgoden te vereren. Maar weet wel, zegt Jozua, ‘ik en mijn huis, wij zullen God dienen.’ Met zijn ‘huis’ bedoelde Jozua zijn familie, iedereen die bij hem hoorde. Jozua kijkt terug op zijn leven en weet het zeker: het dienen van God is het allerbelangrijkste.

Je ziet deze tekst weleens bij iemand in huis hangen. Mensen willen zichzelf eraan herinneringen dat zij God willen dienen. Zij willen tot eer van God leven en Hem navolgen.

Wat zou jij aan het einde van je leven aan je nabestaanden willen meegeven? En hoe dient jouw huis of jouw familie de Heer?