Zoet in de mond en bitter in de buik

Bijbeltekst(en)

Zoals vaker in Openbaring maakt Johannes iets mee wat lijkt op de ervaringen en visioenen van de profeet Ezechiël. Deze profeet werd samen met andere Judeeërs door de Babyloniërs meegevoerd in ballingschap. In Babylonië krijgt hij de opdracht om zijn volksgenoten te waarschuwen: als ze zich niet bekeren, zal God nog harder ingrijpen. Volgens Ezechiël 2:3-3:3 krijgt hij een boekrol te eten, net als Johannes nu. In beide gevallen is de boekrol zoet als honing, maar de boodschap die erop staat, is des te bitterder. Toch moeten Ezechiël en Johannes hem aan de mensen vertellen.

Moet jij weleens iemand met verkeerd gedrag confronteren? Hoe pak je dat aan?