Vier paarden

De ruiters in dit stukje lijken op de ruiters over wie de profeet Zacharia schrijft (Zacharia 1:8-17). Die ruiters doorkruisen de wereld en berichten dat het overal vredig en stil is. Dat klinkt mooi, maar schijn bedriegt: deze ‘vrede’ is het resultaat van onderdrukking. In Zacharia én in Openbaring komt er een einde aan de schijnvrede doordat God hard ingrijpt. Van de beelden die daarbij horen, kun je best schrikken. Maar voor de lezers van toen zullen ze hoopvol hebben geklonken: eindelijk is er uitzicht op echte, geen afgedwongen vrede.

Ken jij situaties waarin het is alsof alles goed gaat, of er vrede is, maar waar het eigenlijk helemaal niet goed is? Wat is dan nodig voor echte vrede?