Danken

Ik loof U om het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel. (vers 14)

Christenen geloven dat God een scheppende God is. Niet enkel bij de oorsprong van het heelal, maar voortdurend. Ook nu, hier, vandaag. God is de dragende kracht van het bestaan. Ook van mijn leven. Vaak anders dan ik verwacht of gehoopt had. Beter.

  • Waar weet jij je bemind, aanvaard, gezien, gedragen? Wat in jouw leven heeft je doen groeien, heeft schoonheid en goedheid in jou naar boven gehaald? Grote dingen net zo goed als de kleine dingen. Mogelijk ook moeilijke of pijnlijke ervaringen.
  • Ben je daar dankbaar voor?
  • Breng je die dankbaarheid in verband met God? Zo ja, waarom?