Vrijdag 26 maart

MEDITATIO

mijn sterkte,
mijn rots,
mijn vesting,
mijn bevrijder,
mijn steenrots,
mijn schild,
mijn kracht,
mijn burcht.

Het staat me tegen dat het zulke machtswoorden zijn waarin God wordt beschreven. Het is oorlogstaal, en die hoort voor mij niet bij God. Gelukkig is in de lectio divina alles een haakje; ook mijn negatieve gevoelens zijn een reden om stil te blijven staan.

Is het wel allemaal oorlogstaal? ‘Bij u kan ik schuilen’, mijn schuilplaats; als kind – hoe harmonieus ik ook ben opgegroeid – had ik er een. En ik vond het heerlijk, al hoefde ik niet te schuilen voor oorlog. Het was gewoon een plek waar ik me geborgen voelde.

En aan het einde van de psalm lees ik: ‘U bent het die mijn lamp doet schijnen, u Heer, mijn God, verlicht mijn duisternis.’ Mijn licht dus, de lamp voor mijn voeten.

Zit in de hele psalm God verstopt?

Vers 4: Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER, want ik ben van mijn vijanden verlost.’ Daarin is God mijn adressant in nood.
Vers 5: mijn badmeester
6: mijn afwezige?
7: mijn noodnummer, mijn koning
dan: mijn moeder aarde, mijn vaderland
mijn reddingsboei, mijn zwemhaake
mijn bevrijder
mijn buddy om het leven mee door te gaan,
mijn bevriende commando, die me kan komen redden als het er echt om spant,
mijn licht
mijn ladder.

Als een soort Barbapappa neemt God de vorm aan die nodig is. Misschien is dat niet altijd wat ik denk dat nodig is, of wat ik denk dat ik nodig heb. Maar God is altijd-bij-je. Mijn schild, mijn licht.
Mijn badmeester, mijn zwemhaak en reddingsboei. Mijn bevriende commando en ladder.

ORATIO
Heer, U bent alles in allen en alles. Laat ons U zien en begroeten. En kom tot mij in tijden van nood, op wijzen die U alleen kunt kennen.

CONTEMPLATIO
Mijn sterkte, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder, mijn steenrots,
mijn schild, mijn kracht, mijn burcht. God is er altijd en overal.

Aan het einde van de dag blik ik op mijn tijdsbestedingen terug. Was God daar? En hoe?