XI. Jezus wordt aan het kruis genageld

Jezus, met bruut geweld wordt U aan het kruishout geslagen. Uw handen en voeten doorboord. De onschuldige wordt gemarteld en aan de schandpaal geslagen.

 

Bij elke oorlog of geweldaanslag worden ontelbare slachtoffers gemaakt. Op hun huizen vallen bommen, hun lichamen worden getroffen door kogels, de straten zijn onveilig door granaten. Wie kan vluchten, vlucht. Maar ook dat is risicovol. Je maakt kans op het verlies van je land, je familie, je woning, je veiligheid, je rechten en soms ook je identiteit. Je krijgt de identiteit van een vluchteling, totaal afhankelijk van de goodwill van anderen.

 

Man, aan het kruishout geslagen, wie bent U? Op de inscriptie boven uw hoofd hangt, in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, ‘Jezus van Nazaret, koning van de Joden.’ Wat uw belagers als aanklacht en spot lezen, bevat meer waarheid dan ze vermoeden. Door één mens, Jezus van Nazaret, had God het hele godsvolk op het oog, en weldra de hele wereld. Door de drie talen, waaronder twee wereldtalen, is de boodschap aan iedereen gericht. God komt in deze mens naar iedereen toe.

God stuurt zijn dienaar naar de oorlogsslachtoffers en andere slachtoffers van geweld. ‘Het geknakte riet breekt hij niet af, totdat het recht dankzij hem overwint. Op zijn naam zullen alle volken hun hoop vestigen’ (Jesaja 42:3; Matteüs 12:20).

 

Heer, leer ons liefdevol en behoedzaam omgaan met iedereen die getroffen wordt door oorlog of geweld.