VIII. Jezus troost de wenende vrouwen

Weeklagen en jezelf op de borst slaan is een gebruik bij een begrafenisritueel in het oude Midden-Oosten. De vrouwen willen er hun liefde en verdriet om de dode mee uitdrukken.

 

Jezus is nog niet dood, maar zijn antwoord geeft aan dat Hij met zijn gedachten al in het hiernamaals is.

Jezus is de vrouwen erkentelijk voor hun geween, want Hij noemt hen ‘dochters van Jeruzalem’. In Jesaja 60 stromen de dochters en zonen toe in het schitterende hemelse Jeruzalem. Jezus kijkt al uit naar de tijd dat Hij de gelovigen daar allen mag ontmoeten. Het is zijn levenswerk om mensen te redden, zodat ze daar in de lichtende stad komen. ‘Je hart zal van blijdschap overslaan,’ lezen we in de profetie.

Maar er is ook droefenis. Ook al is iedereen uitgenodigd, niet iedereen zal er komen. Het hart van sommigen blijft ijskoud, en zij zullen zich schamen als ze voor God komen te staan. Ze willen zich liever verstoppen achter bergen of heuvels, of diep onder de grond.

 

Jezus spreekt hier niet enkel tot de vrouwen, maar tot heel de mensheid: de mensen van de toekomst, het jonge hout, en de mensen uit het verleden, het verdorde hout. De messias kent naast grote vreugde ook groot verdriet om al degenen die verloren gaan. God had ze even lief, maar nu zijn ze nutteloos en konden ze beter niet geboren zijn.

 

Doet de teloorgang van het geloof en de groeiende haat jou ook verdriet? Dan deel je in de droefenis van Jezus.

 

Heer, laat het geloof groeien en de liefde zich verspreiden. Red velen.