I. Jezus wordt ter dood veroordeeld

Brutaal gevangengenomen, beschuldigd en veroordeeld.
U hebt tegen de bestaande orde geschopt en de maatschappij bedreigd. Men somt uw misdaden op en slingert ze met veel overdrijving in uw gezicht.

Waar zijn uw vrienden? U staat helemaal alleen. De haat is voelbaar, de leugens zijn groot.

 

Jezus, U hebt altijd gepredikt over de waarheid, de grensverleggende liefde, de uiteindelijke rechtvaardigheid en de liefdevolle barmhartigheid. Dat alles is nu ver weg.

 

Waarom bent U zo stil?

U kon geen wonderen doen wanneer er geen geloof was. Kunt U ook niet spreken bij mensen die niet willen luisteren? Waarom zijn ze zo onrechtvaardig? Ze willen uw dood!

Men brengt U voor het volk, zij zijn uw jury. Ook zij willen U weghebben, U doen hangen.

Het pleit is verloren. Het vonnis is heel zwaar.

 

Jezus, help ons uw stem te blijven horen, te midden van het geweld van de wereld.