Het goede leven als tot bloei komen waar we geplant zijn

Door Thandi Soko-de Jong

In Genesis 41:38 lezen we dat Jozef aan de farao een degelijk plan had voorgelegd dat vele mensenlevens zou sparen. Het opmerkelijke hieraan was dat Jozef, voordat dit gebeurde, in Egypte helemaal geen invloedrijk persoon was. Daar zou je nog aan kunnen toevoegen dat er voor de Egyptenaren niet veel op te noemen was dat Jozef bewonderenswaardig maakte. Hij was door zijn bloedeigen broers als slaaf verkocht en vervolgens in Egypte door zijn werkgever gevangen gezet. Toch koos God juist hem uit om de farao wijze raad te geven en de levens van velen te redden. Zo was Jozef onmisbaar in de pogingen van de farao om zijn land te redden van een dreigende hongersnood. God hielp hem om ‘tot bloei te komen waar hij geplant was’, zodat hij zijn gaven en talenten kon delen op een manier die eenvoudigweg niet te negeren viel.

Deze passage herinnert ons eraan dat God ons niet in de steek laat als onze omstandigheden veranderen. Jozef werd met geweld uit zijn leefgemeenschap weggevoerd. Vandaag de dag verhuizen veel mensen naar een nieuwe woonplaats om verschillende redenen, waaronder gedwongen relocatie, zoals Jozef. Voor sommigen betekent migratie een geweldige verbetering van hun leven. Maar voor velen gaat het gepaard met een enorm risico en verlies van status. Ik heb het geluk dat ik vanaf jonge leeftijd uit vrije wil veel heb gereisd. Zo heb ik de gelegenheid gehad om na te denken over dit beeld van ’tot bloei komen waar je geplant bent’. Er zijn situaties geweest waarin mijn geloofsovertuiging, mijn normen en waarden, mijn taal en mijn huidskleur tegen me hebben gewerkt. Maar het is altijd geweldig wanneer God mij de kans geeft om de talenten die ik van Hem heb ontvangen te delen met anderen. Zulke situaties maken het voor ons mogelijk om het goede leven te leiden en een positieve impact te hebben waar we ook zijn, ongeacht wie we zijn of waar we vandaan komen. Dat is ’tot bloei komen waar we geplant zijn’.

Het verhaal van Jozef kan ons inspireren om verder te kijken dan alleen hoe anderen ons zien, om zo met Gods hulp ons potentieel te verwezenlijken. Mogen wij, in de woorden van een bevriende theologe met een migratie-achtergrond, ‘tot bloei komen en onze gaven en talenten delen tot eer van God om zo de kerk en de samenleving van dienst te zijn.’ Mogen we daarnaast ook diegenen die over het hoofd worden gezien – omdat ze op de een of andere manier anders zijn – helpen zodat ook zij hun gaven en talenten ten volle kunnen ontplooien en delen.

Kun je een paar manieren bedenken waarop je in deze periode van je leven kunt gaan bloeien waar je bent geplant?

Hoe kun je iemand steunen die moeite heeft om zijn gaven en talenten te delen vanwege moeilijkheden in zijn leven die hem in de weg zitten?

 

Over de auteur

Thandi Soko-de Jong is AiO aan de Protestantse Theologische Universiteit, waar zij binnen het kader van interculturele theologie onderzoek doet naar de perceptie van Jezus als geneesheer in situaties van chronische ziekte.