Dag 2

Gisteren lazen we dat God zich ontfermt over ieder kind. Hij hoort hun hulpgeroep en voorziet in wat ze nodig hebben.
Vandaag lezen we dat God ook ons hierin wil betrekken. Wij mogen zijn handen en voeten zijn, en omzien naar onze kinderen en de kinderen om ons heen. In het laatste vers dat we vandaag lezen, staat dat alles wat we voor één van de minste van Jezus’ broeders doen, we voor Hem doen. Kinderen behoren zeker tot Jezus’ broeders.
Denk eens aan jouw kinderen. Waaraan hebben zij behoefte? Misschien aan jouw volle aandacht. Of misschien juist aan een duidelijke regel met bijbehorende consequentie.
Je kunt ook denken aan kinderen in je omgeving. Wat hebben zij nodig? Wellicht hebben ze behoefte aan iemand die eens echt naar ze luistert. Of aan iemand met wie ze een middag ontspannen iets leuks kunnen doen. Bijvoorbeeld als hun eigen ouders er even niet toe in staat zijn dat te geven. Alles wat je voor een kind doet, doe je voor Jezus.
Welke kinderen kun jij vandaag of de komende dagen iets van Jezus’ liefde laten zien?