Dag 36

In het visioen dat Johannes op Patmos krijgt, ziet hij dat de stad Babylon veroordeeld en vernietigd wordt. Babylon staat in de tijd van Johannes voor Rome. In meer algemene zin is Babylon een symbool voor al het kwaad dat zich in de machtscentra van de wereld samenbalt. Daarmee is het nu afgelopen. Vanaf de hemelse troon klinkt een oproep om God te loven. Die oproep wordt beantwoord, niet door een kleine groepje mensen, maar door een gigantisch stemgeluid, vergelijkbaar met een grote watermassa of krachtige donderslagen. Zo groots klinkt de stem van de grote menigte die God bejubelt. Zij zijn de bruid van het lam, gekleed in stralend linnen. Een bruid en een lam zijn een vreemde combinatie, maar eigenlijk passen ze goed bij elkaar. Want het lam ziet eruit als een geslacht lam (Openbaring 5:6) en de bruid – profeten en heiligen – werden op aarde geslacht (Openbaring 18:24). Daarin ligt troost: het lam is wel geslacht, maar heeft de overwinning behaald. Zo zal de bruid schitteren in zuiver linnen, wat de mensen haar ook aangedaan hebben.

Waar denk je nog meer aan bij een stralende bruid? Is dat ook van toepassing op de mensen die bij God horen?