Dag 25

De man met wie Jezus in gesprek is, is rijk. Hij heeft een goede baan, geniet aanzien en leidt een smetteloos leven (vers 21). Toch mist er iets. Of eigenlijk is het andersom: hij heeft te veel. Te veel rijkdom, te veel waaraan hij gehecht is. Hij heeft er zijn handen vol aan.

Jezus wijst de mensen erop dat wie het koninkrijk van God wil binnengaan, het beste met lege handen kan komen. Hoe meer je hebt, hoe meer je dus zult moeten loslaten: bezittingen, connecties, status, alles wat jou ervan weerhoudt om een leven te leiden dat volledig is gericht op God en zijn koninkrijk. Jezus’ toehoorders stellen een voor de hand liggende vraag: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ Jezus verzekert ons ervan dat wat voor mensen onmogelijk is, mogelijk is bij God. Dat heeft Hij door de eeuwen heen altijd weer laten zien; van Israëls tocht naar het beloofde land tot onze tocht naar Gods koninkrijk. Wie bereid is de vleespotten van Egypte achter te laten, krijgt er iets onvergelijkbaar mooiers voor terug.

Wat kun jij loslaten zodat je je meer op Gods koninkrijk kunt richten?