Dag 22

De Israëlieten kregen een land van melk en honing in het vooruitzicht gesteld. Jezus spreekt over een ander ‘beloofd land’: het koninkrijk van God. De komende dagen staan we stil bij de vraag hoe vrijheid er in dat koninkrijk uitziet.

Jezus begint de Bergrede met de ‘zaligsprekingen’. Bijzonder is dat Hij de zaken op hun kop zet. Normaal prijzen we mensen gelukkig die succes hebben of die een bijzondere prestatie geleverd hebben. Jezus prijst mensen gelukkig die dat menselijkerwijs helemaal niet zijn. Zo laat Hij zien dat Gods koninkrijk gebouwd is op andere waarden dan de wereld van mensen. De eerste en de achtste zaligspreking vermelden het ‘koninkrijk van de hemel’. Ook ‘de gerechtigheid’ komt twee keer voor, in vers 6 en vers 10. De gerechtigheid is niets anders dan de zaak van God, en het is Jezus die die tot vervulling brengt. Zo krijgt Gods koninkrijk op aarde voet aan de grond.

Jezus laat het niet alleen bij woorden. Hij maakt die woorden ook waar. Heel zijn optreden laat de ommekeer zien die meekomt met Gods koninkrijk. En met zijn woorden leert Hij ons waaraan je de mensen van Gods koninkrijk kunt herkennen.

Welke ‘zaligspreking’ spreekt jou in het bijzonder aan? Welk aspect van Gods koninkrijk staat daarin centraal?