22 maart - Wie spreekt er eigenlijk?

Bijbeltekst(en)

Mozes en Aäron krijgen de opdracht om aan de farao te vragen om de Israëlieten te laten gaan.  God zegt tegen Mozes dat Mozes ‘als een god voor de farao’ zal staan, en dat Aäron als een profeet voor hem zal spreken. Wat bedoelt God hiermee? In de Bijbel zijn profeten woordvoerders van God. God vertelt aan een profeet wat hij moet zeggen en de profeet doet dat. Iets soortgelijks gebeurt hier ook.

Mozes heeft meerdere keren aangegeven dat hij het niet ziet zitten om het woord te voeren. Hij laat het liever over aan zijn welbespraakte broer Aäron. Aäron wordt daarmee de woordvoerder en Mozes vertelt wat hij moet zeggen. Net zoals God tegen een profeet zegt wat hij moet zeggen.

 

Hoe zou het voor Mozes en Aäron geweest zijn om de plagen aan te kondigen?