2 april - Goede Vrijdag - Wat heeft Hij voor verkeerds gedaan?

Bijbeltekst(en)

In de tijd van Jezus is Judea deel van het Romeinse Rijk. Het valt dus onder Romeinse rechtspraak. De Joodse rechtbank heeft Jezus al veroordeeld, maar de Romeinse rechtbank heeft de hoogste macht. Pontius Pilatus is de Romeinse bestuurder van Judea. Om Jezus ter dood te veroordelen, moet er ook een politieke reden zijn. Niet voor niets vraagt Pilatus dan ook aan Jezus of Hij koning is. De koning van de Joden om precies te zijn. Jezus geeft geen eenduidig antwoord.

Aan het begin van het evangelie kwam het volk in grote groepen naar Jezus toe. De mensen luisterden graag naar Hem en brachten hun zieken bij Hem. Ze hebben even op de achtergrond gestaan voor Marcus. Maar nu komt het volk weer in beeld. En hoe! De massa schreeuwt: ‘Hij moet aan het kruis!’ En Pilatus geeft de mensen hun zin.

Het godsdienstige en politieke bestuur, gewone mensen: ze vragen allemaal om Jezus’ dood aan het kruis. Wie zouden zich in onze tijd zo door Jezus bedreigd voelen dat ze Hem dood wensen? Neem op deze Goede Vrijdag de tijd om daar bij stil te staan.